Aanhangsel van de Handelingen

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarNummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-2014211

Vragen van de leden Schouw en Verhoeven (beiden D66) aan de minister van Veiligheid en Justitie en de staatssecretaris van Financiën over de Big Brother Awards (ingezonden 2 september 2013).

Antwoord van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) mede namens de staatssecretaris van Financiën (ontvangen 10 oktober 2013) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 89

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de uitslag van de Big Brother Awards 2013?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Wat is uw reactie op de expertprijs voor de Belastingdienst en in bijzonder het juryrapport?

Antwoord 2

Navraag bij de organisatoren van de Big Brother Awards heeft uitgewezen dat er geen juryrapport is. Wel is er een programmaboek voor de uitreiking. Hierin is te lezen dat de Belastingdienst is genomineerd voor twee situaties: het gebruik van de camerabeelden van de landelijke eenheid van de Politie en het opvragen van informatie bij parkeerinstanties.

De reactie van de Staatssecretaris van Financiën hierop is dat het niet zo is dat met de camerabeelden, die de Belastingdienst door gebruik van de camera’s van de landelijk eenheid verkrijgt, de Belastingdienst «alle gegevens van iedereen die over de Nederlandse snelwegen rijdt» verzamelt, zoals het programmaboek stelt. Bij binnenkomst toetst de Belastingdienst de beelden op fiscale relevantie. De niet-fiscaal relevante gegevens worden zo snel mogelijk verwijderd. Dat de Belastingdienst richting parkeerinstanties werkt met algehele in plaats van gerichte gegevensuitvraag is juist omwille van de privacy van betrokkenen. Als de Belastingdienst gericht kentekens zou uitvragen geeft de Belastingdienst aan anderen prijs dat deze kentekens fiscaal relevant zijn. Om die reden heeft de Belastingdienst deze vraag dan ook op deze wijze aan de parkeerinstanties gesteld. De fiscale wetgeving geeft de Belastingdienst de mogelijkheid om aanwezige gegevens bij parkeerinstanties op te vragen. De Belastingdienst heeft van deze mogelijk gebruik gemaakt om de fiscale wetgeving te handhaven.

Vraag 3

Wat is uw reactie op de publiekprijs voor de minister van Veiligheid en Justitie? Herkent u het beeld dat geschetst wordt in de toelichting? Erkent u dat in pogingen criminaliteit zo hard mogelijk aan te pakken er soms wordt gekozen voor disproportionele oplossingen, grondrechten worden ingeleverd en dat daarmee de oplossing soms erger is dan de kwaal?

Antwoord 3

Zoals ik eerder in mijn YouTube-boodschap aan de organisatoren van de Big Brother Awards liet weten heb ik de publieksprijs met gemengde gevoelens in ontvangst genomen. Ik wil niet ontkennen dat ik verantwoordelijk ben voor wetgeving die soms een inperking van de privacy of andere grondrechten betekent, maar ik distantieer mij van de suggestie dat ik geen interesse voor privacy zou hebben. Het tegendeel is waar. Als ik in het licht van nieuwe dreigingen zoals cyberaanvallen op vitale infastructuur uw Kamer voorstellen doe voor nieuwe bevoegdheden voor opsporingsdiensten dan is bij de voorbereiding daarvan goed nagedacht over de vraag of dit voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Ook in het debat met uw Kamer staan wij steeds uitvoerig stil bij de noodzaak van de maatregel en bij de vraag of deze voldoende is ingekleed met waarborgen zoals een toetsing vooraf door de officier van justitie of de rechter. Ik meen dan ook dat mijn voorstellen passend zijn en zie de mij toebedeelde prijs eerder als een aanmoediging om goed oog te blijven houden voor het belang van privacy.

Vraag 4

Kunt u ingaan op de ontwikkelingen op het gebied van privacy in het algemeen, zoals beschreven in het programmaboek van de Big Brother Awards «de Staat van Privacy»?2

Antwoord 4

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en ik zullen uw Kamer nog dit najaar een meer algemene brief sturen over de balans tussen privacy en veiligheid.