Vragen van het lid Marcouch en Hoogland (beiden PvdA) aan de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over voortdurende agressie tegen NS-personeel (ingezonden 18 december 2014).

Mededeling van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 13 januari 2015).

Vraag 1

Kent u het bericht «NS-personeel steeds vaker fysiek belaagd»?1

Vraag 2

Komen de cijfers in het genoemde bericht en de enquête over agressie tegen NS-personeel overeen met andere cijfers ten aanzien van de veiligheid van NS-personeel? Zo ja, over welke cijfers beschikt u in deze? Zo nee, waaruit bestaan de verschillen?

Vraag 3

Wat is uw mening over de uitkomst van de enquête dat 64 procent van het treinpersoneel het afgelopen jaar te maken heeft gehad met fysiek geweld?

Vraag 4

In hoeveel gevallen van agressie tegen NS-personeel is er het afgelopen jaar melding of aangifte gedaan? In hoeveel gevallen heeft dit tot vervolging geleid?

Vraag 5

Hoe lang wordt er door u – bijvoorbeeld in het kader van een Veilige Publieke Taak – of door de NS al gewerkt aan het tegengaan van agressie tegen treinpersoneel?

Vraag 6

Welke maatregelen zijn er genomen om de agressie tegen treinpersoneel te verminderen?

Vraag 7

Kunt u aangeven welke maatregelen effectief zijn en in welke mate?

Welke maatregelen worden er binnenkort nog genomen om de agressie tegen treinpersoneel terug te brengen?

Mededeling

Hierbij bericht ik u, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, dat de schriftelijke vragen van het lid Marcouch en Hoogland (beiden PvdA) over voortdurende agressie tegen NS-personeel (ingezonden 18 december 2014) niet binnen de gebruikelijke termijn kunnen worden beantwoord, aangezien nog niet alle benodigde informatie ontvangen is.

Ik streef ernaar de vragen zo spoedig mogelijk te beantwoorden.

Naar boven