Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-20142751

Vragen van de leden Voordewind (ChristenUnie), Van der Staaij (SGP) en De Roon (PVV) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de uitspraken van de Turkse premier Erdogan inzake het handelen van Israël in Gaza (ingezonden 11 augustus 2014).

Antwoord van Minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 21 augustus 2014).

Vraag 1

Bent u bekend met de uitspraken van de Turkse premier Erdogan, waarin hij – tot tweemaal toe – de handelwijze van Israël in Gaza vergelijkt met die van Hitler?1 Hoe beoordeelt u deze uitspraken?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2, 3, 4, 5

Heeft u alreeds uw afschuw uitgesproken over deze uitspraken? Zo nee, waarom niet?

Welke consequenties verbindt u aan deze uitspraken? Bent u bereid de Turkse ambassadeur te ontbieden omtrent deze verwerpelijke uitspraken? Zo nee, waarom niet?

Bent u bereid om bij uw collega-ministers binnen de Europese Raad Buitenlandse Zaken, steun te zoeken om Turkije hierop aan te spreken? Bent u eveneens bereid om steun te zoeken voor het opschorten van de onderhandelingen met Turkije over het EU-lidmaatschap? En geeft dit reden om de Nederlandse patriotmissie in Turkije te heroverwegen, wanneer premier Erdogan zijn uitspraken niet terugneemt? Zo nee, waarom niet?

Welke gevolgen hebben de uitspraken van premier Erdogan voor de relatie met Turkije? Hoe beoordeelt u de uitspraken van «Islamic State» (IS) waaruit blijkt dat de Turkse regering een cruciale rol heeft gespeeld in de opmars van IS in Irak?2

Antwoord 2, 3, 4, 5

Op 31 juli is, in reactie op vragen van uw Kamer in een Schriftelijk Overleg over de situatie in de Gaza-strook, al aangegeven dat het kabinet de aangehaalde uitspraken als ongelukkig beoordeelt. Het kabinet vindt het niet nodig specifiek hiervoor de Turkse ambassadeur te ontbieden.

Het kabinet is van mening dat toetredingsonderhandelingen de beste manier vormen om Turkije aan te sporen te hervormen en handelen naar Europese maatstaven. Het opschorten van de onderhandelingen draagt vanuit dit perspectief niet bij aan een verandering in de gewenste zin.

Wat betreft de Patriot-missie dient dat Nederland hiermee voldoet aan de bondgenootschappelijke solidariteit in het kader van de NAVO. De missie is nadrukkelijk bedoeld ter bescherming van de Turkse burgerbevolking. Het kabinet hecht ten slotte geen geloof aan de uitspraken van «Islamic State» dat de Turkse regering een cruciale rol heeft gespeeld in zijn opmars in Irak.