Vragen van het lid Van Toorenburg (CDA) aan de Staatssecretaris van Veiligheid en
Justitie over de EO-reportage «De nachtmerrie na het misbruik» (ingezonden 20 mei
2014).
Antwoord van Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 11 juni 2014)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de EO-reportage «De nachtmerrie na het misbruik»?1
Vraag 2
Herkent u hetgeen de ouders en de advocaat in de reportage naar voren brengen, namelijk
dat ouders van misbruikte kinderen nog altijd geen stevige positie hebben als (eveneens)
slachtoffers? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u hun positie als slachtoffer beschrijven?
Antwoord 2
Ik onderken dat ouders van kinderen die slachtoffer zijn geworden van een misdrijf,
bijvoorbeeld seksueel misbruik, niet dezelfde positie hebben als slachtoffers. Als
wettelijke vertegenwoordiger van hun kind kunnen zij wel degelijk een aantal rechten
uitoefenen namens hun kind, zoals het voegen als benadeelde partij, het krijgen van
informatie over het verloop van de zaak en het uitoefenen van het spreekrecht. Bij
dit laatste krijgen zij de ruimte om ook in te gaan op wat de gevolgen van het misdrijf
voor henzelf zijn geweest.
Vraag 3
De rechter heeft, in de Amsterdamse zedenzaak (Hof Amsterdam, d.d. 26 april 2013,
parketnr. 23 002662-12) bepaald dat ouders geen slachtoffer zijn als bedoeld in art.
51a, e.v. Wetboek van Strafrecht en dat zij zich voor hun schade dus niet kunnen voegen
als benadeelde partij; bent u bereid de wet aldus te veranderen dat zij dat wel worden?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn mag de Kamer hiertoe een voorstel ontvangen?
Antwoord 3
Ik ben voornemens wettelijk te regelen, dat ouders zich in het strafproces kunnen
voegen als benadeelde partij voor kosten die zij ten behoeve van hun kind hebben gemaakt.
Een wetsvoorstel met die strekking is op 28 mei jl. op de internetsite www.internetconsultatie.nl geplaatst2 en voor advies naar verschillende instanties gestuurd. Ik streef ernaar het wetsvoorstel
begin 2015 bij uw Kamer in te dienen.
Vraag 4
Wanneer kan de Kamer zich buigen over het aangepaste voorstel voor schadevergoeding
in strafzaken waar u momenteel aan schijnt te werken?
Antwoord 4
Zie antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Kunt u aangeven, gelet op het feit dat de ouders in de reportage aangeven dat veel
schade die direct verband houdt met het misdrijf niet voor vergoeding in aanmerking
komt en zij zich zeer tekortgedaan voelen door het Schadefonds Geweldsmisdrijven,
die de schade nauwelijks heeft willen vergoeden, op welke schadevergoeding ouders
van misbruikte kinderen in beginsel mogen rekenen?
Antwoord 5
Het Schadefonds Geweldsmisdrijven geeft aan slachtoffers met een ernstig psychisch
of fysiek letsel een financiële tegemoetkoming en erkent daarmee het onrecht dat hen
is aangedaan. De uitkering door het Schadefonds heeft een tegemoetkomend karakter
en heeft niet als doel de (volledige) schade te vergoeden.
Als derden schade hebben, komt deze schade in principe niet voor uitkering in aanmerking.
Bij ouders van minderjarige kinderen kan dit soms anders zijn, omdat zij (logischerwijs)
kosten maken voor hun kind. Het moet dan wel gaan om kosten voor de letselschade van
het kind.
Wat ook voorkomt is dat ouders – nadat hun kind slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf
– kosten maken die geen rechtstreeks verband houden met de letselschade van het eigenlijke
slachtoffer. Bijvoorbeeld: de ouders hebben psychische klachten nadat hun kind slachtoffer
is geworden van een geweldsmisdrijf en gaan hiervoor zelf (zonder het kind) naar een
psycholoog. Deze kosten vloeien niet rechtstreeks voort uit het letsel van het kind
maar primair uit de eigen psychische problemen van de ouders. Het Schadefonds kan
hiervoor geen tegemoetkoming geven.
Het Schadefonds hanteert bij een tegemoetkoming met betrekking tot immateriële schade
van een kind vaak een werkwijze waarbij dat deel van de tegemoetkoming op een aparte
rekening wordt vastgezet totdat het kind de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. De
tegemoetkoming in de materiële schade, zoals de kosten van rechtsbijstand, wordt aan
de ouders van het kind overgemaakt.
Vraag 6
Bent u bereid om met de ouders uit de reportage in gesprek te gaan over hetgeen zij
hebben moeten doorstaan om nog slechts een gering bedrag van de door hen geleden schade
vergoed te krijgen?
Antwoord 6
Zoals ik ook aan de ouders heb geschreven, ben ik niet in de gelegenheid op alle aan
mij gerichte verzoeken om een persoonlijk gesprek in te gaan. Brieven waarin mensen
hun verhaal doen zijn voor mij een waardevolle bron van informatie over wat in de
samenleving speelt. Deze betrek ik dan ook bij het verder ontwikkelen van het beleid
rond de zorg voor en ondersteuning van slachtoffers en hun omgeving.