Vragen van de leden Schut-Welkzijn en Potters (beiden VVD) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Fraude Marokkanen aangemoedigd» (ingezonden 11 april 2014).

Antwoord van Staatssecretaris Klijnsma (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 13 mei 2014)

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het bericht «Fraude Marokkanen aangemoedigd»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Is het waar dat het Euro Mediterraan Centrum voor Migratie en Ontwikkeling (Emcemo) Marokkaanse ouderen oproept hun Marokkaanse BSN-nummer niet af te geven aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB)?

Antwoord 2

Ja.

Vraag 3, 4 en 5

Keurt u deze oproep tot het niet voldoen aan de Nederlandse wet af?

Wanneer Marokkaanse ouderen gehoor geven aan deze oproep, overtreden ze dan de wet? Overtreedt het Emcemo de wet door deze oproep te doen?

Wat zijn in uw ogen de consequenties van het niet afgeven van het Marokkaanse BSN-nummer voor het al dan niet opsporen van fraude?

Antwoord 3, 4 en 5

Het kabinet staat voor de rechtmatige verstrekking van uitkeringen en het maximaal bestrijden van fraude. Dat is van belang voor het behoud van draagvlak voor het sociale stelsel. Van burgers kan worden verlangd dat zij meewerken aan onderzoek naar de rechtmatigheid van hun uitkering en daarvoor gegevens aanleveren.

De SVB doet in dit verband breed onderzoek naar de rechtmatigheid van AIO-uitkeringen. Het CIN-nummer vormt een onderdeel van het totaal aan informatie dat de SVB in het kader van het onderzoek heeft uitgevraagd.

De gevraagde gegevens zijn noodzakelijk om te bepalen of er nader onderzoek moet plaatsvinden. Een uitzondering hierop vormt het CIN-nummer. Omdat de SVB het nummer pas gebruikt bij een eventueel vervolgonderzoek in Marokko heeft zij geoordeeld dat het niet correct was om het in dit stadium van het onderzoek aan iedereen te vragen. Mensen aan wie het nummer nu gevraagd is, hoeven het niet meer mee te sturen. Indien het CIN-nummer al is aangeleverd, zal dit worden vernietigd.

In deze fase heeft het ontbreken van het CIN-nummer geen gevolgen voor het onderzoek. Het onderzoek zal dan ook voortgaan. Mogelijk zal op basis van de beschikbare gegevens vervolgonderzoek in Marokko moeten plaatsvinden. Voor een dergelijk vervolgonderzoek is het CIN-nummer een noodzakelijk gegeven. In dat geval zal de SVB het nummer alsnog vragen en is de AIO-gerechtigde ook gehouden aan levering.

Hieruit volgt dat betrokkenen die in dit stadium van het onderzoek hun CIN-nummer niet overleggen met hun handelen de Wet werk en bijstand (WWB) niet overtreden. Emcemo overtreedt met de oproep geen wettelijke bepaling.

Vraag 6

De Inspectie SZW geeft in haar jaarverslag aan dat meer dan 1% van de gelden, die naar ouderen gaan die een aanvulling krijgen op hun AOW, omdat ze onvoldoende AOW rechten hebben opgebouwd in Nederland, niet kan worden verantwoord; komt dit doordat betrokkenen niet meewerken aan onderzoek?2

Antwoord 6

Het percentage waar naar wordt verwezen heeft betrekking op het proces van vaststelling door de SVB en houdt geen verband met de medewerking van rechthebbenden bij onderzoek.

Vraag 7

Wat zijn de consequenties voor betrokkenen als zij hun Marokkaanse BSN-nummer niet afgeven en daarmee mogelijk fraudeonderzoek frustreren?

Antwoord 7

Indien in het kader van een uit te voeren vervolgonderzoek in Marokko het CIN-nummer alsnog uitgevraagd wordt, dienen betrokkenen dit te leveren. De WWB voorziet in mogelijkheden om de uitkering op te schorten en te beëindigen indien de belanghebbende de voor de verlening van bijstand van belang zijnde gegevens of de gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt, dan wel indien de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent, en hem dit te verwijten valt. Hier wordt van geval tot geval door de uitvoerders, in casu gemeenten en de SVB, over geoordeeld.

Vraag 8

Hoe gaat u voorkomen dat Emcemo een soortgelijke oproep in de toekomst herhaalt?

Antwoord 8

Wij kunnen niet garanderen dat Emcemo of andere partijen zich in de toekomst van soortgelijke oproepen onthouden, maar zetten in op het op constructieve wijze voeren van een toekomstige dialoog.

Toelichting:

Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid De Graaf (PVV), ingezonden 10 april 2014 (vraagnummer 2014Z06622)


X Noot
1

De Telegraaf 11 april 2014

X Noot
2

Jaarverslag Inspectie SZW 2012, juni 2013

Naar boven