Vragen van het lid Van Tongeren (GroenLinks) aan de Ministers van Economische Zaken
en voor Wonen en Rijksdienst over verlaging van RVOB-grondtarieven (ingezonden 18 juni
2014).
Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 4 juli 2014)
Vraag 1
Klopt het dat ECN op uw aanwijzing voor de basisbedragen voor de SDE+ vergoeding voor
wind op land de post Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB)-grondtarieven verlaagt
met 10% van 0,53 euroCt / kWh naar 0,48 euroCt / kW? Heeft RVOB deze tarieven ook
daadwerkelijk verlaagd en waarop was deze verlaging gebaseerd?
Antwoord 1
Ja, ECN heeft op mijn aanwijzing de grondvergoeding in de SDE+ 2014 verlaagd. Ik wil
voorkomen dat de SDE+ een prijsopdrijvend effect heeft op de grondprijzen. Daarom
zal ik de grondvergoeding in de SDE+ de komende jaren geleidelijk verder laten dalen.
Het RVB (per 1 juli Rijksvastgoedbedrijf, BZK portefeuille Wonen en Rijksdienst) zal
per 1 januari 2015 ook de prijs tot € 4,8 per MWh aanpassen. Deze vergoeding zal jaarlijks
worden geïndexeerd, conform de gebruikelijke praktijk in de markt.
Vraag 2
In het Algemeen overleg Wind van 24 april jl. stelde u dat RVOB met haar tarieven
voor grondvergoedingen voor windlocaties structureel lager dan de marktprijs zit,
maar waaruit blijkt dat?
Antwoord 2
Onderzoeksbureau Pondera1 heeft op verzoek van EZ en I&M onderzoek verricht naar de grondprijzen. Hieruit is
naar voren gekomen, dat het RVOB in een range van marktconforme grondprijzen aan de
onderkant zit.
Vraag 3
Hoe kijkt u aan tegen de casus Windpark Nieuwegein langs de A27 (RVOB en gemeentegrond)
waar de RVOB voor haar perceel voor windturbines bijna driemaal zoveel grondvergoeding
vraagt dan de gemeente voor de aangrenzende percelen?
Antwoord 3
RVOB hanteert overal dezelfde grondprijzen. Door overal een zelfde systematiek te
hanteren wordt vermeden dat er een ongelijk speelveld ontstaat voor verschillende
projecten. De redenen van de gemeente om een lagere grondprijs te hanteren en de achtergrond
van de situatie Windpark Nieuwegein zijn mij niet bekend.
Vraag 4
Kunt u een vergelijking tonen tussen de grondvergoeding voor een kolencentrale, een
biomassa centrale en een windpark, uitgedrukt in bedrag per MW, per MWh en per m2 bijvoorbeeld op een gelijke locatie als de Maasvlakte?
Antwoord 4
Ik ben in beginsel niet bij grondtransacties betrokken. De grondvergoeding is iets
tussen de gebruiker van de grond en de grondbezitter. Er is geen staatsgrond bij betrokken
en daardoor kan ik over de grondkosten van biomassacentrales en kolencentrales niets
zeggen.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het als kolencentrales structureel minder betalen, zowel uitgedrukt
in de vergoeding per opbrengst, per vermogen als per m2?
Antwoord 5
De prijzen van grond voor zowel windmolens als kolencentrales worden bepaald in de
markt. Daarbij zijn de locaties waarop kolencentrales dan wel windmolens gevestigd
zijn niet zonder meer vergelijkbaar. Hierop kan en wil ik niet ingrijpen. Wel constateer
ik dat de grondprijzen voor windmolens erg hoog liggen in vergelijking met de opbrengsten
van dezelfde grond voor andere doeleinden, zoals voor landbouw. Dit wijst er op dat
de grondprijs voor windmolens thans onredelijk hoog is. Daarom ben ik van plan om
stapsgewijs de grondvergoeding in de SDE+ te verlagen, om zo een stimulans te geven
voor verlaging van de grondprijzen.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het proces van gronduitgifte voor wind – met een tender in specifieke
zoekgebieden – de grondvergoeding voor deze gronden voor wind sterk opdrijft, waar
dat bijvoorbeeld bij fossiele centrales (waar een andere methode voor gronduitgifte
wordt gehanteerd) niet geldt?
Antwoord 6
Nee, een tenderprocedure geeft de prijs die de markt wil en kan betalen, ongeacht
of de prijs hoog of laag is. De uitkomst van de tenderprocedure is de geldende marktprijs.
Vraag 7
In welke mate worden de basis-energieprijs en dus de SDE+ opslag voor wind op land
op RVOB grond, bepaald door de grondvergoedingen?
Antwoord 7
De grondprijzen worden meegenomen in de berekening van het basisbedrag in de SDE+.
Grondprijzen hebben geen invloed op de energieprijzen. In de SDE+ 2014 vormen grondprijzen
5% van het maximum basisbedrag voor wind op land. Afhankelijk van de energieprijzen
is dat circa 12% van de uitbetaalde subsidie voor een windproject. Ongeveer 12% van
de windmolens staat op grond van de Staat. Wind op land zal voor circa 2,6% punt bijdragen
aan de duurzame energiedoelstellingen. In welke mate dit terugkomt in de SDE+ opslag
is afhankelijk van de energieprijzen en in welke fases SDE+ wordt aangevraagd.
Vraag 8
Bent u bereid de grondvergoeding die RVOB vraagt te verlagen in lijn met de vergoeding
die andere sectoren betalen, bijvoorbeeld gebaseerd op een vaste prijs per m2 of een prijs gebaseerd op het rendement van de activiteit?
Antwoord 8
Het vaststellen van een grondvergoeding (voor welk vastgoed dan ook) is primair een
zaak voor het RVOB, dat zich daarbij houdt aan het principe van marktconformiteit.
De gehanteerde methodiek staat hier los van.