Vragen van het lid Dikkers (PvdA) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over
het bericht dat boeren de rekening betalen van de prijzenoorlog (ingezonden 13 september
2013).
Antwoord van staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) (ontvangen 9 oktober 2013)
Vraag 1
Kent u het bericht boeren betalen rekening prijzenoorlog?1
Vraag 2 en 3
Deelt u de mening dat een prijzenoorlog niet ten koste mag gaan van de inkomenspositie
van de primaire producenten? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen om dit te
voorkomen?
Heeft u instrumenten in handen om op te treden, mocht de primaire producent inderdaad
slachtoffer worden van de prijzenoorlog? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet? Welke
instrumenten zouden behulpzaam kunnen zijn bij het waarborgen van de inkomenspositie
van de primaire producent?
Antwoord 2 en 3
Volgens de berichtgeving van de afgelopen weken wordt op de prijsactie van Albert
Heijn door concurrerende supermarkten gereageerd met prijsverlagingen. Dit verschijnsel
kan gevolgen hebben voor alle onderdelen in de keten, niet alleen voor de primaire
producenten, maar ook voor de levensmiddelenindustrie en de supermarkten zelf. Ik
vind het belangrijk dat er op transparante wijze tussen partijen in de agroketen wordt
onderhandeld en dat zo een eerlijke prijs ontstaat. Verder vind ik dat prijsverlagingen
voor voedsel in supermarkten niet eenzijdig mogen worden afgewenteld op de primaire
producenten.
Naar aanleiding van de actualiteit over prijsacties van meerdere supermarktketens
hebben de minister van Economische Zaken en ik op 26 september overlegd met de stuurgroep
van de nationale pilot eerlijke handelspraktijken. Wij hebben onze zorgen uitgesproken
over de ontstane situatie en hebben de stuurgroep nadrukkelijk gevraagd om een constructieve
rol te spelen in de implementatie van de gedragscode eerlijke handelspraktijken. De
stuurgroep heeft toegezegd zich hiervoor in te zullen spannen.
Op 16 september 2013 is de Europese gedragscode eerlijke handelspraktijken voor de
agrofoodsector van start gegaan. Deze gedragscode is via zelfregulering tot stand
gekomen en voorziet in gedragsregels met een mogelijkheid tot geschillenbeslechting.
In Nederland is op diezelfde datum een pilot van start gegaan waarin wordt onderzocht
of zelfregulering door middel van een gedragscode een oplossing biedt in het geval
van oneerlijke handelspraktijken. Wanneer er bij de huidige prijsverlagingen van de
supermarkten oneerlijke handelspraktijken worden gebruikt, kunnen de betrokken partijen,
indien zij deelnemen aan de pilot, een beroep doen op de gedragscode. Een onderneming
die van mening is dat een deelnemende wederpartij de gedragscode niet naleeft, kan
ervoor kiezen eerst te proberen het geschil in overleg met haar wederpartij op te
lossen, bijvoorbeeld door overleg met de compliance officer van haar wederpartij of
door een mediator in te schakelen. Zij kan het geschil in overleg met haar wederpartij
ook meteen voorleggen aan een derde voor bindend advies of arbitrage of aan de burgerlijk
rechter. In het geval van een overtreding van een norm uit de gedragscode waardoor
verschillende ondernemingen worden getroffen, kunnen de getroffen ondernemingen anoniem
klagen. De brancheorganisatie van de getroffen ondernemingen kan hun klachten «bundelen»
en voorleggen aan de Nederlandse stuurgroep voor de agrofoodsector, waarin het Centraal
Bureau voor de Levensmiddelenhandel, LTO Nederland en de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie
zijn vertegenwoordigd. De Nederlandse stuurgroep neemt naar aanleiding van de gebundelde
klachten contact op met de onderneming waartegen die klachten zijn gericht, om die
onderneming ertoe te bewegen haar gedrag in overeenstemming te brengen met de gedragscode.
Doet die onderneming dat niet, dan kan de Nederlandse stuurgroep de kwestie voorleggen
aan de Europese stuurgroep, die een algemeen richtsnoer kan opstellen over de desbetreffende
gedraging. In deze procedure is de anonimiteit van klagers gewaarborgd. Ik verwijs
u verder naar de brief van de minister van Economische Zaken van 11 september jl.
(Kamerstukken 2012/13, 22 112, nr. 1687).
Vraag 4 en 5
Deelt u de opvatting dat een prijzenoorlog in het belang lijkt van de consument, maar
wellicht botst met andere maatschappelijke doelen, zoals duurzaamheid en dierenwelzijn,
die ook weer in het belang van dezelfde consument zijn? Zo nee, waarom niet en hoe
kijkt u hier dan tegen aan? Zo ja, bent u bereid tot een gesprek met Albert Heijn
om te horen hoe dit bedrijf de maatschappelijke doelen gaat waarborgen tijdens de
prijzenoorlog?
Deelt u de vrees dat het vorige week getekende akkoord tussen Albert Heijn en de Land-
en Tuinbouworganisatie (LTO) Nederland over continuïteit, transparantie, veiligheid
en zekerheid onder druk komt te staan? Zo nee, waarom niet? Zo ja, deelt u de mening
dat het nuttig is om instrumenten in handen te hebben om op te treden als inderdaad
de maatschappelijke doelen, die de sector heeft afgesproken, niet gehaald worden?
Zo ja, aan welke instrumenten denkt u dan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4 en 5
Als de prijsverlagingen in de supermarkten ten koste gaan van de verduurzaming van
voedsel, vind ik dit een slechte zaak. Dit zal uiteraard afhangen van de marktpositie
van individuele ondernemingen en de vraag van de consument naar duurzame en welzijnsvriendelijke
producten. De agroketen maakt ook nu al afspraken over verduurzaming. Dat gebeurt
bijvoorbeeld in de regiegroep duurzame veehouderij en agroketens, in de Alliantie
duurzaam voedsel en in de afspraken tussen LTO Nederland en Albert Heijn over een
nauwere samenwerking en over het betrekken van versleveranciers bij productvernieuwingen.
In het algemeen stimuleer ik de ketenschakels om samen de verduurzaming op te pakken.