Vragen van het lid Rebel (PvdA) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over het bericht dat een standaard screening bij vrouwen met een botbreuk
in veel gevallen huiselijk geweld kan voorkomen (ingezonden 18 oktober 2013).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
14 november 2013)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat een standaard screening bij vrouwen met
een botbreuk in veel gevallen huiselijk geweld kan voorkomen?1
Vraag 2
Is het waar dat één op de acht vrouwen die in Nederland terecht komt bij de spoedeisende
hulp is mishandeld door haar partner, en dat artsen op deze afdelingen partnermishandeling
zelden herkennen? Zo ja, waar ligt dat aan? Zo nee, waar blijkt dat uit?
Antwoord 2
De Canadese onderzoekster heeft in het onderzoek2 alleen gekeken naar vrouwen met botbreuken. Zij heeft hiervoor gegevens verzameld
van drieduizend vrouwen voornamelijk uit Canada en de VS. Ook vrouwen uit Denemarken,
India en Nederland deden mee. In Nederland waren het AMC en het OLVG betrokken bij
het onderzoek. Eén op de acht vrouwen die in Nederland met botbreuken op de spoedeisende
hulp terechtkomt, is mishandeld door haar partner. Het is mij niet bekend in hoeveel
van deze gevallen Nederlandse artsen partnermishandeling herkennen.
Vraag 3
Wist u dat een op de vijf vrouwen in de loop van hun leven te maken krijgt met geweld
van de (ex-)partner, en dat vrouwen door angst, schaamte en schuldgevoelens mishandeling
niet graag toegeven? Zo ja, deelt u de opvatting dat orthopedische chirurgen en traumachirurgen
vaker moeten doorvragen, indien een vrouw zich met een botbreuk meldt?
Antwoord 3
Ja, dat is mij bekend. Daartoe is sinds 1 juli 2013 de meldcode verplicht voorgeschreven.
Niet alleen orthopedische chirurgen en traumachirurgen, maar alle professionals in
de sectoren van de meldcode huiselijk geweld dienen (beter) te signaleren en de stappen
van de meldcode te zetten. Hierbij hoort ook een gesprek met de cliënt waarin wordt
doorgevraagd naar de oorzaak van eventueel letsel.
Vraag 4
Bent u van mening dat vrouwen die met een botbreuk op de afdeling spoedeisende hulp
komen standaard gecontroleerd zouden moeten worden op huiselijk geweld? Zo ja, op
welke wijze kan een dergelijke standaard controle het beste geïmplementeerd worden?
Antwoord 4
Ik laat het oordeel of specifiek voor slachtoffers van botbreuken een aparte screening
nodig is over aan de branche- en beroepsorganisaties. Ik heb daarom de Koninklijke
Nederlandse Maatschappij voor Geneeskunst (KNMG) geattendeerd op het onderzoek waarop
het artikel in het Brabants Dagblad gebaseerd is.
Ik wil voorkomen dat er voor verschillende typen letsel, (onnodig) verschillende procedures
ontstaan. Daarom richt ik mij met de wet meldcode en het Plan van aanpak GIA in opleidingen
op alle vormen van geweld in huiselijke kring. Ik vertrouw erop dat professionals
hierdoor, ook bij afdelingen spoedeisende hulp, alerter worden op signalen van partnergeweld,
zoals botbreuken.
Vraag 5
Is het waar dat orthopedische chirurgen en traumachirurgen in hun opleiding niet leren
hoe zij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling kunnen herkennen? Bent
u bereid het competentieprofiel van deze specialistenopleidingen te laten aanpassen,
opdat huiselijk geweld en kindermishandeling hierin een plaats krijgt? Zo ja, per
wanneer kan dit gerealiseerd worden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Met mijn plan van aanpak GIA in opleidingen stimuleer ik dat opleidingen structureel
aandacht besteden aan Geweld in Afhankelijkheidsrelaties, waaronder partnergeweld.
Hierin worden ook de medische basisopleidingen meegenomen. Alle artsen, waaronder
orthopeden en traumachirurgen, volgen een medische basisopleiding.
Het Raamplan artsenopleidingen beschrijft de landelijke eindtermen van de basisopleiding
tot arts. Daarin wordt op dit moment niet expliciet ingegaan op het onderwijs met
betrekking tot het signaleren van (kindermishandeling en) huiselijk geweld. De KNMG
zet zich er voor in om dit onderwerp in het curriculum te krijgen. Daarnaast heeft
de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) de basisopleidingen voor beroepen in de
gezondheidszorg aanbevolen om huiselijk geweld en kindermishandeling op te nemen in
basisopleidingen. In 2014 gaat de IGZ na of deze aanbeveling is opgevolgd.
Op dit moment werkt de KNMG aan de afronding van een competentieprofiel waarin handvatten
zijn opgenomen voor wetenschappelijke verenigingen over hoe in de opleiding aandacht
aan het herkennen van huiselijk geweld kan worden besteed. Dit competentieprofiel
is door de KNMG samen met vertegenwoordigers van verschillende wetenschappelijke verenigingen
opgesteld. Bij het opstellen van het competentieprofiel is aangesloten bij de opleidingsplannen
van de wetenschappelijke verenigingen.
X Noot
1Brabants Dagblad, «Doorvragen bij botbreuk», 17 oktober 2013.
X Noot
2Sprague, S. A. «Intimate partner violence in orthopaedic trauma patients.» (2013).