Vragen van het lid Aukje deVries (VVD) aan de Minister van Infrastructuur en Milieu
over het bericht «Waddenfonds: versterking economie in Waddengebied blijft achter»
(ingezonden 23 december 2014).
Antwoord van Minister Schultz van Haegen – Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu)
(ontvangen 27 januari 2015)
Vraag 1
Kent u het bericht «Waddenfonds: versterking economie in Waddengebied blijft achter»,
waarin wordt gesteld dat de versterking van de economie in het Waddengebied achterblijft,
terwijl het Waddenfonds daar ook voor is bedoeld?1
Vraag 2
Wat vindt u van het feit dat de investeringen in de economie vanuit het Waddenfonds
achterblijven, juist in een periode waarin de economie dat hard nodig heeft?
Antwoord 2
Uit recente cijfers van het Waddenfonds blijkt dat de toekenningen uit het Waddenfonds
bestemd voor de economie zich goed hebben ontwikkeld (zie antwoord 3).
Vraag 3
Wat is de exacte verdeling van de besteding van de middelen uit het Waddenfonds tot
nu toe ten aanzien van economie en ecologie, onderverdeeld in de periode vóór en na
de decentralisatie van het Waddenfonds?
Antwoord 3
Voor de verdeling van de besteding van de middelen uit het Waddenfonds ten aanzien
van economie en ecologie in de periode vóór de decentralisatie verwijs ik naar mijn
brief aan uw Kamer van 27 april 2011 (Kamerstuk 29 684, nr. 98)). In die brief wordt uiteengezet dat in deze periode de verdeling ecologie/economie
60/40% was. Na de decentralisatie wordt conform het bestuursakkoord van
14 december 2011 eveneens gestuurd op de gelijke verdeling van de middelen aan het
eind van de periode van het Waddenfonds (2026).
Door het Waddenfonds wordt gewerkt met subsidieplafonds voor ecologie en economie
per openstellingperiode van één jaar of korter. Uit recente cijfers van het Waddenfonds
blijkt dat de verdeling van de subsidieplafonds na decentralisatie voor de periode
2012 t/m 2014 over ecologie/economie 47/53% was. Over deze periode was de verdeling
bij toekenningen over ecologie/economie 56/44%.2
Het Waddenfonds is er op gericht de beschikbare middelen zodanig in te zetten dat
zo veel mogelijk wordt bijgedragen aan een positieve wisselwerking tussen ecologie
en economie. Dat ligt besloten in de gestelde doelen (zie bijgevoegd bestuursakkoord)
en de aard van het fonds zowel voor als na de decentralisatie.
Het Waddenfonds heeft aangegeven dat projecten die worden gerangschikt als «ecologie»
ook een economisch effect kunnen hebben. Dit geldt in ieder geval voor alle projecten
die tijdens de realisatie een aanzienlijk werkgelegenheidseffect hebben. Ook leveren
veel ecologisch gerichte projecten een kwaliteitsimpuls die tevens een economisch
effect hebben in de sfeer van recreatie en toerisme. Deze effecten worden niet meegenomen
in bovengenoemde percentages.
Vraag 4
Wat zijn de oorzaken van het achterblijven van de investeringen in de economie vanuit
het Waddenfonds?
Antwoord 4
Zie antwoord 3.
Vraag 5
Welk overleg heeft u nog met de provincies Fryslân, Groningen en Noord-Holland na
de decentralisatie van het Waddenfonds? Welke informatie ontvangt u nog over de besteding
van de middelen uit het Waddenfonds?
Antwoord 5
Bestuurlijk overleg vindt plaats in het Regie College Waddengebied. De rijksoverheid
ontvangt van de Gemeenschappelijke regeling Waddenfonds jaarlijks de begrotingen en
rapportages in de vorm van Jaarrekening en Jaarverslag op grond van artikel 47 van
de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Conform het Bestuurakkoord draagt het Waddenfonds zorg voor monitoring. In de Jaarverslagen
wordt jaarlijks openbaar gepubliceerd over de voortgang en de besteding van middelen
in relatie tot de doelen. Daarbij is de Commissie Kwaliteitstoetsing Waddenfonds belast
met de taak van monitoring en evaluatie van het beheer van het Waddenfonds en de besteding
van de middelen ten laste van het fonds. De Commissie vervult deze taak in de vorm
van advisering van het Algemeen Bestuur over Jaarverslag en Jaarprogramma.
Vraag 6
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de afspraak uit het Bestuursakkoord Decentralisatie Waddenfonds
dat de middelen uit het Waddenfonds voor minimaal 50% naar de economie gaan, niet
alleen op de lange termijn en op de einddatum, maar ook op de korte en middellange
termijn wordt nageleefd?
Antwoord 6
Het Waddenfonds is in 2012 gedecentraliseerd naar de Waddenprovincies. Dat betekent
dat de Waddenprovincies de autonome bevoegdheid hebben gekregen om de middelen te
besteden. Uit de in vraag 3 genoemde cijfers constateer ik dat de afspraak uit het
bestuursakkoord wordt nageleefd.
Vraag 7
Bent u bereid om het nakomen van de afspraak uit het Bestuursakkoord in een bestuurlijk
overleg over de Wadden aan te kaarten of anderszins actie te ondernemen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 7
Nee, zie antwoord 6.
X Noot
1Friesch Dagblad, 16 december 2014
X Noot
2De gegevens over de verdeling van de middelen zijn ontleend aan de jaarverslagen 2012
en 2013 van het Waddenfonds. De gegevens over 2014 worden binnenkort gepubliceerd
in het jaarverslag 2014 en zijn op verzoek door het Waddenfonds geleverd om een zo
actueel mogelijk beeld te geven.