Vragen van de leden Van Klaveren en Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren) aan de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Buitenlandse Zaken over de dreiging na een antisemitische aanslag in Brussel (ingezonden 27 mei 2014).

Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 10 juni 2014).

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht: «CIDI: politie ook waakzaam in Nederland»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

In hoeverre klopt het dat de politie bij een mogelijk antisemitische aanslag in de ons omringende landen extra kijkt naar de veiligheid van joodse instellingen in Nederland?

Antwoord 2

Ja, dat klopt. De (veiligheids)situatie in Nederland wordt door de Nederlandse autoriteiten nauwlettend in de gaten gehouden. Dit is ook het geval bij iedere mogelijke aanslag of incident van betekenis in andere landen die hierop van invloed kunnen zijn.

Vraag 3

Deelt u de visie dat er in Europa sprake is van groeiend antisemitisme? Zo ja, welke oorzaken ziet u hiervoor?

Antwoord 3

De Raad van Europa noch de EU beschikken over recente officiële cijfers ten aanzien van trends in antisemitisme in Europa. Wel heeft Commissaris voor de Rechten van de Mens Nils Muižnieks in januari van dit jaar aangegeven dat, ondanks het ontbreken van die officiële statistieken, gesteld kan worden dat antisemitisme in Europa groeiende is. Ook al kunnen we niet staven dat antisemitisme groeit, is het enkele feit dat het in Europa nog steeds bestaat reden om alert te zijn en het te bestrijden.

Vraag 4

Kunt u aangeven wat er tot nu toe bekend is over de daders en het motief voor de aanslag in Brussel?

Antwoord 4

Tot op heden is alleen sprake van een verdachte, waarvan bekend is gemaakt dat deze persoon een Syriëganger is. Verder is over het motief niet meer bekend dan datgene wat het Belgische Federale Parket en de Franse autoriteiten aan de media hebben gemeld.

Vraag 5

Bent u inmiddels bereid bij te dragen in de enorm hoge beveiligingskosten die de joodse gemeenschap in Nederland ieder jaar weer maakt om in veiligheid te kunnen leven? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 5

Voor het antwoord op deze vraag wil ik verwijzen naar het antwoord op vraag 3 van Kamervragen 2014Z09586 van de leden Segers (ChristenUnie) en Van der Staaij (SGP).

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Segers (ChristenUnie) en Van der Staaij (SGP), ingezonden 27 mei 2014 (vraagnummer 2014Z09586)

Naar boven