Vragen van het lid Elias (VVD) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
over de regelgeving inzake onbemande luchtvaartuigen (ingezonden 16 december 2014).
Antwoord van Staatssecretaris Mansveld (Infrastructuur en Milieu), mede namens de
Minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 20 januari 2015)
Vraag 1
Bent u bekend met het nieuwsbericht «Je vliegt met je drone bij een zendmast. Mag
dat»?1
Vraag 2
Wat is uw opvatting over initiatieven als de Dutch Drone Academy, waar gebruikers
op een verantwoorde wijze leren omgaan met onbemande luchtvaartuigen?
Antwoord 2
De overheid heeft voor modelvliegen de randvoorwaarden voor het gebruik in de Regeling
modelvliegen vastgelegd. Eigen initiatief vanuit de sector om binnen deze randvoorwaarden
voor verdere veiligheid te zorgen verwelkom ik.
Vraag 3
Waarom is het voor hobbyisten toegestaan om zonder examen of vergunning met een luchtvaartuig
tot 25 kilogram te vliegen, terwijl dit voor professioneel gebruik niet is toegestaan?
Zou het niet eerder voor de hand liggen om massa en toepassing, in plaats van de aard
van het gebruik, de doorslag te laten geven voor het al dan niet nodig hebben van
een vergunning?
Antwoord 3
Door ICAO (International Civil Aviation Organization) is voor internationale operaties
vastgelegd dat voor de operator, de piloot en het onbemand systeem bepaalde vergunningen
zijn vereist. Dit stelsel van vergunningen wordt ook in Nederland gebruikt. Hiermee
komt de Nederlandse regelgeving in lijn met de aanpak in andere landen en wordt het
voor de beroepsmatige gebruiker mogelijk om probleemloos ook in andere landen te opereren.
Bij het opstellen van de Regeling modelvliegen in 2005 was de gangbare praktijk op
dat moment dat de hobbyist bij het gebruik maken van zijn kostbare model risico’s
meed, mede gezien het feit dat er geen sprake was (en is) van een commercieel belang.
Tevens was toen de praktijk dat het overgrote deel van de hobbyisten bij een modelvliegvereniging
was aangesloten en vloog op daartoe aangewezen modelvliegterreinen.
Voor beroepsmatig gebruik kan niet worden uitgesloten dat er druk kan ontstaan op
de operator aangaande de vluchtlocaties en de omstandigheden waaronder wordt gevlogen.
Daarnaast speelt mee dat een hele sterke groei van de operaties wordt verwacht, waardoor
een breedschaliger gebruik in het luchtruim wordt voorzien. Om deze beroepsmatige
groep veilig aan het luchtverkeer te laten deelnemen is het voor de veiligheid noodzakelijk
dat de operator op een van tevoren aangegeven manier veilig kan opereren, dat de piloot
bekwaam is en dat het onbemande systeem veilig genoeg is om de operatie uit te kunnen
voeren.
Deze bekwaamheden moeten aantoonbaar zijn, zodat legale van illegale vluchten onderscheiden
kunnen worden door de handhavingsdiensten.
Vraag 4
Bent u bereid om de Kamer per brief nader te informeren over de stand van de ontwikkelingen
in wet- en regelgeving met betrekking tot de onbemande luchtvaart en hierbij specifiek
in te gaan op de kansen voor burgers en bedrijven aan de ene kant en de waarborgen
voor veiligheid en privacy aan de andere kant?
Antwoord 4
Uiterlijk in februari zal het kabinet het WODC-rapport «Het gebruik van drones; Een
verkennend onderzoek naar onbemande luchtvaartuigen», met een eerste kabinetsstandpunt
op hoofdlijnen, aan u doen toekomen. Dit zal worden gevolgd door een uitgewerkt kabinetsstandpunt,
dat voor de zomer naar uw Kamer zal worden gestuurd.
Zowel het rapport als het kabinetsstandpunt zullen ingaan op de in de vraag genoemde
aspecten.
Voor wat betreft de regelgeving voor professioneel gebruik is de huidige status dat
een AMvB met een onderliggende ministeriele regeling, die kaders neerleggen voor niet
complexe operaties, op korte termijn zullen worden gepubliceerd en van kracht worden.
Het systeem voor modelvliegen wordt hiermee niet aangepast. Het huidige systeem van
ontheffingen voor commerciële operaties zal hierdoor worden vervangen door regels
die meer rechtszekerheid bieden.
Vraag 5
Ziet u noodzaak tot stroomlijning van de vergunningen terzake, met name om onredelijke
verschillen tussen hobbyisten en professionele gebruikers weg te nemen?
Antwoord 5
Ja, ik zie noodzaak tot stroomlijning van regelgeving: het bestaande verbod voor professioneel
gebruik met de mogelijkheid tot ontheffingen daarop wordt, zoals bij vraag 4 aangegeven,
vervangen door een helder kader in een AMvB en bijbehorende ministeriële regeling.
Tevens zal worden bezien of de Regeling modelvliegen aanpassing behoeft omdat de gangbare
praktijk bij modelvliegen dat vooral bij modelvliegverenigingen gevlogen wordt niet
meer opgaat, onder andere gezien de sterk groeiende verkoop van drones de laatste
tijd. Om bij de gewenste aanpassing van de regelgeving ook concrete ervaringen uit
de praktijk te kunnen betrekken, heb ik ILT en de Luchtvaartpolitie gevraagd een rapportage
op te stellen over de incidenten met drones het afgelopen jaar.