Vragen van de leden Rebel en Marcouch (beiden PvdA) aan de Minister van Veiligheid
en Justitie over het bericht dat de Politie de groei van xtc-labs niet kan bijbenen
(ingezonden 1 november 2013).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 20 december 2013)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 695
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat de politie de snelle groei van xtc-labs
niet kan bijbenen?1
Vraag 2
Hoe groot is die snelle groei? Wat is volgens u de reden van de grote groei van het
aantal xtc-labs? Zijn er andere Europese landen die ook kampen met een groei van het
aantal xtc-labs? Zo ja, welke landen zijn dat en hoe groot is die groei?
Antwoord 2
Er is de laatste jaren een groei te zien in het aantal aangetroffen laboratoria. In
2012 werden 20% meer laboratoria aangetroffen dan in 2011 (29 in 2012 en 24 in 2011)
en 2013 zal naar verwachting een stijging van 40% laten zien ten opzichte van 2012
(tot 11 november 2013 zijn er 40 laboratoria aangetroffen).
Of er daadwerkelijk over een groei gesproken kan worden of dat er slechts meer laboratoria
zijn aangetroffen, valt op basis van de nu beschikbare informatie niet te zeggen.
Ten slotte zijn alleen de cijfers van België mij op dit moment bekend en ook daar
is een stijging van het aantal aangetroffen laboratoria waarneembaar.
Vraag 3, 4, 5 en 8
Is het waar dat de politie slechts vier personen in dienst heeft die de xtc-labs kunnen
ontmantelen? Zo ja, is het waar dat deze vier personen het werk niet aankunnen?
Als de vier opgeleide agenten de grote groei van xtc-labs niet kunnen bijbenen, worden
zij dan in de praktijk bijgestaan door agenten die niet gespecialiseerd zijn in het
ontmantelen van xtc-labs? Zo ja, hoe ziet die ondersteuning eruit?
Is het waar dat de meeste agenten niet weten hoe ze moeten omgaan met gevaarlijke
chemicaliën? Deelt u de mening dat de gezondheid en veiligheid van de agenten gevaar
lopen als niet-gespecialiseerde agenten zich bezighouden met de aanpak en ontmanteling
van xtc-labs? Zo ja, hoe gaat u de gezondheid en veiligheid van de agenten waarborgen?
Is het waar dat de vier specialisten elk 400 overuren hebben staan? Zo ja, deelt u
de mening dat de druk op de vier gespecialiseerde agenten dusdanig groot is dat dit
gevolgen kan hebben voor hun gezondheid? Zo ja, wat gaat u doen om de werkdruk bij
deze vier specialisten af te laten nemen?
Antwoord 3, 4, 5 en 8
Door de specifieke aard van de werkzaamheden bij het ontmantelen van laboratoria en
het vereiste specialistische kennisniveau worden deze werkzaamheden altijd en alleen
verricht door de specialisten van de Landelijke Faciliteit ondersteuning Ontmantelen
(LFO) van de landelijke eenheid van de politie. Daar zijn vooralsnog vier specialisten
in dienst. Het klopt dat deze specialisten recent veel overuren hebben moeten maken
door het aantal operationele inzetten. Inmiddels zijn er maatregelen genomen om de
belasting van deze medewerkers te verlichten. Zo wordt, voornemens in 2014, de specialistische
capaciteit uitgebreid, het administratieve proces efficiënter ingericht en worden
bepaalde taken beter over de politieorganisatie verspreid.
Met hoeveel fte het nodig is de specialistische capaciteit uit te breiden wordt op
dit moment bezien.
Vraag 6
Zijn er gevallen bekend waarbij het ontmantelen van een xtc-lab tot gezondheidsschade
bij politieagenten heeft geleid? Zo ja, hoe vaak is dat gebeurd en wat was de aard
en de ernst van die schade?
Antwoord 6
Er zijn geen gevallen bekend waarbij het ontmantelen van een xtc-lab tot gezondheidsschade
bij politieagenten heeft geleid.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het ontmantelen van xtc-labs niet een politietaak is en dat
dit beter door beter geëquipeerde externe bedrijven gedaan kan worden? Zo ja, in hoeverre
worden die bedrijven nu al betrokken bij de ontmantelingen en wat gaat u verder doen
om dit te bevorderen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
De specialisten van de LFO hebben de kennis en het expertiseniveau om deze werkzaamheden
goed uit te voeren. Dat neemt niet weg dat de LFO bij haar werkzaamheden vaak gebruik
maakt van de aanvullende kennis en kunde van gespecialiseerde externe bedrijven.
Vraag 9
Deelt u de mening dat als stoffen die alleen gebruikt kunnen worden voor de vervaardiging
van chemische drugs (waaronder XTC of amfetamines) verboden zouden zijn, daarmee het
opzetten van drugs-laboratoria moeilijker wordt? Zo ja, wat is de stand van zaken
ten aanzien van het verbieden van APAAN? Hoe ver bent u inmiddels met het in EU-verband
bepleiten dat APAAN op de lijst met geregistreerde stoffen komt te staan? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 9
De onderhandelingen met betrekking tot de wijziging van EU-Verordening 273/2004 betreffende
drugsprecursoren zijn afgerond. APAAN staat nu op de EU Voluntary Monitoring List,
maar zal met de wijziging van de genoemde EU-Verordening een geregistreerde stof van
categorie 1 worden. Hierdoor is voortaan een vergunning vereist om deze stof voorhanden
te hebben of in de handel te brengen. In dat geval geldt er ook een meldplicht voor
verdachte transacties. Het wachten is nog op de inwerkingtreding van de gewijzigde
EU-Verordening. Maatregelen als deze leveren zeker een bijdrage om drugs-laboratoria
te dwarsbomen, maar de ervaring met eerdere internationale tegenhoud- en bestrijdingsstrategieën
leert dat criminelen in reactie op de schaarste van traditionele precursoren blijven
zoeken naar alternatieve grondstoffen en productiemethoden.
X Noot
1«Politie kan snelle groei van xtc-labs niet bijbenen», Algemeen Dagblad, 31 oktober
2013