Vragen van het lid Kerstens (PvdA) aan de Ministers van Veiligheid en Justitie en
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de brandveiligheid van windmolens in Nederland
(ingezonden 8 november 2013).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) mede namens de Minister van
Sociale Zaken en werkgelegenheid (ontvangen 27 november 2013)
Vraag 1
Kent u het bericht «Windmolens zijn in ons land onvoldoende beveiligd tegen brand»?1
Vraag 2
Wat is uw reactie op de stelling van experts dat de brandveiligheid van windmolens
niet optimaal is? Op welke wijze kan de brandveiligheid van windmolens volgens u verbeterd
worden?
Antwoord 2
De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW) is in opdracht van het
Openbaar Ministerie een onderzoek gestart naar de brand in de windturbine in Ooltgensplaat.
De Inspectie SZW werkt hierbij samen met het NFI (Nederlands Forensisch Instituut)
en de Politie (Forensische Opsporing). De Veiligheidsregio Rotterdam- Rijnmond stelt
eveneens een onderzoek in. Dit onderzoek is met name gericht op de oorzaak en het
verloop van de brand en op de repressieve mogelijkheden voor de brandweerinzet. Op
basis van de uitkomsten van de onderzoeken zal worden bezien of de brandveiligheid
van windmolens verbetering behoeft en zo ja op welke wijze dit gerealiseerd zal worden.
Vraag 3
Wat is uw reactie op de stelling van experts dat het onderhoudspersoneel beter getraind
moet worden over hoe om te gaan met noodsituaties? Hoe kijkt u aan tegen het voorstel
om de trainingen te harmoniseren zodat voor windmolens op het land dezelfde regels
gaan gelden als voor windmolens in de offshore industrie?
Antwoord 3
Krachtens de Arbowet gelden voor werknemers die werkzaamheden verrichten op of aan
windmolens op land dezelfde eisen als voor windmolens in de offshore industrie.
De sector windenergie verplicht voor werkzaamheden aan installaties op windparken
aan land en offshore een BHV-opleiding, een Redding op hoogte certificaat en een VCA
certificaat.
De bovengenoemde onderzoeken kunnen bijdragen aan het verder verbeteren van de opleidingen
en trainingen voor noodsituaties.
Vraag 4
Wat is uw reactie op de stelling van experts dat bij het afgeven van vergunningen
voor windmolens meer aandacht gegeven moet worden aan brandveiligheid? Welke regels
gelden er momenteel voor het afgeven van vergunningen? Welke mogelijkheden ziet u
om hierbij meer aandacht te geven aan brandveiligheid?
Antwoord 4
De veiligheid, waaronder ook de brandveiligheid, van een windmolen is geregeld in
Europese productregelgeving. Voor het afgeven van een omgevingsvergunning voor de
activiteit bouwen gelden hierop geen aanvullende brandveiligheidsvoorschriften.
Voor het in werking hebben van windturbines, ongeacht of een omgevingsvergunning nodig
is, gelden ten behoeve van het voorkomen van risico’s voor de omgeving en ongewone
voorvallen de algemene eisen van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling
milieubeheer. Windturbines moeten voldoen aan de veiligheidseisen opgenomen in NEN-EN-IEC
61400–2 en NVN 11400–0. In de NVN 11400–0 zijn eisen opgenomen aan de brandwerendheid
van de windturbine. Ook kan de locatie van de turbine nabij andere activiteiten of
installaties bepalend zijn voor de omgevingsrisico’s. Hierbij wordt opgemerkt dat
in het kader van de ruimtelijke ordening rekening kan worden gehouden met de aard
van een omgeving of gebied en het gewenste dan wel feitelijke gebruik daarvan.
De veiligheid van onderhoudspersoneel in geval van brand is geregeld op grond van
de Arbowet.
Zoals gesteld in antwoord 2 zal op basis van de resultaten van de onderzoeken worden
bezien of de brandveiligheid van windmolens verbetering behoeft en zo ja op welke
wijze dit gerealiseerd zal worden.
Vraag 5
Welke maatregelen heeft de sector zelf al opgenomen in de arbo-catalogus met betrekking
tot brandveiligheid? Is dit volgens u voldoende? Zo nee, bent u bereid om hierover
met de sector in overleg te treden?
Antwoord 5
De maatregelen die de sector zelf heeft genomen zijn opgenomen in de Arbocatalogus
Windenergiebedrijven (www.windenergiebedrijven.dearbocatalogus.nl
). Hierin staan onder andere opleidingseisen, trainingseisen en richtlijnen voor werkprocedures.
Ook de sector is in afwachting van de onderzoeken van de Inspectie SZW en de Veiligheidsregio
Rotterdam Rijnmond en zal zo nodig aanvullende maatregelen nemen. Dat zal in overleg
gaan tussen de sector en de betrokken ministeries.
Vraag 6
Bent u bereid om de Kamer op de hoogte te stellen van de uitkomsten van het onderzoek
van de brandweer van Rotterdam naar hoe de fatale afloop van de brand in Ooltgensplaat
voorkomen had kunnen worden en van uw reactie op deze uitkomsten?
Vraag 7
Wilt u deze vragen beantwoorden voor het Algemeen overleg over arbeidsomstandigheden
op 28 november 2013?