Vragen van het lid Schouw (D66) aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
over de kosten uitzetting Guineese hongerstakers (ingezonden 16 oktober 2013).
Antwoord van Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 31 oktober
2013).
Vraag 1
In uw antwoorden op eerdere vragen over de medische opvang van twee uitgezette hongerstakers
geeft u aan dat de kosten van de uitzetting per overheidsvlucht ongeveer 92.000 EUR
bedroegen en dat de kosten van de delegatie die naar Guinee gereisd is 6.000 EUR bedroegen;
zijn deze kosten enkel gemaakt voor de betreffende twee uitgezette hongerstakers?1
Vraag 2
Waaruit zijn deze kosten precies opgebouwd? Kunt u hiervan een gespecificeerd overzicht
geven?
Antwoord 2
De gemaakte kosten voor de overheidsvlucht zien op de huur van het vliegtuig, inclusief
brandstof en één persoon cabinepersoneel.
De gemaakte kosten (6.000 EUR) van de delegatie van twee personen die naar Guinee
is afgereisd op 18 augustus jl. en op 20 augustus is teruggekeerd, kunnen als volgt
worden onderverdeeld: ticketkosten (ca. 4.000 EUR), hotelkosten (ca. 1.000 EUR) en
overige kosten voor onder meer vervoer, inhuur van een tolk en visumleges (ca. 1.000
EUR).
Vraag 3
Wat is de frequentie van deze speciaal ingezette overheidsvluchten voor uitgezette
vreemdelingen op jaarbasis? Wat was deze in 2012 en wat is de verwachting voor 2014?
Antwoord 3
Sinds 2011 is, inclusief deze betreffende vlucht naar Guinee, bij drie gelegenheden
gebruik gemaakt van een individuele overheidsvlucht om vreemdelingen uit te zetten,
eenmaal in 2011 en tweemaal in 2013.
Uitzetting met een individuele overheidsvlucht is een uitzonderingssituatie waar voor
wordt gekozen als het belang van terugkeer groot is, met name als het gaat om vreemdelingen
met een specifieke strafrechtelijke achtergrond en die zich dusdanig gewelddadig of
dreigend uitlaten dat uitzetting met een lijnvlucht niet mogelijk is. In dit geval
is met de uitzetting ook een bijzonder openbare orde belang gediend.
Omdat tot de inzet van individuele overheidsvluchten wordt besloten op grond van de
individuele omstandigheden, is het niet mogelijk van tevoren een verwachting aan te
geven.
Vraag 4, 5, 6
Wat zijn de kosten van het uitzetten van vreemdelingen met overheidsvluchten op jaarbasis?
Wat was deze in 2012 en wat is de verwachting voor 2014?
Wat zijn de kosten per uitgezette asielzoeker als er gebruik gemaakt wordt van gecombineerde
uitzettingsvluchten, in samenwerking met andere EU Lidstaten? Hoe vaak wordt er gebruik
gemaakt van een dergelijke samenwerking? Wat was de frequentie in 2012 en wat is de
verwachting voor 2014?
In hoeverre worden deze gecombineerde vluchten financieel ondersteund door het Europees
Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen (Frontex)?
Kunt u hiervan een gespecificeerd overzicht geven?
Antwoord 4, 5, 6
In 2012 zijn zeven groepsgewijze uitzettingen per overheidsvlucht gerealiseerd, waarbij
in totaal 37 vreemdelingen zijn uitgezet. In vijf gevallen ging het om een overheidsvlucht
uitgevoerd in samenwerking met andere EU lidstaten met ondersteuning van Frontex.
De totale kosten voor de zeven vluchten bedroegen ca. 508.000 EUR. Daarvan is ongeveer
313.000 EUR (62%) gefinancierd door gebruikmaking van Europese fondsen. De eigen bijdrage
van de Nederlandse overheid aan de zeven overheidsvluchten bedraagt derhalve ongeveer
195.000 EUR. Dit betekent dat de kosten die de Nederlandse overheid heeft besteed
per vreemdeling die in 2012 is uitgezet per overheidsvlucht ca. 5.270 EUR bedraagt.
De keuze voor een groepsgewijze uitzetting wordt veelal bepaald door overwegingen
in het kader van doelmatigheid, hoofdzakelijk de omvang van de groep vreemdelingen
behorend tot één enkele nationaliteit in het vertrekproces van de Dienst Terugkeer
& Vertrek (DT&V). Zoals ik bovenstaand heb geschreven geldt voor individuele overheidsvluchten
dan weer dat het besluit over de inzet daarvan afhankelijk is van de individuele omstandigheden.
Daarom is het niet mogelijk uitspraken te doen over de verwachte kosten van overheidsvluchten
in 2014.
Vraag 7, 8
Eerder dit jaar zijn er al kritische vragen gesteld over de werkwijze en kosten van
zogenaamde taskforces voor uitzettingen naar Guinee en hebt u aangegeven dat de Commissie
Integraal Toezicht Terugkeer (CITT) in de uitzending van Nieuwsuur heeft aangekondigd
een onderzoek te starten naar de werkwijze van de taskforces uit Guinee; heeft u al
resultaten van dit onderzoek ontvangen en wat voor conclusies verbindt u hieraan?
Zo nee, wanneer verwacht u deze resultaten?
Wordt er gedurende het onderzoek van de CITT nog gebruik gemaakt van de taskforces
voor uitzetting naar Guinee?
Antwoord 7, 8
De CITT heeft mij geïnformeerd dat de uitkomsten van dit onderzoek deel zullen uitmaken
van het jaarverslag van de CITT over 2013 tenzij er uit het onderzoek dringende zaken
naar boven komen die voor de CITT reden zijn om mij tussentijds te berichten. Zo’n
tussentijds bericht heb ik tot op heden niet ontvangen. Ik wacht de verdere uitkomsten
van het onderzoek van de CITT en de verwerking ervan in het Jaarverslag 2013 dan ook
af.
Ik zie derhalve geen aanleiding om het gebruik van deze taskforces in afwachting van
het jaarverslag van de CITT stop te zetten.
Vraag 9
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de begrotingsbehandeling 2014 van het ministerie
van Veiligheid en Justitie?
X Noot
1Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 216