Vragen van de leden Gesthuizen, Kooiman (beiden SP), Berndsen-Jansen en Schouw (beiden
D66) aan de Minister en Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over het gebruik
van de stille sms door de politie ten behoeve van de opsporing (ingezonden 11 maart
2014).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 9 mei 2014). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 1584.
Vraag 1 en 2
Herinnert u zich de antwoorden op eerdere vragen over de inzet van de onzichtbare
stealth sms (hierna: stille sms) door de politie ten behoeve van de opsporing, waardoor
gebruikers van een mobiele telefoon gelokaliseerd kunnen worden?1
Deelt u de mening dat het in ieder geval van de concrete omstandigheden afhangt of
de inzet van de stille sms door de politie wel of geen betekenisvolle inbreuk op de
privacy oplevert? Deelt u eveneens de mening dat bij langdurige frequente inzet van
dit middel op enig moment sprake kan zijn van stelselmatige observatie? Waar ligt
volgens u de grens? Bij welke frequentie en duur van de inzet van stille sms is hier
sprake van?
Antwoord 1 en 2
Ja. Zoals ik bij de beantwoording van de hierboven aangehaalde Kamervragen reeds aangaf,
heeft het Hof Den Bosch2 geoordeeld dat door het versturen van stille sms slechts globaal is vastgesteld waar
het betreffende toestel zich bevond, waardoor een zo beperkt beeld is verkregen van
de bewegingen van de persoon die de telefoon droeg, dat van een betekenisvolle inbreuk
op diens privacy geen sprake was. Ook gaf ik in die beantwoording aan dat het Hof
Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat het gebruik van de stille sms in de betreffende zaak
gerechtvaardigd is op grond van art. 2 Politiewet (oud).3
Of er sprake is van stelselmatigheid wordt door de betrokken officier van justitie
bepaald. De beoordeling van het begrip stelselmatigheid is casusafhankelijk. In iedere
zaak toetst de officier van justitie steeds weer aan de vereisten van proportionaliteit
en subsidiariteit. En neemt daarbij in overweging, dat de wijze waarop het middel
wordt ingezet niet in betekenende mate inbreuk mag maken op grondrechten, zoals de
privacy van betrokkenen.
Bij de inzet van een stille sms is onder meer vereist, dat er een spoedeisend en zwaarwegend
onderzoeksbelang is en er geen andere, minder ingrijpende methoden voorhanden zijn
waarmee een (globale) geografische positie van de telefoon kan worden vastgesteld.
Vraag 3 en 4
Wat houden de door u aangekondigde aanscherpingen van de procedure voor de inzet van
de stille sms precies in?4 Bent u bereid deze nieuwe procedure openbaar te maken? Zo nee, waarom niet?
Is met deze aanscherping voortaan verzekerd dat iedere inzet van de stille sms aan
het dossier wordt toegevoegd, dat over de duur en frequentie geverbaliseerd wordt
en dat de sms niet vaker wordt verstuurd dan vooraf door de officier van justitie
is toegestaan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3 en 4
De aankondiging die ik heb gedaan van de aanscherping van de procedures rondom de
inzet van de stille sms kwam voort, uit het door de rechtspraak geuite zorgpunt over
de procedurele zorgvuldigheid van het gebruik van dit middel vanuit het oogpunt van
transparantie en toetsbaarheid van het strafproces. Hieraan is tegemoetgekomen door
voortaan (verplicht) proces-verbaal op te maken van de duur en de frequentie van de
inzet van de stille sms. Dit proces-verbaal wordt vervolgens in het procesdossier
gevoegd. Ik heb thans geen enkele aanleiding te veronderstellen, dat de politie in
strijd met de toestemming van de officier van justitie zou handelen, of dat voornoemde
interne procedures niet zouden worden nageleefd.
Vraag 5 en 6
Kunt u bevestigen dat er een registratie wordt bijgehouden van het aantal keer dat
de stille sms wordt ingezet?
Wat is er precies op tegen om openbaar te maken hoe vaak dit middel is ingezet? Kunt
u dit uitgebreid toelichten?
Antwoord 5 en 6
Zoals ik al in de beantwoording op de in uw eerste vraag aangehaalde Kamervragen heb
gemeld, verzet het belang van de opsporing en vervolging zich ertegen om publiekelijk
informatie te verstrekken over het aantal keer dat de stille sms is ingezet. Openbaarmaking
van deze gegevens zou de werkwijze c.q. het werk van de politie bij opsporing en vervolging
van strafbare feiten in de toekomst ernstig kunnen bemoeilijken of frustreren, doordat
verdachten hun gedragingen, of handelswijze, op basis van gegevens inzake de frequentie
van de inzet van het middel, kunnen aanpassen om het middel te omzeilen. Bovendien
is het uiteindelijk aan de strafrechter om, ter openbare terechtzitting, te oordelen
over de rechtmatigheid van de inzet van het middel.
Om die reden ben ik niet voornemens deze informatie openbaar te maken. Van belang
is nu, dat door verplichte verbalisering van duur en frequentie de inzet van het middel
transparant en toetsbaar wordt voor de rechter en de verdediging.
X Noot
1Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 9
X Noot
2ECLI:NL:GHSHE:2013:4046, d.d. 15 augustus2013.
X Noot
3ECLI:NL:GHARL:2013:5849, d.d. 7 juli 2013.
X Noot
4Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 9