Vragen van het lid Kuiken (PvdA) aan de Ministers van Infrastructuur en Milieu en
van Veiligheid en Justitie over de recidive van verkeersovertreders die een verplichte
verkeerscursus hebben gevolgd (ingezonden 6 september 2013).
Antwoord van Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu),
mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie (ontvangen 27 september 2013).
Vraag 1
Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat een kwart van de automobilisten die
vanwege een ernstige overtreding verplicht op gedragscursus moeten, binnen twee jaar
weer in de fout gaat? Zo ja, kunt u dit toelichten en aangeven welk recidivepercentage
u wel aanvaardbaar vindt?1
Antwoord 1
Ik streef naar zo laag mogelijke recidivepercentages. Mede daarom zijn eind 2008 de
Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (LEMA) en de Educatieve Maatregel Gedrag
(EMG) geïntroduceerd. De doelstelling van deze verkeersgedragsmaatregelen is respectievelijk
het voorkomen dat een deelnemer opnieuw onder invloed van alcohol deelneemt aan het
verkeer, dan wel opnieuw risicovol rijgedrag vertoont (het opnieuw begaan van grote
snelheidsovertredingen of het vertonen van hinderlijk of gevaarlijk gedrag op de weg
of bumperkleven). Uit de tussenrapportage van het WODC over de LEMA- en EMG-deelnemers
uit 2009 blijkt dat van 13,1% van de LEMA-deelnemers en van 14,4% van de EMG-deelnemers
is geconstateerd dat zij opnieuw eenzelfde verkeersdelict begingen. Daarnaast heeft
een deel van de LEMA- en EMG-deelnemers andere verkeersdelicten gepleegd dan in hun
uitgangszaken (ik verwijs naar mijn antwoord op vraag 4). Daardoor tellen de totale
geconstateerde verkeersrecidivepercentages voor beide groepen op tot bijna 25%.
Deze maatregelen worden regelmatig geëvalueerd en bijgesteld om ze zo effectief mogelijk
te maken. Zo is de EMG begin 2013 drastisch aangepast op basis van eerdere evaluaties.
De EMG is nu meer toegespitst op daadwerkelijk begane overtredingen waardoor we verwachten
dat de EMG effectiever geworden is. De WODC rapportage heeft dus betrekking op een
EMG die niet meer in deze vorm bestaat.
Vraag 2
Hoe verhoudt de conclusie in het rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum
(WODC), dat een kwart van de cursusdeelnemers binnen twee jaar in de oude fouten vervalt,
zich tot andere recidivecijfers van verkeersovertredingen van vergelijkbare zwaarte?
Antwoord 2
Het effect van de gedragsmaatregelen wordt door het WODC gemeten door de recidive
door de deelnemers af te zetten tegen de recidive door personen in een controlegroep
die de gedragsmaatregelen niet hebben gevolgd omdat de educatieve maatregelen nog
niet bestonden. Deze personen hebben dus vergelijkbare delicten gepleegd als de deelnemers
van de EMG/LEMA.
Het WODC geeft in de tussenrapportage over de LEMA- en EMG-deelnemers uit 2009 aan
dat de cijfers slechts een eerste indicatie opleveren van de mogelijke effecten van
de verkeersgedragsmaatregelen en dat voorzichtigheid is geboden bij de interpretatie
ervan. Het blijkt dat de recidivepercentages van de LEMA-deelnemers lager liggen dan
in de vergelijkingsgroep. Ik vind dat een hoopvolle ontwikkeling.
De conclusie met betrekking tot de EMG-recidivisten is niet eenduidig; vooralsnog
ziet het WODC weinig verschil met de vergelijkingsgroep. Dit kan mogelijk deels verklaard
worden doordat de groep EMG-deelnemers gemiddeld vaker met justitie in aanraking is
geweest en vooral bestond uit jonge mannen vergeleken bij de controlegroep. De kans
op recidive is bij deze personen al bovengemiddeld. Ook kunnen mensen uit de controlegroep,
die tussen 2002–2006 een delict hebben begaan) hun gedrag hebben aangepast door andere
maatregelen of campagnes.
Het WODC kijkt in vervolgstudies naar de factoren die bepalend geweest kunnen zijn
voor verschillen in de recidive.
Vraag 3
Kunt u toelichten hoe groot de genoemde type recidive is over een tijdspanne van vijf
jaar?
Antwoord 3
Gegevens over recidive door de deelnemers aan de LEMA- en EMG-groepen over een tijdspanne
van vijf jaar zijn nog niet bekend aangezien daarvoor te weinig tijd is verstreken.
Pas in 2014 is voor de eerste deelnemers de vijf jaar verstreken. De actuele verwachting
is dat de eerstvolgende tussenrapportage van het WODC in 2016 beschikbaar zal zijn
en het eindrapport in 2021.
Vraag 4
Kunt u aangeven in welke mate er sprake is van andere soorten verkeersovertredingen
binnen deze groep van recidivisten?
Antwoord 4
Uit het WODC rapport blijkt dat 10,3% van de LEMA-deelnemers recidiveerde met een
andersoortig verkeersdelict. Van de EMG-deelnemers recidiveerde 9,2% met een andersoortig
verkeersdelict.
Vraag 5
Kunt u aangeven welke extra stappen u bereid bent te zetten om deze recidive, en andere
veelvoorkomende recidive bij notoire verkeersovertreders, verder terug te dringen?
Antwoord 5
Nadat het WODC meerdere jaren onderzocht zal hebben, zal blijken of de recidivepercentages
zich gunstig ontwikkelen. Ondertussen blijft het CBR, in samenwerking met mijn departement,
voortdurend werken aan het optimaliseren van deze gedragsmaatregelen.