Vragen van de leden Van Klaveren en Beertema (beiden PVV) aan de Ministers van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de voortgaande
islamisering van het universitaire onderwijs (ingezonden 8 januari 2014).
Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) mede namens de
minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 21 januari 2014).
Vraag 1
Bent u bekend met de uitnodiging «Multiculturele ontmoeting voor geneeskundestudentes
en hun moeder»?1
Antwoord 1
Ja. Het VU medisch centrum (VUmc) heeft op 11 januari jl. een bijeenkomst georganiseerd
voor vrouwelijke geneeskundestudenten en hun moeders. Ook andere vrouwelijke geïnteresseerden
waren welkom.
VUmc geeft aan dat de doorstroom van studentes van niet Nederlandse afkomst naar de
vervolgopleiding voor medisch specialisten gering is. Dat is jammer, omdat het vaak
om goede studentes gaat, met de potentie een goed medisch specialist te worden. Het
doel van de ontmoetingsdag was om deze studentes te laten kennismaken met twee vrouwelijke
rolmodellen en ze tijdig te informeren over de mogelijkheden voor specialisatie in
een vervolgopleiding. Daarnaast stond een aantal workshops op het programma over professionele
en culturele vraagstukken. Goede zorg heeft een belangrijk cultureel aspect: in Amsterdam
wordt zorg gegeven aan circa 40% patiënten van niet-Nederlandse origine, uit zeer
diverse culturen en met 175 nationaliteiten. VUmc wil al zijn studenten besef van
diverse culturele achtergronden meegeven, zodat ze later in de beroepspraktijk de
patiënt centraal kunnen stellen, op medisch en cultureel vlak. Dit helpt studenten
om te gaan met lastige dilemma’s in hun toekomstige beroepspraktijk.
Vraag 2
Deelt u de visie dat het meer dan triest is dat we geneeskundeworkshops in een Nederlandse
universiteit hebben waar de vraag centraal staat of mensen van het andere geslacht
wel behandeld kunnen worden? Zo neen, hoe duidt u deze islamitische vraag met betrekking
tot sekse-apartheid dan?
Vraag 3
Bent u het ermee eens dat in Nederland anno 2014 het onderzoeken van een persoon van
de andere sekse door geneeskundestudenten binnen de beroepsgroep algemeen aanvaard
is en bovendien een essentieel onderdeel van de beroepsvoorbereiding is? Zo neen,
waarom niet?
Antwoord 2 en 3
In de geneeskunde in Nederland, en dus ook in VUmc, helpen artsen eenieder, zonder
aanzien des persoons. Dat is ook in overeenstemming met de eed c.q. gelofte die artsen
afleggen. Net als praktiserende artsen, houden de geneeskundestudenten zich hier aan.
Zowel artsen als geneeskundestudenten mogen dus geen onderscheid maken naar de sekse
van patiënten. Ik vind het goed dat VUmc deze onderwerpen niet uit de weg gaat, maar
ze bespreekbaar maakt.
Vraag 4
In hoeverre erkent u de toenemende invloed van de islam op onder andere de Vrije Universiteit,
met haar islamitische gebedsruimte, halalvoedsel, islamitische geestelijk verzorger,
uitnodigingen in onder meer het Arabisch en workshops over islamitische sekse-apartheid
binnen de geneeskunde?
Antwoord 4
Een groeiende groep studenten in het Nederlands hoger onderwijs is moslim. Ik vind
het terecht dat de Vrije Universiteit en VUmc zich hiervan rekenschap geven. VUmc
leidt geneeskundestudenten op die verantwoordelijkheid willen dragen in onze pluriforme
samenleving. VUmc vindt het een profielkenmerk dat binnen zijn academische gemeenschap
ruimte bestaat om met elkaar in gesprek te gaan over de invloed van uiteenlopende
levensbeschouwingen op de uitoefening van de geneeskunde.
Vraag 5
Deelt u de mening dat er geen cent belastinggeld dient te worden verspild aan dit
soort multiculprojecten? Zo neen, waarom niet?
Antwoord 5
Nee, deze mening deel ik niet. Om studenten voor te bereiden op hun rol en verantwoordelijkheid
in onze pluriforme samenleving, organiseert VUmc op menig terrein activiteiten die
aanvullend zijn op de reguliere onderwijsactiviteiten. VUmc is vrij de middelen die
zij van de overheid krijgt in te zetten voor verdiepingsactiviteiten. Het past bij
de autonomie van onderwijsinstellingen om hierin een eigen afweging te maken, de instelling
heeft bestedingsvrijheid. Hierbij geldt als voorwaarde dat de uitgaven doelmatig en
rechtmatig zijn en dat zij gecontroleerd en goedgekeurd worden door een accountant.
Vraag 6
Welke maatregelen bent u voornemens te treffen tegen de voortgaande islamisering van
ons (universitaire) onderwijs?
Antwoord 6
Ik ben niet voornemens maatregelen te treffen. Als minister sta ik voor de kwaliteit
en de toegankelijkheid van het Nederlandse (hoger) onderwijs. Als de kwaliteit of
de toegankelijkheid van het onderwijs in het geding zijn, heb ik de mogelijkheid om
in te grijpen. In dit geval is er geen sprake van dat de kwaliteit of toegankelijkheid
van het onderwijs in het geding zijn. Het onderwijs is en blijft toegankelijk voor
mannelijke en vrouwelijke studenten en daarom niet in strijd met de wet. Het staat
VUmc vrij om op deze wijze invulling te geven aan een bijeenkomst, met respect voor
de culturele diversiteit van de studentenpopulatie. De eerbiediging van de vrijheid
van godsdienst en het respecteren van ieders geloofsovertuiging zijn fundamentele
waarden van onze samenleving.