Vragen van het lid Siderius (SP) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het afwijzen van een maximale uitkeringsduur in de bijstand (ingezonden 17 oktober 2013).

Antwoord van Staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 20 november 2013).

Vraag 1

Bent u bereid om de plannen van de gemeente Amsterdam om een onderzoek te starten naar een maximale uitkeringsduur in de bijstand af te wijzen? Zo nee, waarom niet?1

Antwoord 1

Op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) is het niet toegestaan vooraf een maximale uitkeringsduur aan het recht op bijstand te verbinden. Uit navraag volgt dat het college van de gemeente Amsterdam voornemens was te onderzoeken of het mogelijk is de uitkeringsduur te maximeren en te koppelen aan de verwachte termijn voor uitstroom van de uitkeringsgerechtigde. Inmiddels heeft het college dit onderzocht en geconcludeerd dat dit zich slecht verhoudt met de wet.

Vraag 2, 4

Deelt u de mening dat het principieel onjuist is om een uitkeringsduur te verbinden aan het laatste sociale vangnet dat we in Nederland hebben? Kunt u dat uitgebreid toelichten?

Kunt u uiteenzetten hoe deze plannen van de gemeente Amsterdam zich verhouden tot de Grondwet waarin is opgenomen dat Nederlanders die niet in hun bestaan kunnen voorzien een bij de wet te regelen recht op bijstand hebben van overheidswege? Kunt u dat toelichten?2

Antwoord 2, 4

In de artikel 20, derde lid, van de Grondwet is bepaald dat Nederlanders hier te lande, die niet in het bestaan kunnen voorzien, een bij wet te regelen recht op bijstand hebben van overheidswege. Bedoeld recht op bijstand, dat nader is ingevuld in artikel 11 van de WWB, impliceert de plicht van het college in voorkomende gevallen bijstand te verlenen. Een wettelijke beperking van de uitkeringsduur van het recht op bijstand zou hiermee in strijd zijn. In hoeverre de belanghebbende niet kan voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan is ter beoordeling aan het college. Het college stemt de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende.

Vraag 3

Op welke wijze zouden bijstandsgerechtigden in hun inkomen moeten voorzien op het moment dat de maximale uitkeringsduur is verstreken?

Antwoord 3

De in de vraag beschreven situatie is, gelet op het antwoord op vraag 2 en 4, niet aan de orde.


X Noot
1

Begroting 2014, gemeente Amsterdam, pagina 76

X Noot
2

Grondwet, artikel 20, lid 3

Naar boven