Vragen van het lid Mei Li Vos (PvdA) aan de Minister van Economische Zaken over aanhoudende
klachten over het telefoniebedrijf Pretium (ingezonden 17 december 2014).
Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 21 januari 2015)
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de berichtgeving over Pretium, dat nog steeds mensen belt
om abonnementen over te zetten zonder dat deze mensen dit zelf willen?1
Vraag 2
Is het waar dat Pretium zich niets aantrekt van het schriftelijkheidsvereiste, dat
sinds 13 juni 2014 van kracht is? Waarom is dit zo?
Antwoord 2
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt toezicht op de naleving van het schriftelijkheidsvereiste.
Het is aan de ACM als onafhankelijk toezichthouder om al dan niet onderzoek te doen
naar de feiten. De ACM doet geen mededelingen over individuele zaken. Wel heb ik van
de ACM vernomen dat zij in het kader van de handhaving van de nieuwe consumentenregels
die sinds 13 juni 2014 gelden, onderzoek doet naar de naleving van deze regels. Eén
van de onderwerpen daarbij is de naleving van het schriftelijkheidsvereiste.
Vraag 3 en 4
Is het waar dat ook KPN zich niets aantrekt van het schriftelijkheidsvereiste, dat
sinds 13 juni 2014 van kracht is?
Waarom werkt KPN kennelijk op deze manier mee aan deze gang van zaken? Waarom zegt
KPN hier niets aan te kunnen doen?
Antwoord 3 en 4
Het gaat in dit geval om een dienst (wholesale line rental – WLR), waarbij de nieuwe aanbieder naast overname van telefoonverkeer ook de telefoonaansluiting
op het netwerk van KPN overneemt. De aanbieders hebben in 2007 in samenspraak met
de voormalige Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit (OPTA) specifieke
afspraken gemaakt om het wisselen van aanbieder in het kader van WLR soepel te laten
verlopen. In deze WLR-afspraken is opgenomen dat in geval van twijfel over een overstapverzoek
door de oude aanbieder een wilsuiting van de consument bij de nieuwe aanbieder kan
worden opgevraagd. KPN heeft mij laten weten in het eerstkomende WLR-overleg van de
marktpartijen aan de orde te zullen stellen deze WLR-afspraken beter te laten aansluiten
bij de nieuwe consumentenwetgeving. Voorop staat uiteraard dat de nieuwe aanbieder
die de aansluiting overneemt zich bij het sluiten van een overeenkomst via de telefoon
aan het schriftelijkheidsvereiste houdt.
Vraag 5
Waarom is het schriftelijkheidsvereiste kennelijk niet van toepassing op het bedrijf
dat een klant kwijtraakt? Indien dit zo is, kunt u de wet op dit punt aanpassen, dan
wel KPN en andere telefoniebedrijven nogmaals wijzen op het schriftelijkheidsvereiste,
ook bij vertrek van een klant?
Antwoord 5
Het schriftelijkheidsvereiste van artikel 230v, zesde lid, van het Burgerlijk Wetboek
is een onderdeel van de op 13 juni 2014 in werking getreden Implementatiewet richtlijn
consumentenrechten. Het schriftelijkheidsvereiste geldt voor handelaren die potentiële
klanten een telefonisch aanbod doen voor het aangaan van een overeenkomst betreffende
het geregeld afleveren van diensten, de levering van water, gas, elektriciteit of
stadsverwarming. Alleen handelaren die potentiële klanten benaderen dienen zich aan
het nieuwe vereiste te houden. Reden hiervoor is dat met de invoering van het schriftelijkheidsvereiste
is beoogd consumenten te beschermen tegen het ongewild overgezet worden naar een nieuwe
aanbieder.
Ik ben niet voornemens om de wet aan te passen opdat ook handelaren die een klant
kwijtraken gehouden zijn zich aan een schriftelijkheidsvereiste te houden. De consument
wordt voldoende beschermd om te voorkomen dat hij ongewild aan een overeenkomst vastzit.
Na het telefonisch aanbod dient de handelaar het aanbod in schriftelijke of elektronische
vorm naar de consument te sturen.
Zolang de consument het aanbod niet door middel van een schriftelijke handtekening
of op elektronische wijze aanvaardt, komt er geen overeenkomst tot stand. Na de aanvaarding
van de overeenkomst heeft de consument een bedenktermijn van 14 dagen waarbinnen hij
zonder opgave van reden de overeenkomst kan opzeggen.
Daarnaast wil ik zo min mogelijk drempels opwerpen voor consumenten die willen overstappen
naar een andere handelaar (in dit geval in de zin van dienstverlener). Als de wet
ook een schriftelijkvereiste kent voor de handelaar die een klant kwijtraakt, kost
het de consument meer tijd en moeite om over te stappen.
Vraag 6
Kunt u de Autoriteit Consument en Markt (ACM) wijzen op het schriftelijkheidsvereiste?
Kunt u dit meenemen bij het prioriteitenoverleg dat u voert met de ACM? Wanneer gaat
u de ACM vragen om actie te ondernemen op dit onderwerp?
Antwoord 6
De ACM is volledig bekend met de nieuwe regels uit de richtlijn consumentenrechten,
in het bijzonder ook met het schriftelijkheidsvereiste.
De ACM doet geen mededelingen over individuele zaken. Wel heb ik van de ACM vernomen
dat zij in het kader van de handhaving van de nieuwe consumentenregels die sinds 13 juni
2014 gelden, onderzoek doet naar de naleving van deze regels. Eén van de onderwerpen
daarbij is de naleving van het schriftelijkheidsvereiste.