Vragen van het lid Rebel (PvdA) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport over het bericht dat de rol van THC in beperkte mate een rol speelt bij cannabisverslaving
(ingezonden 3 april 2014).
Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen
8 mei 2014).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat verwijst naar een proefschrift «Rol THC-blootstelling
beperkt bij cannabisverslaving»?1
Vraag 2
Was u op de hoogte van dit onderzoek? Zo ja, heeft u de onderzoekster gesproken bij
de totstandkoming van het ontwerpbesluit houdende wijziging van lijst I, behorende
bij de Opiumwet in verband met plaatsing op deze lijst van hasjiesj en hennep met
een gehalte aan tetrahydrocannabinol (THC) van 15 procent of meer?
Antwoord 2
Ja, ik was op de hoogte van het feit dat dit promotieonderzoek werd uitgevoerd. De
uitkomsten van het deelonderzoek naar blowgedrag en de sterkte van cannabis zijn overigens
pas recent beschikbaar gekomen. Ik heb de onderzoekster niet gesproken bij de totstandkoming
van de THC-maatregel.
Vraag 3 en 4
Als u niet op de hoogte bent van dit onderzoek, bent u dan alsnog bereid met de onderzoekster
te overleggen over de hoogte van het THC-gehalte en de (beperkte) rol die de THC-gehalte
speelt bij cannabisverslaving? Zo nee, waarom niet?
Was een van de redenen om de hoogte van het THC-gehalte te maximeren de verslavingsgevolgen
van THC in cannabis? Zo ja, wat betekent de conclusie van dit onderzoek, namelijk
dat THC maar een beperkte invloed heeft op de verslaving van cannabis, voor de motivering
achter het ontwerpbesluit? Zo nee, is de uitkomst in dit onderzoek in het algemeen
gesproken van belang voor de inhoud en motivering van het Ontwerpbesluit? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 3 en 4
Hoewel het onderzoek een aantal belangrijke vragen aan de orde stelt wil ik toch wijzen
op een aantal beperkingen. De studie richt zich op ervaren blowers, dus niet op beginnende
gebruikers. Dat is van belang omdat bekend is dat jongeren in het algemeen gevoeliger
zijn voor de schadelijke effecten van alcohol en drugs. Bovendien kijkt de studie
naar de ontwikkeling van verslaving en niet naar acute gezondheidseffecten of andere
gezondheidsgevolgen.
De maatregel om cannabis met een THC-gehalte van 15 procent of meer op lijst I van
de Opiumwet te plaatsten was aanbevolen door de Commissie Garretsen in haar rapport
«Drugs in Lijsten» uit 2011. Deze commissie adviseerde het kabinet over de lijstensystematiek
van de Opiumwet. De commissie was van oordeel dat er, gelet op de toegenomen schadelijkheid
voor de gezondheid van de gebruiker en de schade voor de samenleving, genoeg aanwijzingen
waren om naast hennepolie ook hennep en hasjiesj met een hoog THC-gehalte op lijst
I te plaatsen.
Het toenmalige kabinet heeft deze aanbeveling overgenomen en is gestart met de voorbereiding
van de bedoelde maatregel. Het huidige kabinet heeft in het regeerakkoord opgenomen
een maximum te willen stellen aan werkzame stoffen in cannabis.
Zoals ook de Commissie Garretsen constateerde is de laatste jaren (2012/2013 uitgezonderd)
het THC-gehalte in cannabis gemiddeld 17 procent geweest, daar waar het begin 2000
nog gemiddeld 11 procent was.
Uit onderzoek is gebleken dat het roken van cannabis met een hoog THC-gehalte een
hoger risico op het ontstaan van gezondheidsproblemen met zich meebrengt dan het roken
van cannabis met een laag THC-gehalte. Het feit dat ook de hulpvragen voor cannabisproblematiek
de laatste jaren flink zijn gestegen, deed veronderstellen dat de stijging van het
THC-gehalte één van de mogelijke oorzaken zou kunnen zijn. Daarnaast kan met de plaatsing
van sterke cannabis op lijst I de bestrijding van drugsgerelateerde criminaliteit
worden verbeterd door het introduceren van hogere strafbedreigingen. Op grond hiervan
zie ik dan ook geen aanleiding om van de voorgenomen THC-maatregel af te zien.
Vraag 5
Deelt u de mening van de onderzoekster dat gerichte preventie een betere strategie
is om chronische verslaving te voorkomen? Zo ja, heeft u (aanvullende) preventieve
maatregelen in gedachte om chronische verslaving beter te voorkomen of te verhelpen?
Zo ja, om welke maatregelen gaat het?
Antwoord 5
Het ontstaan van verslaving is een complex proces waarbij diverse factoren een rol
spelen. De genoemde studie laat zien dat bij de ontwikkeling van cannabisverslaving
psychische factoren een grotere rol lijken te spelen dan het THC-gehalte. Het is bekend
dat ook andere omstandigheden, zoals op jonge leeftijd starten met gebruik, slechte
schoolprestaties, schooluitval of een ongunstige gezinssituatie, van invloed zijn
op de ontwikkeling van verslavingsgedrag. Preventieactiviteiten gericht op dergelijke
factoren zijn zeker essentieel bij het voorkomen van verslaving. Verslavingspreventie
is een taak van de gemeenten. De instellingen voor verslavingszorg hebben al veel
preventieactiviteiten op lokaal of regionaal niveau ontwikkeld. Ik zie geen reden
om aanvullende maatregelen te initiëren.