Vragen van de leden Van der Steur en Dijkhoff (beiden VVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht dat er geen extra capaciteit ter beschikking wordt gesteld ten behoeve van de aanpak van zware criminaliteit in Zuid-Nederland (ingezonden 21 juli 2014).

Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 8 september 2014). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2713.

Vraag 1, 2, 4, 5 en 6

Klopt het dat u geen extra capaciteit ter beschikking stelt voor de strijd tegen de zware criminaliteit in Zuid-Nederland?1 2 Is het waar dat onder meer de burgemeesters van een aantal gemeenten daar om hebben gevraagd?

Hoe verklaart u het gevoel bij onder andere de betreffende burgemeesters dat extra capaciteit noodzakelijk zou zijn? Voor welke vormen van criminaliteit achten deze burgemeesters extra capaciteit gewenst?

Onder welke omstandigheden bent u bereid tegemoet te komen aan het verzoek om extra capaciteit?

Herkent u zich in de opmerking van korpschef Bouman van de nationale politie dat de georganiseerde misdaad zich van de Randstad naar de grensstreken Brabant en Limburg verplaatst? Deelt u zijn mening dat als gevolg hiervan geweld, bedreiging van burgers en gezagsdragers, afpersing, witwassen, drugshandel, en liquidaties toenemen?

Zijn de observaties van deze korpschef voor u aanleiding uw besluit ten aanzien van extra capaciteit te herzien?

Antwoord 1, 2, 4, 5 en 6

De problematiek ten aanzien van de ondermijnende en georganiseerde criminaliteit in Zuid-Nederland is hardnekkig en zorgwekkend. Openbaar Ministerie (OM) en politie hebben verontrustende signalen over de (ontwikkeling van de) ondermijnende en georganiseerde criminaliteit aldaar. Ook vanuit het openbaar bestuur uit die regio's zijn hierover grote zorgen geuit. Het bevoegd gezag in Zuid-Nederland heeft dan ook besloten om per 1 oktober 2014, binnen de bestaande sterkte, meer politiecapaciteit in te gaan zetten op de aanpak van ondermijnende en georganiseerde criminaliteit. Voor een nadere uitwerking van de intensivering verwijs ik graag naar mijn brief van 4 september 2014 specifiek over dit onderwerp.

Vraag 3

Wat is de bestaande capaciteit van het Openbaar Ministerie en de politie in Zuid-Nederland? Wat is de omvang van de ingestelde taskforce en wat is de omvang van de extra inzet die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden? Wat zijn de resultaten van de extra inzet?

Antwoord 3

De bestaande capaciteit op het gebied van «Ondermijning» in Zuid-Nederland omvat naast de drie zuidelijke parketten ook de inzet van het landelijk parket en het functioneel parket in die regio. Daarbij geldt steeds dat indien nodig ook OM-capaciteit die voorzien was voor de aanpak van ondermijnende criminaliteit wordt ingezet elders in het land of op andere criminaliteitsgebieden. Zo geven ondermijningsofficieren tevens leiding aan Teams Grootschalige Opsporing (TGO’s) die (onder meer) onderzoek doen naar liquidaties met geweld die (vaak) met de georganiseerde misdaad samenhangen.

De capaciteit van de arrondissementsparketten Limburg, Oost-Brabant, Zeeland-West-Brabant, het Landelijk Parket en het Functioneel Parket, die is toe te rekenen aan de aanpak van «Ondermijning» in Zuid-Nederland was in 2013 in totaal 57 fte, waarvan 22 fte officieren van justitie.

De totale operationele politiesterkte van de drie zuidelijke eenheden is 9.644 fte.3 De eenheden hebben daarin de volgende operationele sterkte tot hun beschikking: Oost Brabant 3.320 fte, Limburg, 2.860 fte en Zeeland-West Brabant 3.464 fte.

Eind 2010 is door mij, op verzoek van enkele bestuurders uit Brabant, de TaskForce B5 opgericht. In deze TaskForce zaten, naast de burgemeesters van de vijf grote Brabantse steden en de Directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van mijn departement, de top van OM, politie, Belastingdienst en van de Koninklijke Marechaussee uit die regio. Deze organisaties bepalen de prioriteiten binnen de gezamenlijke aanpak en plegen de inzet die daarvoor nodig is. Dit heeft in de periode 2010–2013 ervoor gezorgd dat er meer criminele organisaties werden aangepakt, meer beslag werd gelegd op crimineel vermogen en dat de bestuurlijke weerbaarheid van gemeenten werd verbeterd. Juist omdat de problematiek in Brabant ernstig is en het niet zo mag zijn dat door de gezamenlijke aanpak in de grote steden criminelen uitwijken naar kleinere gemeenten, wordt deze aanpak de komende jaren krachtig voortgezet en is de aanpak uitgebreid naar heel Brabant en Zeeland. Recent is besloten tot een extra inzet van OM en politie in de integrale aanpak van ondermijnende en georganiseerde criminaliteit in Zuid-Nederland. Voor een nadere uitwerking van de intensivering verwijs ik graag naar mijn brief van 4 september 2014 over dit onderwerp.


X Noot
1

Trouw, 17 juli 2014

X Noot
2

Volkskrant, 17 juli 2014

X Noot
3

Op 31-12-2013

Naar boven