Vragen van het lid Rutte (VVD) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over de financiële degelijkheid van ontvangers van subsidie uit het Filmfonds (ingezonden
22 mei 2014).
Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 16 juni
2014).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Financieel drama filmcrew Toen was geluk heel
gewoon»?1
Antwoord 1
Ja, dat heb ik.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat de crew die aan deze film heeft meegewerkt
niet betaald wordt, terwijl voor de film een grote subsidie uit het Filmfonds is ontvangen?
Antwoord 2
Ik deel de mening in algemene zin dat het onwenselijk is dat een crew die aan een
film heeft meegewerkt niet betaald wordt. Het nakomen van arbeidsovereenkomsten is
de verantwoordelijkheid van de producent.
Het Filmfonds was niet betrokken bij de productie van de film waaraan wordt gerefereerd.
Het Filmfonds heeft een relatief kleine subsidie verstrekt, voor de afwerking van
de film. Een bijdrage voor afwerking is bestemd om een werkkopie van een reeds geproduceerde
en gemonteerde film geschikt te maken voor bioscoopvertoning. De kosten voor dit traject
zijn, in verhouding tot de productiekosten voor realisering, beperkt. De bijdrage
in de afwerking bedroeg met 61.000 euro minder dan 5% van de totale kosten voor de
filmproductie en is aangevraagd voor de muziek, muziekrechten en diverse publiciteitskosten.
Vraag 3
Wat zegt het feit dat de producent van «Toen was geluk nog heel gewoon» op korte termijn
failliet dreigt te gaan over de financiële degelijkheid van deze subsidieontvanger?
Antwoord 3
Een dreigend faillissement betekent uiteraard dat de financiële positie van de onderneming
zorgelijk is. Dat zegt niet direct iets over de degelijkheid van de financiële positie
van de onderneming op het moment van het verkrijgen van de subsidie. Op het moment
van de subsidieaanvraag heeft het Nederlands Filmfonds geen gegevens ontvangen en
evenmin signalen van reeds betrokken partijen of personen ontvangen die duiden op
dreigend faillissement.
Vraag 4
Zijn er voorwaarden op het gebied van financiële degelijkheid van de aanvrager voor
het kunnen toewijzen van een subsidie uit het Filmfonds? Zo ja, wat zijn die voorwaarden?
Zo nee, bent u het ermee eens dat de casus «Toen was geluk heel gewoon» aanleiding
is om dergelijke voorwaarden in te stellen?
Antwoord 4
Ja. De belangrijkste vereisten en verplichtingen van het Nederlands Filmfonds die
gelden voor alle soorten aanvragen bij het Filmfonds zijn vervat in artikel 10 en
16 van het Algemeen Reglement (www.filmfonds.nl). Deze artikelen regelen nauwgezet dat een subsidie alleen kan worden verstrekt als
aannemelijk is dat de aanvraag kan worden gerealiseerd conform de begrote uitgaven
en de aanvrager aan zijn verplichtingen zal kunnen voldoen, waaronder de verplichting
het Fonds te allen tijde juist en waarheidsgetrouw te informeren.
Verder regelt artikel 14 van het Algemeen Reglement dat een aanvraag voor subsidie
kan worden afgewezen indien de aanvrager of de natuurlijke persoon die de aanvrager
rechtsgeldig vertegenwoordigt niet aantoonbaar heeft voldaan aan voorschriften gesteld
aan eerder door het bestuur toegekende subsidies, dan wel toerekenbaar tekort is geschoten
in de nakoming van één of meer verplichtingen verbonden aan een eerdere subsidieverlening
of een uitvoeringsovereenkomst van het Fonds.
Wanneer er substantiële realiseringssubsidies voor de totstandkoming van een film
worden verstrekt (dit was bij Toen was geluk nog heel gewoon niet het geval), stelt het Deelreglement Realisering nog extra voorwaarden.
Daarnaast hanteert het Filmfonds een Financieel & Productioneel Protocol met nadere
vereisten en kaders omtrent de begroting, de financiering, uitvoering en verantwoording
en worden nadere bepalingen en de definitieve documenten opgenomen in een uitvoeringsovereenkomst.
In het geval er bij de financiële eindafrekening een controleverklaring door een accountant
vereist is dan volgt deze het Handboek Financiële Verantwoording en bijbehorend Controleprotocol.
Vraag 5
Vormt de casus «Toen was geluk heel gewoon» aanleiding om de beslissing over de uitvoering
van de «cash rebate»-regeling, in handen gelegd van het Filmfonds, te heroverwegen?
Antwoord 5
Nee. Het Nederlands Filmfonds heeft zijn organisatie en reglementen, inclusief het
reglement Stimuleringsmaatregel Filmproductie in Nederland dat de «cash rebate» regelt,
zo ingericht dat er inzicht wordt verkregen in de kosten en financiering van de film
en in de financiële positie van de aanvrager op het moment van het indienen van de
aanvraag. Het Fonds heeft daarbij als enige organisatie jarenlange ervaring met zowel
selectieve als automatische realiseringssteun aan filmproducties en opereert in een
internationaal netwerk van nationale, regionale en lokale fondsen met een vergelijkbare
verantwoordelijkheid en werkwijze.
Bij het toekennen van relatief kleinere bijdragen heeft het Filmfonds daarnaast ook
rekening te houden met het rijksbrede uniform subsidiekader dat beperkingen stelt
aan de administratieve lasten die kunnen worden opgelegd aan aanvragers in deze categorie.
De bijdrage van het Filmfonds aan Toen was geluk heel gewoon had betrekking op een relatief kleinere bijdrage voor de afwerking van de film en
niet op de productie ervan.
Een producent is voorts te allen tijde volledig eindverantwoordelijk voor het nakomen
van alle verplichtingen naar zowel diegene aan wie werkzaamheden worden uitbesteed,
alsmede naar financiers van wie bijdragen worden betrokken.