Vragen van de leden Bontes en Van Klaveren (Groep Bontes/Van Klaveren) aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over het niet vervolgen van vluchtelingen met valse papieren (ingezonden 16 juni 2014).

Antwoord van Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 10 juli 2014). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2466.

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht «Vluchteling met vals paspoort gaat vrijuit in Nederland»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Klopt het dat als gevolg van een arrest van de Hoge Raad, het Openbaar Ministerie geen vluchtelingen meer vervolgt als zij met valse papieren het land binnenkomen?

Antwoord 2

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een asielzoeker niet strafrechtelijk dient te worden vervolgd wegens het onmiskenbaar in het kader van zijn vlucht in het bezit hebben of aangewend hebben van valse of vervalste documenten.2 Dat betekent dat de asielzoeker niet strafrechtelijk kan worden vervolgd totdat onherroepelijk afwijzend op de asielaanvraag is beslist. Strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie is wel mogelijk na een onherroepelijke afwijzing van de asielaanvraag en wanneer de vreemdeling gebruik maakt van valse of vervalste reisdocumenten nadat hij in het bezit is gesteld van een asielverblijfsvergunning.

Deze praktijk is niet nieuw. Naar aanleiding van een arrest van de Hoge Raad uit 20123 vervolgt het Openbaar Ministerie in beginsel alleen nog zaken waarbij een vreemdeling in het bezit is van een vals of vervalst reisdocument als er een onherroepelijke en afwijzende uitspraak is op de eerste asielaanvraag. Met het verschijnen van het arrest van 3 juni 2014 zijn de mogelijkheden voor het Openbaar Ministerie om vreemdelingen met een vals of vervalst reisdocument te vervolgen niet veranderd.

Vraag 3

Hoe duidt u de uitspraak van de Hoge Raad en hoe beziet u uw pogingen om überhaupt een eigen toelatingsbeleid te voeren, als zelfs vluchtelingen met valse papieren geen strobreed in de weg gelegd wordt?

Antwoord 3

Het arrest van de Hoge Raad ziet op de strafrechtelijke vervolging van vreemdelingen voor het gebruiken van valse of vervalste reisdocumenten. Het heeft geen directe gevolgen voor het toelatingsbeleid. Er moet immers een onderscheid worden gemaakt tussen de strafrechtelijke procedure en de vreemdelingrechtelijke procedure. Het feit dat een asielzoeker niet kan worden vervolgd voor het gebruik van een vals of vervalst reisdocument zolang niet onherroepelijk vast staat dat hij geen vluchteling is, staat los van de beoordeling van de toelatingsvraag. Voor de beoordeling van de asielaanvraag is en blijft van belang dat de asielzoeker ter staving van zijn aanvraag documenten, zoals een paspoort, overlegt als hij die bezit. Indien de asielzoeker ter staving van zijn asielaanvraag valse of vervalste reis- of identiteitspapieren overlegt en opzettelijk de echtheid daarvan volhoudt, kan dit aan hem worden tegengeworpen en kan dat leiden tot afwijzing van zijn asielverzoek.

Vraag 4

Hoeveel vluchtelingen zullen als gevolg van deze uitspraak niet worden vervolgd en deelt u de vrees dat deze ontwikkeling zorgt voor een aanzuigende werking?

Antwoord 4

Zoals ik in antwoord twee heb aangegeven is strafrechtelijke vervolging wel mogelijk nadat de afwijzing van de asielaanvraag onherroepelijk is geworden en wanneer de vreemdeling zich schuldig maakt aan het gebruik van valse of vervalste reisdocumenten nadat hem een asielverblijfsvergunning is verleend. Ik verwacht dan ook geen aanzuigende werking van het arrest van de Hoge Raad.

Hoeveel asielzoekers niet strafrechtelijk worden vervolgd laat zich niet voorspellen aangezien ieder asielverzoek op de individuele merites wordt beoordeeld.

Vraag 5

Bent u bereid om al het mogelijke te doen om deze uitspraak ongedaan te maken, zelfs als dat betekent dat het Vluchtelingenverdrag moet worden opgezegd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Nee. Uitgangspunt van het kabinet is dat Nederland bescherming biedt aan personen die in het land van herkomst vervolging of onmenselijke behandeling vrezen conform de daartoe geldende internationale verdragen en internationaal recht. Het opzeggen van het Vluchtelingenverdrag verdraagt zich niet met dit uitgangspunt en is daarom niet aan de orde.

Naar boven