Vragen van het lid Van Klaveren (PVV) aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Veiligheid en Justitie over de bouw van een moskee in Groningen (ingezonden 4 oktober 2013).

Antwoord van Minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 14 november 2013). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 406.

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Bouw nieuwe moskee Groningen stap dichterbij»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Kunt u aangeven op welke wijze de bouw van deze moskee wordt gefinancierd en welke buitenlandse mogendheden en/of organisaties hierbij betrokken zijn?

Antwoord 2

De gemeente Groningen heeft mij hierover het volgende bericht: De Stichting Moskee en Islamitisch Centrum Groningen, die de moskee wil bouwen, financiert de moskee zelf. De achterban van de stichting levert een financiële bijdrage. De gemeente levert geen financiële bijdrage aan de bouw van de moskee.

Ik bezie nog, conform mijn toezegging aan uw Kamer d.d. 12 september 2013, welke aanvullende instrumenten vanuit de overheid mogelijk zijn om onwenselijke buitenlandse financiering van gebedshuizen te ontmoedigen. Volgens de gemeente Groningen is daar echter geen aanleiding toe in deze casus.

Vraag 3, 4 en 5

Op welke wijze wordt de Nederlandse samenleving gediend bij de bouw van tempels waar de islamitische boodschap van antisemitisme, vrouwenhaat en geweld centraal staat?

In hoeverre trekt u zich wat aan van de meerderheid van de Nederlandse bevolking die een bouwstop wil voor nieuwe moskeeën?

Bent u bereid alles in het werk te stellen om de bouw van deze moskee te stoppen of te verbieden? Zo neen, waarom buigt u opnieuw voor de islam?

Antwoord 3, 4 en 5

In Nederland bestaat het recht op vrijheid van godsdienst. Volgens artikel 6 van de Grondwet heeft iedereen het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De bouw van nieuwe moskeeën is in Nederland toegestaan, op voorwaarde dat de Nederlandse regels en wetten niet worden overtreden.

Sluiting van een instelling is mogelijk als dit voor openbare orde noodzakelijk is, onder de voorwaarde gesteld in artikel 2:20, eerste lid, BW.

Naar boven