Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-20151325

Vragen van de leden Recourt (PvdA) en Van der Staaij (SGP) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over de fouten die zijn gemaakt in de zaak Van U (ingezonden 30 januari 2015).

Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 19 februari 2015).

Vraag 1 t/m 8

Heeft u kennisgenomen van de fouten die zijn gemaakt door onder meer het Openbaar Ministerie (OM) in de zaak van Van U.?1

Deelt u de mening dat in voorkomende gevallen niet alleen gekeken moet worden welke rol het strafrecht kan spelen, maar dat ook gekeken moet worden naar civielrechtelijke oplossingen zodat in ieder geval wordt uitgesloten dat een mogelijk gevaarlijke verdachte vrij rondloopt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe is dit geborgd?

Deelt u de mening dat het eerste belang dat de overheid heeft te dienen de veiligheid van mensen betreft en dat dit bij al haar handelen als uitgangspunt heeft te gelden? Is dit belang altijd het beste gediend bij het opstarten van alleen strafrechtelijke vervolging?

Bent u bereid te bewerkstelligen dat het onderzoek dat door het OM naar aanleiding van voornoemde zaak/zaken is aangekondigd breed van opzet is, in die zin dat breder wordt gekeken dan naar de wijze van toepassing van het strafrecht, waaronder mogelijke toepassing van bijvoorbeeld de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen? Zo nee, waarom niet?

Zijn er op dit moment mensen in vrijheid gesteld als gevolg van het instellen van appel of anderszins van wie de rechter in eerste aanleg heeft geoordeeld dat behandeling van deze persoon noodzakelijk is en waarvan eveneens gevaar voor de persoon zelf of voor anderen te vrezen is? Zo ja, hoe wordt geborgd dat dit gevaar tot een minimum beperkt blijft?

Is er sprake is van een systeemfout als verdachten met een evidente psychiatrische stoornis en met mogelijk gevaar voor de samenleving of zichzelf onbehandeld terugkeren naar de samenleving? Zo nee, waarom niet?

Kan het met de huidige wetgeving, waarbij reclasseringstoezicht onmiddellijke werking heeft, voorkomen worden dat iemand zijn (intramurale) behandeling voor langere duur ontloopt, al dan niet als gevolg van het instellen van hoger beroep?

Waarom wordt in deze situaties niet standaard DNA van de verdachte afgenomen? Hoe vaak wordt verzuimd om DNA af te nemen waar dit wel had gemoeten? Kunt u het antwoord toelichten?

Antwoord 1 t/m 8

Zoals bekend heeft het College van Procureurs-Generaal een onafhankelijke onderzoekscommissie ingesteld, die grondig en breed zal onderzoeken wat er de afgelopen jaren rondom de persoon van verdachte Bart van U. is gebeurd. De commissie bestaat uit:

  • mr. R.J. Hoekstra, voormalig lid van de Raad van State (voorzitter),

  • mr. L.A.J.M. de Wit, voormalig hoofdofficier van justitie te Amsterdam,

  • de heer E.T. van Hoorn, voormalig korpschef regiopolitie Brabant-Noord en

  • mr. drs. R.H. Zuijderhoudt, psychiater/psychotherapeut.

Het College van Procureurs-generaal heeft de commissie gevraagd de feiten en omstandigheden te achterhalen rond de afname van het DNA van verdachte na zijn veroordeling(en) in 2012, rond de tenuitvoerlegging van de voorlopige hechtenis na het arrest van het hof en rond de bewaring in het kader van de Wet BOPZ. De commissie is met nadruk gevraagd conclusies te trekken en aanbevelingen te doen met betrekking tot de vraag of uit het onderzoek geconcludeerd kan worden of verbetering in de werkwijze(n) in soortgelijke gevallen mogelijk is. Hierbij wordt u ter verdere informatie het instellingsbesluit, inclusief de onderzoeksopdracht, toegezonden.2

Gelet op de werkzaamheden van de commissie en de onderzoeksopdracht, verwijs ik voor dit moment naar de uitkomsten van het onderzoek, waarover u te zijner tijd zult worden geïnformeerd. Ik ga ervan uit dat het onderzoek van de commissie, dat breed van opzet is, tevens de antwoorden zal bevatten op deze vragen van uw Kamer. De onderzoekscommissie streeft naar afronding van haar onderzoek voor het zomerreces.