Vragen van de leden Karabulut (SP) en Segers (ChristenUnie) aan de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid over het bericht dat de Turks-Nederlandse vereniging DIDF
niet welkom is in een buurthuis in Zaandam vanwege kritiek op de Turkse president
Erdoĝan (ingezonden 17 november 2014).
Antwoord van Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 10 februari
2015). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2014–2015, nr. 799
Vraag 1
Wat vindt u van het bericht dat de Turkse organisatie DIDF vanwege kritiek op de Turkse
president Erdoĝan niet meer welkom is in een buurthuis in Zaandam?1
Antwoord 1
In Nederland is iedereen, binnen de grenzen van de rechtsstaat, vrij om zijn of haar
mening te uiten en zich te verenigen. Dit zijn grondrechten die niet zo maar mogen
worden beperkt. Of in dit specifieke geval sprake is van een beperking van grondrechten
is niet te zeggen omdat het Bewonersbedrijf van buurthuis De Poelenburcht en de Turkse
vereniging DIDF het niet eens zijn over de aanleiding van het incident, zo blijkt
uit de Raadsinformatiebrief van het college aan de raad van de gemeente Zaanstad2.
Zo blijkt uit deze Raadsinformatiebrief dat volgens DIDF de discussie is ontstaan
omdat zij zich tegen de politiek van de huidige Turkse president Erdoĝan keren. Volgens
het Bewonersbedrijf is de discussie daarentegen ontstaan omdat DIDF het buurthuis
teveel en te zichtbaar als thuisbasis claimde voor haar bijeenkomsten. Dit vormt volgens
het Bewonersbedrijf een drempel voor andere wijkbewoners om binnen te komen.
Hiermee geeft het Bewonersbedrijf aan dat zij DIDF niet de toegang tot het buurthuis
hebben ontzegd vanwege eventuele boodschappen die DIDF uitdraagt, maar vanwege de
manier waarop DIDF het buurthuis in het uitdragen van haar boodschap heeft betrokken.
Dit is een geschil in sociaal maatschappelijk verkeer.
De twee partijen zijn zelfstandige organisaties en zullen het samen eens moeten worden
om tot een oplossing te kunnen komen. In overleg tussen de twee partijen, waarin de
gemeente Zaanstad geen formele rol heeft maar wel een begeleidende rol heeft gespeeld,
is de kwestie inmiddels uitvoerig besproken. Ondertussen is het conflict naar tevredenheid
van alle partijen opgelost. DIDF en het buurthuis hebben afgesproken dat DIDF geen
politieke uitingen doet in een publicatie als in diezelfde publicatie ook het buurthuis
wordt genoemd.
Vraag 2 en 3
Wat is uw reactie op het feit dat een buurtcentrum contractueel vast wil leggen dat
een organisatie zich niet met buitenlandse politiek bezighoudt? Kunt u aangeven hoe
zich dit verhoudt met de vrijheid van meningsuiting? Bent u van mening dat een dergelijke
overeenkomst rechtsgeldig is?
Op basis van welke criteria mogen buurtcentra en andere openbare locaties organisaties
de toegang weigeren? Zijn er vergelijkbare situaties bekend?
Antwoord 2 en 3
Een verhuurder mag algemene regels opstellen voor alle huurders met betrekking tot
het gebruik van verhuurde ruimten. Een dergelijk huishoudelijk reglement is onderdeel
van de gedragsregels voor normaal maatschappelijk verkeer, en is een gangbaar middel
om ervoor te zorgen dat de geldende regels voor alle huurders hetzelfde zijn en dat
deze regels voor alle huurders bekend zijn.
In deze specifieke kwestie wil het buurthuis o.a. algemene regels opstellen om er
voor te zorgen dat het zijn neutrale karakter behoudt, waardoor het buurthuis toegankelijk
blijft voor huurders met verschillende politieke kleuren en/of achtergronden. Het
is wenselijk dat alle huurders rekening houden met elkaar.
Volgens het buurthuis zijn binnen deze regels de huurders vrij activiteiten te ontplooien,
ook als deze van politieke aard zijn.
Vraag 4 en 5
Bent u bereid om in overleg met de gemeente Zaanstad en het buurtcentrum te treden
om te bewerkstelligen dat DIDF weer terug kan keren naar het buurtcentrum?
Deelt u de mening dat juist wanneer meningen verdeeld zijn, discussie en debat, transparantie
en wederzijds respect de sleutel zijn tot integratie? Zo ja, bent u bereid om in overleg
te treden met gemeente, buurthuis en betrokken organisaties om te voorkomen dat DIDF
de toegang tot het buurthuis voor altijd wordt ontzegd vanwege kritiek op een Turkse
president?
Antwoord 4 en 5
De gemeente Zaanstad is samen met de andere betrokken partijen verantwoordelijk voor
het waarborgen van goede verhoudingen in de wijk. De gemeente Zaanstad heeft dat actief
opgepakt en is vanaf het begin actief betrokken geweest bij de gesprekken die de twee
partijen hebben gehad na het incident. De gemeente Zaanstad waakt daarbij voor een
conflict tussen de rechten en plichten van de verschillende betrokken partijen. De
gemeente Zaanstad heeft verder geen formele verantwoordelijkheid in deze kwestie gezien
het feit dat het hier gaat om een overeenkomst tussen twee particuliere organisaties.
Na overleg tussen de twee partijen, waarin de gemeente Zaanstad een bemiddelende rol
heeft gespeeld, is het conflict ondertussen naar tevredenheid van alle partijen opgelost.
X Noot
2Raadsinformatiebrief inzake Feitenrelaas en inzet college m.b.t. relatie DIDF en Bewonersbedrijf
De Poelenburcht, documentnummer 2014/248722.