Vragen van het lid Siderius (SP) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap over berichten dat ouders zelf moeten betalen voor het vervoer van hun
gehandicapte kind (ingezonden 11 juli 2014).
Antwoord van Staatssecretaris Dekker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
4 september 2014)
Vraag 1
Acht u het wenselijk dat gemeenten ouders laten betalen voor het leerlingenvervoer
van hun kinderen met een beperking, ook wanneer de kinderen in kwestie niet in staat
zijn zelfstandig te reizen?1
Antwoord 1
Nee, dat acht ik niet wenselijk. Het is ook niet aan de orde. Indien een leerling
vanwege zijn of haar handicap niet of niet zelfstandig kan reizen heeft een leerling
recht op leerlingenvervoer. Een ouder hoeft dan geen eigen bijdrage te betalen.
Vraag 2
Op welke wijze beoordelen gemeenten het wel of niet «zelfstandig» kunnen reizen van
een kind? Vindt genoemde beoordeling in elke gemeente op dezelfde wijze plaats? Kunt
u dit toelichten?2
Antwoord 2
De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het leerlingenvervoer ligt sinds 1987
bij de gemeenten. Gemeenten zijn verplicht een regeling vast te stellen op basis waarvan
ouders van leerlingen – onder bepaalde wettelijke voorwaarden – aanspraak kunnen maken
op bekostiging van de vervoerkosten van en naar school. De wetgeving schrijft voor
dat deze regeling bepaalt op welke wijze het college van burgemeester en wethouders
(B en W) advies van deskundigen inwint over de wijze waarop het vervoer passend is
voor de leerling. Daartoe behoort ook de beoordeling of de leerling zelfstandig kan
reizen.
De VNG heeft een Modelverordening uitgebracht waarop gemeenten hun regeling kunnen
baseren. In de Modelverordening is geregeld dat het college van B en W relevante adviezen
van deskundigen bij de beoordeling van de aanvraag betrekt als het gaat over de vraag
of een kind zelfstandig kan reizen (artikel 9, lid 4 en artikel 16, lid 2).
Vraag 3
Acht u het wenselijk dat een ambtenaar eenzijdig beslist dat een kind zelfstandig
naar school kan reizen en dus niet meer in aanmerking komt voor vergoeding van het
leerlingenvervoer, terwijl de ouders duidelijk aangeven dat hun kind helemaal niet
in staat is zelfstandig naar school te gaan? Wie heeft er in dergelijke situaties
de doorzettingsmacht?
Antwoord 3
De beslissing over de toekenning van een vervoersvoorziening binnen de door de gemeenteraad
vastgestelde regeling en op basis van het deskundigenadvies, ligt bij het college
van B en W. Als ouders het niet eens zijn met het oordeel van de gemeente kunnen zij
daartegen in bezwaar en beroep. Het eindoordeel is indien nodig aan de rechter.
Vraag 4
Welk effect heeft het meewegen van financiële argumenten door ouders op de «passendheid»
van de onderwijsplek voor kinderen met een beperking?
Antwoord 4
De vraag of een plaatsing in een school passend is voor een leerling die extra ondersteuning
nodig heeft vanwege een handicap of beperking, moet worden beantwoord op basis van
het onderwijs- en ondersteuningsaanbod dat de school kan bieden. Overwegingen inzake
het leerlingenvervoer vormen niet de basis voor de beantwoording van de vraag of de
leerling een passend aanbod krijgt.
Vraag 5
Is het waar dat het nooit de bedoeling van de wet passend onderwijs is geweest om
ouders zelf op te laten draaien voor de reiskosten naar school van hun kind dat een
beperking heeft? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om betreffende gemeenten tot
de orde te roepen en een einde te maken aan het financieel belasten van ouders van
kinderen met een beperking voor het vervoer naar school?
Antwoord 5
De wetgeving passend onderwijs heeft wat betreft het leerlingenvervoer geleid tot
een wijziging van de wet op het primair onderwijs, de wet op het voortgezet onderwijs
en de wet op de expertisecentra. Deze wijziging houdt in dat de gemeentelijke regeling
inzake het leerlingenvervoer rekening houdt met de van ouders redelijkerwijs te vergen
inzet. Bedoeld is hier de inzet qua tijd, zoals uit de behandeling van het wetsvoorstel
in de Tweede Kamer blijkt, en daarmee dus niet een inzet in de vorm van een financiële
bijdrage.
Daarnaast heeft de wetgeving tot een andere wijziging geleid van de wet op de expertisecentra.
Deze wijziging houdt in dat leerlingen die voortgezet speciaal onderwijs volgen alleen
nog aanspraak op bekostiging van vervoerskosten kunnen maken, indien zij wegens hun
handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, dan wel vanwege hun
handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Dat betekent
dat deze leerlingen als zij wel zelfstandig met openbaar vervoer kunnen reizen, met
de invoering van de wet passend onderwijs niet meer voor bekostiging van de vervoerskosten
in aanmerking komen.
Het is aan de gemeenten om deze wijzigingen te verwerken in hun regeling leerlingenvervoer.
Indien een leerling, ook een leerling in het voortgezet speciaal onderwijs, vanwege
zijn of haar handicap niet of niet zelfstandig kan reizen heeft een leerling recht
op leerlingenvervoer. Een ouder hoeft dan geen eigen bijdrage te betalen. Ik heb geen
signalen ontvangen dat gemeenten in deze situatie ouders financieel belasten voor
het leerlingenvervoer.
X Noot
1Vraagsteller heeft verschillende e-mails hierover ontvangen
X Noot
2Wet op het primair onderwijs, artikel 4, lid 13