Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-20142264

Vragen van de leden Bisschop en Dijkgraaf (beiden SGP) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het plan van het platform Bewust moslim om op de dag van dodenherdenking een symposium te houden over een zogenoemde schaduw Holocaust (ingezonden 30 april 2014).

Antwoord van Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie en mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 16 juni 2014). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 2043.

Vraag 1

Kent u het plan van het platform Bewust moslim om op de dag van dodenherdenking een symposium te houden over een zogenoemde schaduw Holocaust?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2 en 3

Wat is uw oordeel over het feit dat het platform de situatie in Palestina bestempelt als een holocaust, terwijl de erkenning van de werkelijke Holocaust wordt neergezet als een bedenkelijk instrument van de Westerse wereld?

Bent u bereid om in overleg met de gemeente Hilversum pogingen te doen deze bijeenkomst af te laten blazen? Welke mogelijkheden heeft de gemeente om een dergelijke bijeenkomst te beletten, mede gezien het feit dat bij deze bijeenkomst de omstreden imam Abdul-Jabbar van de Ven aanwezig zal zijn?

Antwoord 2 en 3

De gemeente Hilversum en de Al Amal moskee hebben een aantal dagen voor de aangekondigde bijeenkomst een verklaring uitgegeven, waarin is gemeld dat na overleg is besloten dat de bijeenkomst geen doorgang zou vinden. Na alle ophef over de bijeenkomst werden teveel bezoekers verwacht. De bijeenkomst heeft uiteindelijk op een andere locatie en in een andere (besloten) vorm plaatsgevonden.

Het is niet aan mij als Minister om in gemeentelijke aangelegenheden te treden noch is het aan mij om de opvattingen te beoordelen van mensen die een bijeenkomst organiseren als door de vragenstellers bedoeld. Dit laatste punt ligt op het terrein van de uitingsvrijheid, een vrijheid die in beginsel door (lokale) overheden dient te worden gerespecteerd.

In het kader van zijn verantwoordelijkheid voor de handhaving van de openbare orde heeft de burgemeester op grond van de Gemeentewet en de Wet openbare manifestaties wel (nood)bevoegdheden om in voorkomende gevallen maatregelen te treffen, maar deze bevoegdheden kan hij niet inzetten (louter) op de grond dat hij het onderwerp of de inhoud van bijeenkomst onwenselijk acht.