Vragen van de leden Voortman en Klaver (beiden GroenLinks) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over seksuele vorming en de seksuele gezondheid van jongeren (ingezonden 28 augustus 2013).

Antwoord van minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 10 oktober 2013)

Vraag 1

Bent u bekend met de cijfers omtrent condoomgebruik en soa's1 van jongeren?2

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Deelt u de mening dat deze cijfers zorgwekkend zijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 2

Deze uitkomsten bevestigen het belang om te investeren in een gezonde leefstijl van de jeugd, waaronder het bevorderen van seksuele gezondheid.

Het beleid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is gericht op de inzet van bewezen effectieve interventies. Hierbij wordt onder meer ingezet op promotie van condoomgebruik.

Het is van belang dat jongeren op het moment dat zij voor het eerst seksueel actief worden (elk jaar circa 200.000) over voldoende informatie en vaardigheden beschikken om seksuele relaties prettig, veilig en vrijwillig vorm te geven. Dat ze weten hoe ze zich tegen soa’s of een zwangerschap kunnen beschermen, dat ze seksueel weerbaar zijn en dat ze weten waar ze terecht kunnen met vragen of problemen.

Vraag 3

Wat voor acties onderneemt u om de bewustwording van het belang van condoomgebruik onder jongeren te stimuleren?

Antwoord 3

Van het ministerie van VWS ontvangen de GGD’en, op grond van de regeling «Aanvullende seksuele gezondheidszorg», een subsidie ten behoeve van seksualiteitshulpverlening. In dit kader voeren de GGD’en onder de noemer «Sense» (zie ook www.sense.info ) op preventie gerichte activiteiten uit, zoals de promotie van condoomgebruik, om seksueel risicogedrag onder jongeren te verminderen.

De GGD’en worden hierin ondersteund door de landelijke thema-instituten op dit terrein: Rutgers WPF en Soa Aids Nederland. Momenteel wordt voor de Sense-hulpverlening onderzocht hoe e-health (gezondheidszorg die gebruik maakt van moderne media zoals internet, mobiele telefonie en sociale media), het beste ingezet kan worden ten behoeve van bevordering van seksuele gezondheid van jongeren.

Specifiek voor het onderwijs zijn door Rutgers WPF en Soa Aids Nederland diverse lespakketten ontwikkeld. Een belangrijk voorbeeld hiervan is «Lang leve de liefde».

Vraag 4

Deelt u de mening dat bewustwording van seksuele gezondheid en preventie van soa's een taak is van het onderwijs?

Antwoord 4

Naar mijn mening hebben ouders en verzorgers de belangrijkste rol in de opvoeding en (seksuele) vorming van hun kinderen. Daarnaast levert het onderwijs een essentiële bijdrage aan de vorming van leerlingen door ze toe te rusten met de kennis en vaardigheden die nodig zijn voor hun maatschappelijk functioneren. Daarom is in de kerndoelen voor het primair onderwijs en de onderbouw van het voortgezet onderwijs onder meer vastgelegd dat scholen aandacht moeten besteden aan de sociale redzaamheid van leerlingen.

Het leren zorgdragen voor hun eigen lichamelijke en psychische gezondheid en die van anderen, maar ook het respectvol leren omgaan met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, maken hiervan deel uit. Voor het middelbaar beroepsonderwijs is in de kwalificatie-eisen loopbaan en burgerschap opgenomen dat leerlingen leren zorgdragen voor hun eigen gezondheid. Bewustzijn van de eigen leefstijl en gezondheidsrisico’s van de eigen leefstijl, verantwoorde keuzes maken en activiteiten ondernemen die bijdragen aan een gezonde leefstijl, zijn daarvoor nodig. Naast bewegen en sport, voeding, roken, alcohol en drugs, wordt ook seksualiteit hierbij expliciet genoemd.

De wijze waarop dit vervolgens wordt vormgegeven, wordt op schoolniveau bepaald. Voor informatie en advies kunnen scholen websites als www.seksuelevorming.nl , www.langlevedeliefde.nl en www.schoolenveiligheid.nl raadplegen.

Vraag 5

Bent u bereid stappen te ondernemen om het onderwijs over soa's en preventie daarvan te verbeteren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Nee: zie het antwoord op vraag 4.

Vraag 6

Deelt u de mening dat er verbeteringen noodzakelijk zijn in de lessen seksuele vorming in het basisonderwijs, bijvoorbeeld door deze altijd op een interactieve manier aan te bieden?

Antwoord 6

Zie de antwoorden op vraag 4 en 5.

Vraag 7

Deelt u voorts de mening dat ouders of verzorgers meer bij dit onderwijs betrokken dienen te worden, zodat zij het gesprek met hun kinderen hierover kunnen voortzetten? Zo nee, kunt u toelichten waarom niet?

Antwoord 7

Seksualiteit kan voor ouders een lastig onderwerp zijn om met hun kinderen te bespreken. Om ouders hierbij handvatten te bieden is de website www.uwkindenseks.nl ontwikkeld. Deze website is onderdeel van de social media aanpak seksuele weerbaarheid van jongeren, gefinancierd door de ministeries van VWS en OCW. Op deze website vinden ouders allerlei tips en voorbeelden van gesprekken met kinderen.

Ook scholen en GGD’en kunnen ouders ondersteunen door ouderavonden te geven over dit onderwerp en te laten zien hoe ouders invulling kunnen geven aan deze opvoedingstaak. Scholen bepalen echter zelf bij welke onderwerpen en op welke manier zij ouders betrekken bij het onderwijs van hun kinderen.


X Noot
1

seksueel overdraagbare aandoeningen

X Noot
2

H. de Graaf, H. Kuijer, J. van Acker en S. Meijer, Seks onder je 25e – Seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2012 (RutgersWPF en SoaAids Nederland 2012)

http://www.rutgerswpf.nl/sites/default/files/Jongerenmonitor%202009.pdf (geraadpleegd op 23-8-2013); Nationaal Kompas http://www.nationaalkompas.nl/gezondheid-en-ziekte/ziekten-en-aandoeningen/infectieziekten-en-parasitaire-ziekten/soa/trend/ (geraadpleegd 23-08-2013)

Naar boven