Vragen van het lid Van Laar (PvdA) aan de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
over hulp aan Syrische vluchtelingen (ingezonden 12 september 2014).
Antwoord van Minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (ontvangen
1 oktober 2014)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Internationale hulp aan Syrië faalt»1, het rapport «A Fairer Deal for Syrians» van Oxfam Novib gepubliceerd op 9 september
jl en het bericht van UNICEF getiteld «Syriërs krijgen te weinig noodhulp» van 10 september
20142?
Vraag 2
Wat is uw oordeel over de conclusie van Oxfam Novib dat de internationale hulp aan
Syrië faalt doordat er te weinig hulp wordt toegezegd?
Antwoord 2
De Syrische crisis is de grootste humanitaire crisis na de Tweede Wereldoorlog en
heeft niet alleen een grote impact op de vele ontheemden en vluchtelingen, maar ook
op de stabiliteit en ontwikkeling van de omringende buurlanden. Van het totaal van
alle hulpverzoeken van de Verenigde Naties voor Syrie en de buurlanden, te weten USD
6 miljard is op dit moment 41% gefinancierd. De hulp aan Syrië schiet dan ook op dit
moment inderdaad te kort, terwijl de noden naar verwachting verder zullen toenemen.
Het tekort aan fondsen is deels het gevolg van het groot aantal crises in de wereld
op level 3 niveau (Irak, Zuid-Soedan, Syrië, ebola en de CAR) die naast de overige
crises (o.a. DRC, Somalië, Soedan en Jemen) allemaal concurreren om schaarse hulpmiddelen.
Vraag 3
Zijn alle door Nederland toegezegde middelen voor hulp aan Syrische vluchtelingen
inmiddels ook daadwerkelijk overgemaakt naar uitvoerende organisaties? Zo nee, bent
u bereid dit zo snel mogelijk te doen?
Antwoord 3
Ja, Nederland heeft reeds alle toegezegde bijdragen aan de VN overgemaakt. In totaal
heeft Nederland sinds het begin van de crisis 83,5 miljoen euro bijgedragen aan de
Syrië crisis via de VN of NGO’s, waarvan een deel is bestemd voor hulp in Syrië en
een deel voor hulp in de buurlanden.
Vraag 4
Bent u het eens met de berekeningen van Oxfam in het rapport «A Fairer Deal for Syrians»
dat Nederland alsmede andere Europese landen een grote bijdrage aan de noodzakelijke
hulp aan Syrië zouden moeten en kunnen leveren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
De berekeningen van Oxfam Novib gaan deels voorbij aan indirecte bijdragen. Zo wordt
70% van het Nederlandse humanitaire hulpbudget (euro 152 miljoen) via vrij besteedbare
bijdragen aan het VN-noodhulpfonds CERF, ICRC, UNHCR, WFP en UNRWA beschikbaar gesteld
en kan in gerede worden aangenomen dat hiervan een aanzienlijk deel naar de Syrische
crisis gaat. Desalniettemin staat niet ter discussie dat er onvoldoende middelen voorhanden
zijn om alle noden te kunnen lenigen. Om die reden heb ik besloten 30 miljoen euro
extra bij te dragen aan de humanitaire hulp. Van deze 30 miljoen zal 7 miljoen worden
aangewend voor de verlenging van de motie Voordewind, die gericht is op cross borderhulpverlening door diverse Nederlandse NGO’s. De overige 23 miljoen zal gaan naar
WFP (8 miljoen), UNICEF (7 miljoen) en UNHCR (8 miljoen). De Nederlandse bijdrage
sinds het begin van de crisis zal daarmee in totaal op 113,5 miljoen euro komen, ruim
boven het fair share aandeel zoals door Oxfam-Novib genoemd.
Vraag 5
Wat is uw oordeel over de analyse van UNICEF dat kinderen die gevlucht zijn voor de
oorlog in Syrië onvoldoende beschermd worden en onvoldoende psychosociale hulp en
onderwijs krijgen? Welke mogelijkheden ziet u om deze situatie te verbeteren?
Antwoord 5
Kinderen in oorlogssituaties verdienen zo veel mogelijk goede psychosociale hulp en
onderwijs. Mede door de aard van de crisis in Syrië (aanhoudende gevechten en ontoegankelijkheid)
kunnen veel kinderen in Syrië een dergelijke ondersteuning niet krijgen. UNICEF voorziet
in psychosociale zorg voor vluchtelingen, maar kampt ook voor dit terrein met onvoldoende
middelen; haar totale budget is voor ongeveer 50% gedekt Aan UNICEF zal een additionele
bijdrage van 7 miljoen euro beschikbaar worden gesteld, zoals vermeld in antwoord
4. Daarnaast wordt uit het stabiliteitsfonds 2,5 miljoen euro bijgedragen aan het
Wereldbank Lebanese Syrian Crisis Trust Fund.
Vraag 6
Bent u het er mee eens dat Nederland in internationaal verband alles op alles moet
zetten om te voorkomen dat er een verloren generatie van Syrische kinderen ontstaat?
Zo ja, bent u het er mee eens dat hiervoor aanvullende toezeggingen voor hulp nodig
zijn, waaronder hulp specifiek gericht op de noden van kinderen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Nederland zet zich zo veel mogelijk in voor verdere ondersteuning van de ontheemden
en vluchtelingen als gevolg van de Syrische crisis. Vooralsnog is er geen vooruitzicht
op een oplossing van het conflict. Naar verwachting zullen de noden zelfs verder toenemen,
evenals het aantal mensen dat haard en huis ontvlucht. Het is in ons aller belang
dat het conflict wordt opgelost, dat de regio niet verder destabiliseert en dat er
geen verloren generatie opgroeit in conflict. Ik zal waar mogelijk in internationaal
verband aandacht vragen voor deze crisis en gezamenlijk met andere partners zoeken
naar mogelijke oplossingen. Het belang van voldoende humanitaire hulp en in het bijzonder
voor kwetsbare groepen als vrouwen en kinderen, blijft een voortdurend punt van aandacht.
Het is ook tegen deze achtergrond dat het Kabinet heeft besloten tot extra steun in
de regio via UNICEF.