Vragen van het lid Marcouch (PvdA) aan de minister van Veiligheid en Justitie over
heling van door Oost-Europese bendes gestolen goederen in Nederland (ingezonden 18 september
2013).
Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 24 oktober 2013).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 240.
Vraag 1
Kent u het bericht «Oost-Europese bendes verkopen buit in Nederland»?1
Vraag 2
Kent u het in het bericht genoemde onderzoek van de Universiteit Utrecht? Zo ja, wilt
u dat voorzien van uw reactie aan de Kamer doen toekomen?
Antwoord 2
Bij brief van 9 oktober 2013 (Kamerstukken II 2013/2014 29 911, nr. 85) heb ik uw Kamer het onderzoek van de Universiteit Utrecht en mijn reactie daarop
doen toekomen.
Vraag 3, 4
Deelt u de conclusies van de onderzoekers dat veel van de door Oost-Europese criminelen
gestolen goederen op Nederlandse markten worden verkocht? Zo ja, wat gaat u hier concreet
tegen doen? Zo nee, waarom niet?
Was u al eerder op de hoogte van de heling van deze gestolen goederen via Nederlandse
markten? Zo ja, wat heeft u daar tegen gedaan? Zo nee, waarom hebt u daar een onderzoek
van wetenschappers voor nodig?
Antwoord 3, 4
De onderzoekers baseren deze bevinding vooral op interviews en eigen observaties op
Nederlandse markten, niet op strafrechtelijke onderzoeken. De betrokken partijen in
Rotterdam geven aan de signalen over het Afrikaanderplein niet in die vorm en mate
te herkennen. Noch bij de gemeente Rotterdam noch bij de markt, de marktmeesters en
de politie aldaar zijn concrete gevallen bekend van het verhandelen van door Oost-Europese
bendes gestolen goederen. Op de Beverwijkse Markt is sprake van verticaal toezicht:
gemeente, politie, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst en andere handhavingsdiensten
controleren deze markt regelmatig en hanteren een integrale aanpak. Daarnaast is sprake
van horizontaal toezicht door de Beverwijkse Bazaar zelf. Als er voldoende concrete
aanwijzingen zijn, stellen Openbaar Ministerie en de politie strafrechtelijke onderzoeken
in. Dit is in het verleden ook gebeurd en dit heeft tot veroordelingen geleid.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het nodig is om de capaciteit en prioriteit bij de politie om
heling tegen te gaan uit te breiden? Zo ja, hoe gaat u dat doen? Zo nee, waarom niet?
Hoe kan het dan dat openlijk op Nederlandse markten gestolen goederen worden verkocht?
Antwoord 5
De aanpak van heling vormt een van de actiepunten in de integrale aanpak van mobiele
bendes. Kern van de aanpak vormt de landelijke invoering van het digitale opkopersregister
(DOR) en de koppeling tussen diefstalregisters van onder meer de stichting Aanpak
Voertuigcriminaliteit (fietsdiefstal), de RDW, KMar en VbV (voertuigdiefstal), stopheling.nl,
gevondenofverloren.nl, de database kunst- en antiekcriminaliteit van de Landelijke
Eenheid en van een aantal grote opkopers, zodat er één centraal en goed gevuld diefstalregister
komt. Invoering van het DOR zal leiden tot betere opsporing van diefstal en heling;
er zullen meer high impactdelicten worden opgelost en er zullen meer inbrekers, overvallers, winkeldieven, straatrovers
en helers worden vervolgd. Bij een eerdere proef met het DOR zijn in een half jaar
tijd 44 verdachten aangehouden en 68 zaken opgelost.
Vraag 6
Deelt u de mening van de in het artikel aangehaalde Oost-Europese criminelen dat de
Nederlanders naïef zijn als het gaat om het moeilijk maken dat hun spullen worden
gestolen? Zo ja, waarom? Wat gaat u doen om hier verbetering in aan te brengen? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 6
De mening van Oost-Europese criminelen dat Nederlanders naïef zijn ten aanzien van
de beveiliging van hun eigendommen deel ik niet. Integendeel: uit onderzoek blijkt
dat de overgrote meerderheid van de Nederlandse burgers en bedrijven preventieve maatregelen
treft om hun have en goed te beschermen. Zo blijkt uit de Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven
dat driekwart van de bedrijven preventieve maatregelen treft. Uit de Veiligheidsmonitor
2012 komt naar voren dat ruim driekwart van de Nederlanders maatregelen heeft getroffen
om de eigen woning te beveiligen, zeventig procent laat geen waardevolle spullen in
de auto liggen en een derde van de Nederlanders laat waardevolle spullen thuis om
diefstal of beroving te voorkomen.
Vraag 7
Bent u op de hoogte van de kritiek op de Nederlandse politie van de politiekorpsen
in de vier genoemde Oost-Europese landen? Zo ja, wat is de aard van die kritiek en
deelt u die? Zo nee, wilt u zich dan op de hoogte doen stellen van die kritiek en
daarover de Kamer berichten?
Antwoord 7
Ik heb kennis genomen van de kritiek die de politiekorpsen in de vier onderzochte
Oost-Europese landen en in België en Duitsland geuit hebben op de Nederlandse politie.
De kritiek richt zich met name op de internationale samenwerking en het vermeende
gebrek aan daadkracht van onze zijde. De Nederlandse politie onderkent ten volle het
belang van een goede samenwerking met het buitenland. De afgelopen tijd heeft ze al
geïnvesteerd in het verbeteren van de rechtshulprelaties. De komst van de Nationale
Politie heeft eraan bijgedragen dat hierop beter intern gestuurd kan worden. Op het
dossier van mobiel banditisme bestaan reeds goede relaties met buitenlandse politiekorpsen
en waar nodig zullen die worden verbeterd.
X Noot
1Volkskrant, 18 september 2013