Vragen van het lid Sjoerdsma (D66) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van
Economische Zaken over de geschillenbeslechting tussen Zimbabwe en Nederlandse ondernemers
(ingezonden 23 oktober 2013).
Antwoord van Minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) mede
namens de Ministers van Buitenlandse en Economische Zaken (ontvangen 19 november 2013)
Vraag 1
Herinnert u zich de kabinetsreactie van 19 februari 2010 op de brief die de Kamer
ontving van Dutch Small Investors Association (DSIA) over Nederlandse ondernemers
in Zimbabwe?1
Vraag 2, 3 en 4
Welke resultaten heeft Nederland geboekt via de hooflijnen diplomatieke druk, internationale
aandacht, informatie inwinnen en dialoog met de gedupeerde investeerders en de aanstelling
van een gezant?2
Kunt u een overzicht geven van de huidige stand van zaken omtrent de geschillenbeslechting
tussen Zimbabwe en Nederlandse ondernemers naar aanleiding van de onteigening van
bezit van Nederlandse ondernemers in de periode 2001–2002?
Wat doet u op dit moment om dit geschil tot een oplossing te brengen? Wanneer wordt
hier een oplossing in verwacht?
Antwoord 2, 3 en 4
Zimbabwe is in 2009 door een arbitrage-tribunaal, opgericht onder auspiciën van het
ICSID van de Wereldbank (International Centre for the Settlement of Investment Disputes), veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan elf Nederlandse boeren,
die zich na de periode van het witte minderheidsregime van Rhodesië in Zimbabwe hebben
gevestigd en zijn getroffen door landonteigeningen. Zimbabwe zal deze bindende uitspraak
en de bilaterale investeringsbeschermingsovereenkomst (IBO) tussen Nederland en Zimbabwe,
op basis waarvan de uitspraak is gedaan, moeten respecteren. Zimbabwe heeft eerder
aangegeven, bij monde van toenmalig minister van Financiën Biti, gehoor te willen
aan de uitspraak. Ondanks herhaaldelijk contact op verschillende niveaus heeft de
Zimbabwaanse belofte om een betalingsvoorstel te doen nog geen gevolg gekregen. De
investeerders kunnen proberen om genoegdoening af te dwingen door beslag te leggen
op (buitenlandse) vermogensbestanddelen van Zimbabwe.
De DSIA-zaak is een prioritair dossier in de Nederlandse relatie met Zimbabwe, voor
zowel het kabinet als de Nederlandse ambassade in Harare. Op grond van de investeringsbeschermingsovereenkomst
oefent de Nederlandse overheid politieke druk uit op de Zimbabwaanse overheid om over
te gaan tot betaling van de openstaande compensatie. De Nederlandse inzet kent drie
invalshoeken: bilateraal met de Zimbabwaanse overheid, bij internationale fora en
door te assisteren bij dialoog tussen de Nederlandse boeren en de Zimbabwaanse overheid
via een speciale gezant. Internationaal draagvlak voor de Nederlandse opstelling is
van groot belang. Waar mogelijk trekt Nederland samen op met landen met vergelijkbare
zorgen. Ook nu president Mugabe is herkozen en er een nieuw kabinet benoemd is, zal
Nederland zich hiervoor blijven inzetten.
Onlangs is de kwestie aan bod gekomen tijdens een onderhoud tussen de nieuwe Nederlandse
ambassadeur in Harare en President Mugabe. De ambassadeur heeft hierop een persoonlijk
onderhoud aangevraagd met de meest betrokken ministers uit het nieuwe kabinet van
Zimbabwe. Afhankelijk van deze gesprekken wordt bepaald welke interventies wenselijk
zijn. Nederland zal op gepaste momenten zowel openlijk als en marge aandacht blijven
vragen voor deze erkende claim van de Nederlandse investeerders.
Vraag 5
Vindt u dat de problematiek via de route van het International Centre for the Settlement
of Investment Disputes (ICSID) dient te verlopen, of via arbitrage op basis van de
Investeringsbeschermingsovereenkomst (IBO)? Hoe verhoudt de nadruk op «mediatie» in
vreedzame geschillenbeslechtingen zich met een ICSID-procedure?
Antwoord 5
Arbitrage op basis van de IBO, onder auspiciën van ICSID, heeft reeds plaatsgevonden.
Als resultaat daarvan is Zimbabwe veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding
(zie het antwoord op vraag3.
De investeringsbeschermingsovereenkomst (IBO) tussen Nederland en Zimbabwe schrijft
voor dat partijen bij een dispuut in eerste instantie op een «vriendschappelijke»
manier tot een oplossing moeten komen. Wanneer dat niet lukt binnen zes maanden, kan
het geschil, indien de investeerder dit wenst, worden ingediend bij ICSID, waarbij
tot een schikking wordt gekomen via zogenaamde «verzoening» (conciliation) of arbitrage.
Vraag 6
Klopt het dat KLM weer naar Zimbabwe vliegt, dat Nederland ontwikkelingssamenwerking
met Zimbabwe heeft hervat en dat Nederland investeerders aanmoedigt om in Zimbabwe
zaken te doen? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot de onopgeloste compensatie van Nederlandse
ondernemers wier bezittingen onteigend werden?
Antwoord 6
Er is geen sprake van hervatting van ontwikkelingssamenwerking met Zimbabwe.
Als een Nederlands bedrijf zich aandient bij de Nederlandse ambassade in Harare, geeft
deze een objectief beeld van de kansen en risico’s van ondernemen in Zimbabwe, de
bescherming van investeringen is daar een belangrijk onderdeel van. Het is de afweging
van de bedrijven zelf om al dan niet in een land te investeren. Dat geldt ook voor
KLM, dat naar Zimbabwe vliegt.