Vragen van de leden Van der Staaij (SGP), Voordewind (ChristenUnie) en Omtzigt (CDA)
aan de Minister van Buitenlandse Zaken over een zware aanklacht tegen een Iraanse
voorganger (ingezonden 7 augustus 2014).
Antwoord van Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 2 september 2014).
Vraag 1 en 2
Heeft u kennis genomen van het bericht dat de Iraanse voorganger Matthias Hagnhjehad
is aangeklaagd wegens «vijandschap tegen Allah» waarvoor hij de doodstraf kan krijgen?1 Hoe beoordeelt u dit bericht en de ernst ervan?
Kunt u de feitelijke achtergronden van deze aanklacht schetsen?
Antwoord 1 en 2
Ja. Na zijn arrestatie op 5 juli jl. is Matthias Haghnejad overgebracht naar een onbekende
locatie. Over de achtergrond van de aanklacht is niets bekend gemaakt. Meer informatie
ontbreekt vooralsnog.
Tussen 2006 en 2011 werd dhr. Haghnejad meerdere malen gearresteerd, onder andere
op beschuldiging van Muharebeh (vijandigheid jegens God). De voorganger werd na deze
aanhoudingen direct, of na vrijspraak door een rechtbank, vrijgelaten. Naar verluidt
is dit de vierde keer dat dhr. Haghnejad is opgepakt.
Het kabinet deelt de zorgen over de situatie van dhr. Haghnejad en volgt de ontwikkelingen
nauwlettend.
Vraag 4
Deelt u de waarneming van de Amerikaanse organisatie Christian Solidarity Worldwide
(CSW) dat deze aanklacht een nieuwe stap is in de vervolging van Iraanse christenen?
Welke trends ziet u hier? Is er inderdaad in Iran sprake van een verscherping op dit
terrein?
Antwoord 4
Er zijn geen aanwijzingen dat er de laatste tijd sprake is van een verscherping van
de vervolging van traditionele christenen (etnische Armeniërs, Assyriërs en Chaldeeën
die behoren tot de orthodoxe, katholieke en protestante «oude kerken») in Iran. Daarentegen
wijst het Algemeen Ambtsbericht Iran2 er wel op dat vooral de «nieuwe kerken» – met name de evangelische stromingen en
pinksterbewegingen – meer repressie ondervinden, omdat ze actief mensen proberen te
bekeren. Gelovigen moeten in het geheim hun godsdienst belijden, vaak in huiskerken.
Onder president Rohani is het toezicht op het houden van kerkdiensten in het Farsi
en het bijwonen van diensten door moslims toegenomen.
Regimegezinde media in Iran karakteriseren huiskerken als illegale netwerken en zionistische
propaganda-instellingen. De aanhouding van dhr. Haghnejad – vertegenwoordiger van
de non-Trinitaire kerk- is tekenend voor de harde aanpak van voorgangers en pastors van deze «nieuwe
kerk»- stromingen.
Vraag 3 en 5
Bent u bereid om u in te spannen voor de belangen van deze voorganger en zijn vrijlating
te bevorderen? Welke stappen wilt u zetten – waar mogelijk in internationaal verband
– om te voorkomen dat deze voorganger veroordeeld wordt?
Deelt u de opvatting van CSW dat er aanleiding is voor de internationale gemeenschap
om meer actie te ondernemen met het oog op de positie van Iraanse christenen en de
bescherming van de godsdienstvrijheid in Iran? Bent u bereid hiertoe in internationaal
verband het voortouw te nemen?
Antwoord 3 en 5
Nederland zet zich ervoor in dat elk individu de vrijheid heeft zijn of haar religieuze
of levensbeschouwelijke identiteit vorm te geven. De Nederlandse ambassade in Iran
stelt daarom in contacten met de Iraanse autoriteiten daar waar mogelijk de kwestie
van godsdienstvrijheid aan de orde en brengt het onderwerp via sociale media ook onder
de aandacht bij het publiek. Nederland neemt daarnaast actief deel aan voorbereidende
overleggen in EU-verband en vraagt regelmatig aandacht voor godsdienstvrijheid in
Iran. Nederland zal tijdens de Universal Periodic Review in oktober ook aandacht voor
dit onderwerp vragen.
Voor individuele gevallen wordt het effectiever geacht in EU-verband actie richting
de Iraanse autoriteiten te nemen, gezien het relatief grotere politieke gewicht van
de EU als geheel. Nederland zal in EU-overleggen specifiek aandacht blijven vragen
voor de situatie van minderheden, waaronder christenen als dhr. Haghnejad.
Vraag 6
Kunt u aanduiden op welke wijze vanuit de Europese Unie aandacht is voor de godsdienstvrijheid
in Iran en voor de specifieke positie van Iraanse christenen in het bijzonder en welke
concrete acties hieromtrent jegens Iran worden ondernomen? Acht u deze inzet voldoende?
Antwoord 6
De Europese Unie besteedt op diverse manieren aandacht aan godsdienstvrijheid in Iran
en meer specifiek aan de moeilijke positie van christenen. Het onderwerp wordt door
de EU in contacten met de Iraanse autoriteiten, maar ook tijdens de VN Mensenrechtenraad
opgebracht. De EU zal ook tijdens de bovengenoemde Universal Periodic Review in oktober
Iran aanspreken op de mensenrechtensituatie en de implementatie van de door Iran eerder
aangenomen aanbevelingen, zoals het waarborgen van civiele en politieke rechten van
minderheden.
Er worden voorzichtige stappen gezet om de EU mensenrechtendialoog – die in 2006 door
Iran werd afgebroken – met Iran te hervatten. Een dergelijke dialoog zou een goed
podium bieden om vrijheid van godsdienst bij de Iraanse autoriteiten op te brengen.
X Noot
1Reformatorisch Dagblad, 6 augustus 2014