Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over
verkeersveiligheid en faunabeleid naar aanleiding van wilde zwijnen op A1 (ingezonden
21 januari 2015).
Antwoord van Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) (ontvangen 25 februari 2015)
Vraag 1
Kent u het bericht «Files op A1 door aangereden wild zwijn»?1
Vraag 2
Is er ter plaatse een sluitend net van zwijn-kerende rasters waardoor zwijnen niet
de snelweg op kunnen komen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u aangeven hoe de zwijnen
ondanks dit zwijn-kerende raster op de snelweg konden komen?
Antwoord 2
Langs de rijksweg A1 is aan beide zijden een grootwildkerend raster aanwezig. Ondanks
het wildkerende raster zijn er drie zwijnen waarschijnlijk via de (bermen van) toe-
en afrit op de rijksweg gekomen. Vlak daarna hebben de zwijnen zelfstandig de rijksweg
weer verlaten, waarschijnlijk via dezelfde toe- en afrit. Het past bij het gedrag
van wilde zwijnen om de grenzen van hun leefgebied op te zoeken en op onverwachte
plekken op te duiken.
Vraag 3
Is het waar dat het voornemen bestond de dieren af te schieten? Zo ja, op basis waarvan
en door wie is daar toe besloten?
Antwoord 3
Ja. Om de veiligheid van het verkeer te borgen is door politie en Rijkswaterstaat
besloten om de snelweg af te sluiten en de jachtopziener in te schakelen om de wilde
zwijnen af te schieten vanwege het gevaar voor de verkeersveiligheid. Uiteindelijk
was het niet nodig om de wilde zwijnen af te schieten omdat bij aankomst van de jachtopziener
de wilde zwijnen niet meer op de snelweg aanwezig waren en niet meer te traceren waren.
Vraag 4
Is er een serieuze afweging gemaakt om te kiezen voor een verdovingsschot alvorens
te besluiten de dieren af te schieten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Nee, zie ook mijn antwoord op vraag 3. De keuze om de zwijnen daadwerkelijk af te
schieten, dan wel de wijze waarop (wel of niet verdoven), is niet gemaakt omdat de
zwijnen inmiddels de rijksweg op eigen gelegenheid verlaten hadden.
Vraag 5
Is het waar dat de overlevende zwijnen zelf een manier gevonden hebben om zich terug
te trekken in hun leefgebied alvorens afschot kon plaatsvinden? Zo ja, wat zegt dat
over de werking van het zwijn-kerende raster?
Antwoord 5
Zie mijn antwoorden op de vragen 2, 3 en 6.
Vraag 6
Kunt u aangeven op welke wijze en in welke frequentie de kwaliteit van zwijn-kerende
rasters gecontroleerd wordt? Acht u deze controles toereikend?
Antwoord 6
Het wildkerend raster wordt normaliter één keer per jaar door Rijkswaterstaat visueel
gecontroleerd en vastgelegd in een rapportage faunavoorzieningen, conform de NEN 2767.
Als gevolg van dit incident met wilde zwijnen heeft Rijkswaterstaat besloten om op
de betreffende locatie éénmalig een extra inspectie uit te voeren.
Vraag 7
Acht u het mogelijk dat het massale afschot van wilde zwijnen de groepshiërarchie
in de populatie verstoort waardoor zwerfgedrag kan leiden tot verkeersgevaarlijke
situaties? Zo nee, waarom niet? Zo ja, ziet u aanleiding provincies te adviseren het
afschotbeleid aan te passen mede uit het oogpunt van verkeersveiligheid?
Antwoord 7
De spontane wegtrek van wilde zwijnen naar andere gebieden kan gebeuren om meerdere
redenen. Het kan zijn dat er hoge doelstanden worden aangehouden zoals recent in de
afschotvrije gebieden gebeurt. Ook ingeval van voedseltekort en wanneer jonge zwijnen
op zoek gaan naar nieuwe leefgebieden kan er sprake zijn van migratie van zwijnen.
Indien de wegtrek van wilde zwijnen leidt tot een gevaar voor de verkeersveiligheid,
zoals het geval was op de A1, kan besloten worden om over te gaan tot afschot. Het
gaat hierbij om incidenten. In algemene zin geldt dat het beleid ten aanzien van het
beheer van de wildezwijnenpopulatie en het beleid ten aanzien van afschot beide de
verantwoordelijkheid van de provincies zijn.
Vraag 8
Welk verband ziet u tussen de nachtelijke jacht, waarbij zelfs gebruik wordt gemaakt
van restlichtversterkers, en het aantal aanrijdingen met wilde zwijnen in regio’s
waar dit wordt toegestaan?
Antwoord 8
Uit onderzoek2 blijkt dat er te weinig bekend is over het effect van afschot op de dichtheid van
de hoefdieren, daarmee dus ook op het aantal aanrijdingen met de hoefdieren.
Overigens verbiedt de Benelux-overeenkomst Jacht en Vogelbescherming het jagen in
de nachtelijke uren en het gebruik van jachtmiddelen, anders dan de middelen die door
het Comité van Ministers van de Benelux Unie zijn aangewezen, tenzij de provincie
hiervoor ontheffing heeft verleend.
X Noot
2G.W.T.A. Groot Bruinderink et al., Alterra rapport 2026 Alterra Wageningen UR «Factoren
bij aanrijdingen met wilde hoefdieren op de Veluwe», Wageningen 2010