Vragen van het lid Marcouch (PvdA) aan de Minister van Veiligheid en Justitie over de beveiliging van een bedreigde eigenaar van een schoonmaakbedrijf (ingezonden 11 april 2014).

Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 6 mei 2014).

Vraag 1

Kent u het bericht «Persoonlijke beveiliging schoonmaakbaas»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Bent u bekend met de bedreigingen die deze persoon heeft gekregen? Heeft deze persoon aangifte van bedreiging gedaan?

Antwoord 2

De eigenaar van het schoonmaakbedrijf heeft in de media aangegeven dat hij meermalen met de dood bedreigd is. Bij de politie is geen aangifte van bedreiging bekend van de betreffende persoon.

Vraag 3

Hoe ver gaat de verantwoordelijkheid van de bedreigde persoon zelf of de organisatie waarin hij werkt en wanneer ontstaat er verantwoordelijkheid van de overheid voor de beveiliging in het kader van het stelsel van bewaken en beveiligen?

Antwoord 3

Algemeen uitgangspunt van het stelsel bewaken en beveiligen is dat de burger zelf in eerste instantie verantwoordelijk is voor de eigen veiligheid. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan goed hang- en sluitwerk aan de eigen woning. Bedrijven, organisaties en instellingen dienen beschermende maatregelen te treffen om te voorkomen dat de veiligheid van werknemers en anderen, als gevolg van hun werkzaamheden, in gevaar komt. Bij de werkgeversverantwoordelijkheid kan worden gedacht aan (aanvullende) beveiligingsmaatregelen aan de woning, het vervoer en de werkplek.

Op het moment dat de aantasting van de veiligheid zodanige vormen dreigt aan te nemen dat burgers en organisaties daar op eigen kracht geen weerstand tegen kunnen bieden, kunnen zij van de overheid verwachten dat die hen te hulp schiet.

Vraag 4

In hoeverre is het doen van aangifte al dan niet van belang bij het afwegen van de vraag of iemand wel of niet van overheidswege beschermd dient te worden?

Antwoord 4

Een aangifte door een bedreigde persoon is in de meeste gevallen het startpunt voor de lokale overheid om te bezien of bewakings- en beveiligingsmaatregelen noodzakelijk zijn, gezien de dreiging en het risico. Het doen van aangifte is echter niet noodzakelijk om voor bescherming van overheidswege in aanmerking te komen. Een melding van een opsporings- of inlichtingendienst kan ook aanleiding zijn voor het opstellen van een dreigingsinschatting.

Naar boven