Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-20142760

Vragen van het lid Van Bommel (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het onaanvaardbare geweld van Israël in Gaza (ingezonden 7 augustus 2014).

Antwoord van Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 22 augustus 2014)

Vraag 1

Kunt u aangeven of naast een mededeling in de krant van uw kant over onaanvaardbare Israëlisch aanvallen op burgerdoelen in Gaza ook op een andere wijze de Israëlische regering van dit oordeel op de hoogte gesteld zal worden, bijvoorbeeld door het ontbieden van de Israëlische ambassadeur?1 Zo nee, waarom niet?

Antwoord 1

Naast het telefonische gesprek van de Minister van Buitenlandse Zaken met de Israëlische Minister Lieberman op 11 juli jl. en dat van Minister-President Rutte op 1 augustus met de Israëlische premier Netanyahu, hebben de afgelopen weken verscheidene gesprekken plaatsgevonden tussen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Israëlische ambassade in Den Haag. Ook door de Nederlandse ambassade in Tel Aviv zijn de afgelopen tijd gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de Israëlische autoriteiten. In deze gesprekken zijn ernstige zorgen geuit over de escalatie van het geweld en het hoge aantal slachtoffers. Voorts is Israël opgeroepen tot het betrachten van maximale terughoudendheid om slachtoffers te voorkomen.

Het kabinet heeft ervoor gekozen om de vertegenwoordiger van Israël noch die van de PA te ontbieden omdat dit een zekere escalatie impliceert die niet past in de constructieve dialoog die op dit moment nodig is voor beëindiging van het geweld.

Vraag 2, 3 en 5

Bent u voornemens de Kamer te informeren over de gronden onder het oordeel dat Israël onaanvaardbaar geweld in Gaza heeft gebruikt en met het parlement te overleggen welke gevolgen aan dit onaanvaardbaar handelen verbonden zouden moeten worden? Zo nee, waarom niet?

Denkt u bij mogelijke gevolgen ook aan het toepassen van die bepalingen in het Associatieverdrag tussen Israël en de Europese Unie, waarin gesproken wordt over de verplichting mensenrechten te respecteren?

Deelt u de opvatting van de Mensenrechtencommissaris van de VN dat nader onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden in Gaza gewenst is?

Antwoord 2, 3 en 5

Israël heeft het recht op zelfverdediging met inachtneming van de grenzen die het humanitair oorlogsrecht hieraan stelt. Israël hanteert het uitgangspunt dat burgerslachtoffers zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Desondanks en ondanks de modernste wapens, is een zeer hoog aantal burgerslachtoffers gemaakt. De consequenties van de aanvallen op Gaza zijn dat hierbij VN-scholen en zelfs een ziekenhuis zijn geraakt. Dat is onaanvaardbaar en in strijd met de zorgvuldige handelwijze die het Israëlische leger zegt na te streven.

De EU en Nederland zijn voorstander van een internationaal, gebalanceerd en onafhankelijk onderzoek naar vermeende schendingen van het humanitair oorlogsrecht en van de mensenrechten gepleegd door alle betrokken partijen. De voorkeur van de EU en het kabinet gaat uit naar een onderzoek door gebruik te maken van bestaande mechanismen van de VN, in plaats van de onlangs door de Mensenrechtenraad ingestelde Commission of Inquiry.

In het kader van het EU-Israël Associatieakkoord zijn fora opgezet waarin dialoog en samenwerking concreet vorm wordt gegeven, waaronder het Associatie comité, sub-comités en werkgroepen. In deze fora komt ook de bescherming van mensenrechten als een van de basisbeginselen van de associatie aan de orde, en kunnen bovengenoemde incidenten besproken worden.

Vraag 4

Is de regering van plan steun te verlenen aan een eventuele toetreding van Palestina tot het Internationaal Strafhof?

Antwoord 4

Het kabinet heeft kennis genomen van berichten over een mogelijk Palestijns voornemen om toe te treden tot het Statuut van Rome. Nederland is voorstander van, en zet zich in voor, universaliteit van het Statuut van Rome. Echter, alleen staten kunnen de jurisdictie van het Strafhof aanvaarden door partij te worden bij het Statuut van Rome of een daartoe strekkende verklaring af te leggen overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van Rome. Nederland erkent de Palestijnse staat niet.


X Noot
1

Dit is geen strijd tussen Joden en moslims, http://www.nrcreader.nl/artikel/6469/dit-is-geen-strijd-tussen-joden-en-moslims, 5 augustus 2014.