Vragen lid Ten Broeke (VVD) aan de minister van Buitenlandse Zaken over de opstelling EU en vredesproces Midden-Oosten met betrekking tot de inspanningen van US Secretary of State Kerry (ingezonden 23 juli 2013).

Antwoord van minister Timmermans ( Buitenlandse Zaken) (ontvangen 23 september 2013)

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Israeli president urges EU to reconsider funding ban, says it hinders peace»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hoe beoordeelt u het verzoek van de Israëlische president Peres om de nieuwe EU-richtlijnen inzake Israëlische instituties voorbij de Groene Lijn te heroverwegen?

Antwoord 2

Uit de verklaring van president Peres kan worden opgemaakt dat hij zorgen had over mogelijke implicaties van de EU-richtsnoeren voor het vredesproces.

Vraag 3

Hoe beoordeelt u de nieuwe EU-richtlijnen? Bent u bekend met de mogelijk negatieve gevolgen van deze nieuwe richtlijnen voor de Palestijnse werkgelegenheid?

Antwoord 3

De richtsnoeren die de Europese Commissie heeft gepubliceerd vloeien voort uit het EU standpunt dat bilaterale overeenkomsten met Israël niet gelden voor gebieden buiten de grenzen van voor 1967. Het kabinet is niet bekend met mogelijke negatieve gevolgen voor de Palestijnse werkgelegenheid. Overigens komen bedrijven en organisaties die zich inspannen voor verbetering van de Palestijnse bevolking in de bezette gebieden volgens de richtsnoeren in aanmerking voor EU-financiering.

Vraag 4

Hoe beoordeelt u het bericht dat Kerry beide partijen heeft overtuigd om directe onderhandelingen te beginnen in Washington? In hoeverre bent u het met de VVD-fractie eens dat nieuwe besluitvorming inzake Israël moet worden afgewogen tegen het mogelijk weer op gang gebrachte vredesproces?

Antwoord 4

Het kabinet verwelkomt deze eerste stap op weg naar duurzame vrede van harte. Nederland en de EU ondersteunen dit proces voluit.

Vraag 5

Bent u van mening dat de nieuwe EU-richtlijnen op dit moment het slagen van het initiatief van Kerry kunnen dwarsbomen?

Antwoord 5

Deze richtsnoeren zijn ingegeven door het feit dat nederzettingen illegaal zijn en een obstakel vormen voor het vredesproces. De Commissie geeft met deze richtsnoeren uitvoering aan staand EU beleid, dat genoegzaam bekend is bij beide partijen en dat beoogt bij te dragen aan het vredesproces.

Vraag 6

Deelt u de mening dat Nederland een unieke positie inneemt door haar vriendschap met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit? Zo ja, bent u van mening dat deze unieke positie Nederland de verantwoordelijkheid om, ook in Europees verband, een constructieve bijdrage te leveren aan het vredesproces?

Antwoord 6

Ja.

Vraag 7

Wilt u ertoe bijdragen dat de Europese rol een constructieve blijft, waarin de totstandkoming van het vredesproces centraal staat en geen bijzaken? Bent u bereid er bij Hoge Vertegenwoordiger Ashton op aan te dringen dat ze in haar politiek inzake het Midden-Oosten vredesproces hoofdzaken als het vredesproces blijft onderscheiden van bijzaken als etikettering of nieuwe richtlijnen? Bent u tevens bereid er bij Ashton op aan te dringen de consensus in de EU ten gunste van het vredesproces te bevorderen?

Antwoord 7

De EU moet alles doen wat in haar vermogen ligt om het vredesproces te helpen slagen. Alle lidstaten en HV Ashton zijn het daarover eens, zoals onder andere bleek tijdens de Informele Raad Buitenlandse Zaken van 6 september jl. De komende tijd zal in nauw overleg met de VS en andere partners worden bezien hoe deze steun verder inhoud te geven.

Het correct uitvoeren of nader uitwerken van staand EU-beleid ten aanzien van nederzettingen staat hier los van.

Naar boven