Vragen van de leden Huizing (VVD) en Van Dekken (PvdA) aan de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over betaling van spelersmakelaars (ingezonden 30 augustus 2013).

Mededeling van minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 8 oktober 2013)

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van de oproep van de eredivisieclubs om mogelijk te maken dat voetballers voortaan zelf voor de diensten van spelersmakelaars betalen?1

Vraag 2

Klopt het dat de bemiddeling door spelersmakelaars in het betaald voetbal onder de reikwijdte van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI) valt? Zo ja, was dit daadwerkelijk de bedoeling van de wetgever?

Vraag 3

Onderschrijft u het standpunt dat als gevolg van het feit dat de spelersmakelaars onder deze wet vallen, de diensten die de spelersmakelaars leveren voor rekening komen van de clubs in het betaald voetbal, terwijl deze makelaars optreden als belangenbehartiger van de speler? Vindt u het terecht dat de clubs betalen voor een dienst waar alleen de speler baat bij heeft?

Vraag 4

Deelt u de mening dat, nu een voetbalclub andere (en zelfs tegengestelde) belangen kan hebben dan een speler, het mede in het belang van de speler is om hem zelf voor de diensten van de spelersmakelaar te laten betalen?

Vraag 5

Deelt u de mening dat, indien de afspraak tussen een club en een spelersmakelaar over de hoogte van de vergoeding van de makelaar buiten het gezichtsveld van een speler wordt gemaakt, dit zou kunnen leiden tot verkeerde financiële prikkels voor de spelersmakelaar, die juist de belangen van de speler behoort te dienen?

Vraag 6

Bent u bereid via een algemene maatregel van bestuur een uitzondering te maken voor deze groep binnen de sector betaald voetbal? Zo ja, op welke termijn denkt u dat dit mogelijk is? Zo nee, waarom niet?

Mededeling

Hierbij deel ik u mede dat de beantwoording van de Kamervragen van de leden Huizing (VVD) en Van Dekken (PvdA) over «betaling van spelersmakelaars» niet binnen de gestelde termijn van drie weken mogelijk is, omdat afstemming met het Ministerie van Volksgezondheid, Werk en Sport en andere betrokkenen extra tijd in beslag neemt.

Naar boven