Vragen van het lid Wolbert (PvdA) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over extramurale zorginstellingen die buiten het stagefonds van VWS vallen (ingezonden 19 juni 2014).

Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 3 juli 2014)

Vraag 1, 2 en 3

Bent u ervan op de hoogte dat het door u in het leven geroepen stagefonds zorg alleen beschikbaar is voor de intramurale zorg?1

Wat vindt u ervan dat, zoals uit deze blog blijkt, grote inspanningen worden verricht door een leerbedrijf dat extramuraal werkt maar het toch geen vergoeding kan krijgen voor de stagebegeleiding?

Deelt u de mening dat ook de extramurale zorg gebruik zou moeten kunnen maken van het stagefonds, gezien de accentverschuiving van intramuraal naar extramuraal in de langdurige zorg?

Antwoord 1, 2 en 3

Het stagefonds staat niet alleen open voor instellingen die intramurale zorg leveren, maar ook wel degelijk voor instellingen die extramurale zorg leveren. Intramurale en extramurale zorginstellingen worden volledig gelijk behandeld. Dat is al vanaf de start van het stagefonds in 2008. Gegeven de ook door u geconstateerde verschuivingen in de zorg is dat van wezenlijk belang.

De situatie in de blog waarnaar u verwijst heeft betrekking op iets anders. De instelling waar het daar om gaat levert namelijk geen zorg in het kader van de Zvw, de AWBZ, de Wmo of de Wet op de Jeugdzorg. Vanaf de start van het stagefonds is dat de voorwaarde waaraan instellingen dienen te voldoen.

Vraag 4

Bent u bereid een aanpassing in de regelgeving te maken, zodat ook dit type opleidingen voor goede stagebegeleiding garant kan blijven staan?

Antwoord 4

Vanwege de hervormingen in de langdurige zorg en de jeugdzorg en het daarmee gepaard gaande onderscheid tussen enerzijds zorg in het kader van de Zvw, Wlz en de Jeugdwet en anderzijds ondersteuning in het kader van de Wmo 2015, dient ook een heroriëntatie op de reikwijdte van het stagefonds plaats te vinden. Voor het subsidiejaar 2014–2015 wordt alles nog bij het oude gelaten. Voor de periode daarna (vanaf subsidiejaar 2015–2016) wordt een nieuwe afweging gemaakt. De uitkomsten daarvan zullen tijdig aan de betrokken instellingen medegedeeld worden.

Naar boven