Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014708

Vragen van de leden Schouw en Sjoerdsma (beiden D66) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Buitenlandse Zaken over de activiteiten en het toezicht op de Europese geheime dienst IntCen (ingezonden 20 november 2013).

Antwoord van Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen 29 november 2013)

Vraag 1

Bent u bekend met het Eurowob verzoek tot informatie over de geheime Europese dienst EU Intelligence Analysis Centre (Intcen) aan de Europese dienst voor extern optreden (EDEO)?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat lidstaten vrijwillig inlichtingen doorgeven aan IntCen en wat is de aard van deze inlichtingen?

Antwoord 2

Ja.

Uitgezonden medewerkers van civiele Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van diverse EU-lidstaten werken als analist samen met Europese ambtenaren in het EU Intelligence Centre (IntCen). Het IntCen is opgericht om op basis van de inlichtingen van de diverse lidstaten strategische analyses te maken ten behoeve van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid en op het gebied van terrorismebestrijding.

IntCen is geen inlichtingendienst, beschikt niet over bijzondere bevoegdheden en ontplooit dus zelf geen inlichtingen verwervende activiteiten. IntCen verwerkt ook geen persoonsgegevens, maar richt zich uitsluitend op het opstellen van strategische analyses.

De contributies uit de lidstaten worden op vrijwillige basis verstrekt. Het IntCen stuurt vragen (requests for information)naar de lidstaten, zowel naar de ministeries van Buitenlandse Zaken als naar de respectievelijke inlichtingen- en veiligheidsdiensten. De informatie die gedeeld wordt is te kenschetsen als analytisch materiaal, waarin beschikbare intelligence, voor zover een toeleverende dienst die kan of wil vrijgeven, is verwerkt. Deze component bepaalt de rubricering van de verstrekte informatie.

Vraag 3

Wat is de wettelijke basis voor de organisatie en de activiteiten van IntCen?

Antwoord 3

IntCen is kort na de aanslagen van 9/11 opgericht door de Raad als organiek onderdeel van het Raadssecretariaat. De naam was toen EU SITCEN (EU Situation Centre, in het Nederlands «situatiecentrum van de Europese Unie»). In het Besluit van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en de werking van de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30), wordt in artikel 4, derde lid, sub a, derde streepje, bepaald dat EU SITCEN deel is gaan uitmaken van de Europese dienst voor extern optreden, onder het rechtstreekse gezag en de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de Hoge Vertegenwoordiger. Bij intern besluit van medio maart 2012 is EU SITCEN van naam veranderd en heet sindsdien EU IntCen. De kerntaken inzake het opstellen van strategische analyses zijn echter niet veranderd.

Gelet op het feit dat SitCen uitsluitend strategische analyses opstelt, geen persoonsgegevens verwerkt, geen eigen inlichtingen verwerft en dat informatie uit de lidstaten slechts op basis van vrijwilligheid wordt verstrekt, was de Raad van mening dat voor de oprichting van SitCen geen bijzonder rechtsbasis was vereist, doch dat SitCen kon worden opgericht zoals ieder organiek onderdeel van het Raadssecretariaat wordt opgericht. Hier kwam nog bij dat het de SitCen als organiek onderdeel van de Raad aan dezelfde regels en juridische controle was onderworpen als de Raad en het Raadssecretariaat. Deze situatie is met de overgang van SitCen naar de Europese dienst voor extern optreden niet veranderd, met dien verstande dat SitCen uitdrukkelijk is genoemd in het hiervoor geciteerde Raadsbesluit als één van de diensten die overgaan naar de Europese dienst voor extern optreden.

Vraag 4

Wat is de formele juridische status van IntCen? Hoe verhoudt de juridische status van IntCen zich tot de juridische status van de EDEO?

Antwoord 4

Zoals hiervoor aangegeven, maakt IntCen integraal onderdeel uit van de EDEO, en valt daarmee binnen hetzelfde juridische kader. Dit houdt met name in dat alle regels voor de bescherming van persoonsgegevens zoals deze gelden voor de EU instellingen volledig van toepassing zijn op IntCen. Tevens is de Europese data protection controller bevoegd toezicht uit te oefenen.

Bovendien zijn ook alle andere regels die normaliter van toepassing zijn op de Europese instellingen, volledig van toepassing op IntCen. Deze regels omvatten de bepalingen inzake toegang tot documenten, het financieel reglement, de regels inzake personeelsbeleid (inclusief de ethische normen voor EU personeel). Alle rechtsmiddelen welke normaliter open staan tegen besluiten van Europese instellingen, staan ook open tegen de handelingen van IntCen als onderdeel van de EDEO. De Europese ombudsman alsmede het Europees Hof van Justitie zijn volledig bevoegd de wettelijkheid van de handelingen van IntCen te controleren.

Vraag 5

Met welke partijen deelt IntCen haar verzamelde inlichtingen en analyses?

Antwoord 5

De analyses van IntCen worden gedeeld met de lidstaten van de Europese Unie, en met relevante beleidsmakers binnen de Europese Commissie, EDEO en in voorkomende gevallen de Raad, mits deze medewerkers in bezit zijn van de benodigde «clearance» die wordt afgegeven door de lidstaten zelf.

Vraag 6

Maakt IntCen gebruik van informatie en analyses van de Nederlandse inlichtingen-en veiligheidsdiensten? Zo ja, hoe wordt er door het parlement, de rechterlijke macht, deskundigen of andere mogelijke vormen, toezicht gehouden op IntCen?

Antwoord 6

Ja, Nederland is één van de lidstaten die inlichtingenanalyses verstrekt aan het IntCen. Er is een AIVD medewerker permanent gedetacheeerd bij IntCen in Brussel. Er is een beveiligde digitale verbinding met deze AIVD-medewerker zodat dagelijks contact tussen de AIVD en IntCen mogelijk is.

Voor elk van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten die inlichtingenanalyses delen met IntCen geldt hun eigen wettelijk kader en toezicht mechanisme. In het geval van Nederland wordt de informatie die gedeeld wordt met IntCen vergaard binnen de kader van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (Wiv2002) en onder het toezicht van de onafhankelijke Commissie betreffende de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (de CTIVD).

Vraag 7

Hoe verhoudt IntCen zich tot de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten?

Antwoord 7

IntCen is één van de afnemers van inlichtingenanalyes van de AIVD en de analyses van IntCen worden gedeeld met de AIVD.

Vraag 8

Heeft het Hof van Justitie bevoegdheden in het geval dat de activiteiten van de inlichtingendienst IntCen buiten het mandaat gaan, of niet binnen de rechtsgrond van de EU-wetgeving vallen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 8

Zie het antwoord op vraag 4.

Vraag 9

Verwerkt IntCen persoonsgegevens in het kader van zijn inlichtingenactiviteiten? Is het IntCen toegestaan persoonsgegevens te verwerken? Zo ja, onder welke voorwaarden? Zo ja, hoe is het toezicht op de verwerking van persoonsgegevens georganiseerd?

Antwoord 9

Zie ook het antwoord op de vragen 2 en 4.

Vraag 10

In hoeverre is IntCen gebonden aan privacyregelgeving van de Europese Unie?

Antwoord 10

Zoals in het antwoord op de vragen 4 is aangegeven, is alle Europese regelgeving inzake privacybescherming volledig van toepassing op IntCen.