Vragen van de leden Van Klaveren en Bontes (VNL) aan de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht dat Nederland totaal niet voorbereid is op een terreuraanval (ingezonden 8 januari 2015).

Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie (ontvangen 12 februari 2015)

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Wij zijn op terreur niet voorbereid»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hoe duidt u de uitlatingen van jihadspecialist en voormalig analist van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), de heer Sandee, dat Nederland in het geheel niet is voorbereid op een commandostijl verrassingsaanval en dat ons land open en bloot ligt voor aanslagen?

Antwoord 2

Ik herken het beeld dat de heer Sandee schetst niet. U kunt er van op aan dat de betrokken organisaties en diensten in Nederland alles in het werk stellen om plannen voor aanslagen tijdig te ontdekken, risicopersonen te onderkennen en onder controle te houden waar dat mogelijk is.

In de verzamelbrief over jihadgerelateerde zaken van het Kabinet aan uw Kamer van 5 februari jongstleden is aangegeven dat politiemedewerkers in de basisteams opgeleid, getraind en toegerust zijn voor het geweldsniveau waarmee deze in de regel worden geconfronteerd. In het afgelopen half jaar zijn daarenboven maatregelen genomen ter versterking van de Dienst Speciale Interventies (DSI). Deze en andere maatregelen dragen er aan bij dat de politie bij acute dreiging, ook in situaties die vragen om een inzet van zwaardere (gewelds)middelen, bijvoorbeeld met Arrestatie- en Ondersteuningseenheden of Interventieteams van de DSI, snel ter plaatse is en zo nodig kan opschalen. Op deze manier zijn de betrokken organisaties goed voorbereid op een mogelijke aanslag en op het voorkomen ervan.

Vraag 3 en 4

Bent u inmiddels bereid fors te investeren in de politie, defensie en de inlichtingendiensten? Zo nee, begrijpt u het enorme risico dat het met zich meebrengt als u dit niet doet?

Op welke termijn zult u de Koninklijke Marechaussee (KMar) gaan inzetten voor de beveiliging van gevoelige objecten zoals treinstations en grote winkelcentra?

Antwoord 3 en 4

De optimale inzet van inlichtingendiensten, politie en defensiecapaciteiten heeft voortdurend de aandacht. In de brief van het Kabinet aan uw Kamer van 5 februari jongstleden is uitgebreid aandacht besteed aan de intensivering van de inspanningen van de diensten en lokale overheden op het gebied van terrorismebestrijding. In deze brief heeft het Kabinet gemeld dat de AIVD momenteel nieuwe medewerkers werft uit de structurele verhoging van het budget met 25 miljoen euro met ingang van 2015.

Sinds medio 2014 vindt op advies van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) extra bewaking en beveiliging plaats van een aantal objecten. Dit zijn naar verwachting maatregelen van langere duur. In het kader van bewaken en beveiligen kan de Koninklijke Marechaussee op grond van artikel 57 van de Politiewet 2012 bijstand leveren aan de politie. Deze bijstand wordt aangevraagd en ingezet door het lokaal gezag. Daarom is in overleg tussen een vertegenwoordiging van de regioburgemeesters, de NCTV, de korpsleiding van de nationale politie en met de Koninklijke Marechaussee een herschikking afgesproken, waarbij de Koninklijke Marechaussee de bewaking en beveiliging van objecten met een hoog risicoprofiel van de politie overneemt. Hierdoor blijft de beschikbaarheid van de basispolitiecapaciteit op orde en het overnemen van deze bewaking- en beveiligingstaken door de Koninklijke Marechaussee biedt bovendien de mogelijkheid om snel te kunnen reageren op een verhoogde dreiging. U bent hierover in de brief van 5 februari jongstleden geïnformeerd.

Tot slot stelt het Kabinet, gezien het verwachte langdurige karakter van het huidige dreigingsbeeld, logischerwijs de vraag of de inzet van de diensten en andere ketenpartners op termijn vol te houden is. In de brief van 5 februari jongstleden is gemeld dat het Kabinet de betrokken diensten en ketenpartners gevraagd heeft om een analyse te maken, om zodoende te bezien of bij het voortduren van het huidige dreigingsbeeld ketenpartners versterkt moeten worden. Na bespreking in het Kabinet, informeren wij uw Kamer over de conclusies.

Vraag 5

Deelt u de analyse dat op zeer korte termijn administratieve detentie mogelijk moet worden, er een openbaar jihadregister moet komen, fors geïnvesteerd dient te worden in de veiligheidsdiensten, de KMar moet worden ingezet op gevoelige plekken en dat jihadisten die vertrokken zijn nooit meer toegelaten dienen te worden tot ons land? Zo neen, waarom niet? Kunt u elk voorstel van een argumentatie voorzien?

Antwoord 5

Ten aanzien van het investeren in diensten en het inzetten van de Koninklijke Marechaussee op gevoelige plekken verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 3 en 4.

Voor de overige punten geldt, dat het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme een groot aantal maatregelen kent, dat ik het genoemde programma op 4 september 2014 met uw Kamer heb besproken en dat ik regelmatig de voortgang van de realisatie van het Actieprogramma aan uw Kamer meld. Onder andere werk ik aan uitbreiding van het bestuurlijk instrumentarium om jihadgang tegen te gaan en om de dreiging die uitgaat van jihadisten te beperken. De nieuwe wet zal voorzien in bevoegdheden om een uitreisverbod, een gebiedsverbod, een contactverbod of een (daaraan gekoppelde) meldplicht op te leggen. Het creëren van een aanvullende bevoegdheid tot administratieve detentie ten behoeve van terrorismebestrijding is op dit moment niet noodzakelijk. Wanneer van een persoon een dreiging uitgaat – bijvoorbeeld bij uitreizigers of terugkeerders – dan zijn de bestaande strafrechtelijke bevoegdheden van het Openbaar Ministerie voldoende.

Tijdens het debat met uw Kamer op 4 september 2014 heb ik de ingediende motie van het lid Bontes inzake een «nationaal jihad alert» ontraden. Het Kabinet is van mening dat een openbare lijst niet in overeenstemming is met de beginselen van onze rechtsstaat. Uw Kamer heeft deze motie verworpen.

Iedereen met de Nederlandse nationaliteit heeft het recht om terug te keren naar Nederland. Ik werk daarom momenteel langs twee wegen aan versterking van de mogelijkheid om het Nederlanderschap te ontnemen. Ten eerste is de wijziging van de «rijkswet voor het Nederlanderschap ter verruiming van de mogelijkheden voor het ontnemen van het Nederlanderschap bij terroristische misdrijven» ingediend bij uw Kamer. Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid om bij een onherroepelijke veroordeling van onder andere het verzorgen van of deelnemen aan terroristische trainingen het Nederlanderschap in te trekken. Ten tweede is eind vorig jaar een voorstel voor een wetswijziging (rijkswet op het Nederlanderschap) in consultatie gegaan, waarmee het mogelijk wordt het Nederlanderschap in te trekken van een persoon die zich buiten het Koninkrijk bevindt en zich heeft aangesloten bij een organisatie die deelneemt aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en die is geplaatst op een samen te stellen lijst van organisaties die een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.

Naar boven