Vragen van het lid Fokke (PvdA) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
over het bericht «Minister Plasterk kort noordelijke provincies ten gunste van Randstad»
(ingezonden 18 april 2014).
Antwoord van Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
23 april 2014)
Vraag 1
Kent u het bericht «Minister Plasterk kort noordelijke provincies ten gunste van Randstad»?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de kritiek die de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) heeft
op de plannen?2
Antwoord 2
Zowel de VNG als de Rfv hebben advies uitgebracht over het voorstel groot onderhoud
gemeentefonds 2015 en 2016. Beide zijn ook nauw betrokken bij het totstandkomingproces
van het voorstel.
De VNG ziet het belang van het uitvoeren van groot onderhoud van het gemeentefonds
2015 en stemt in met het voorstel, met daarbij enkele belangrijke aandachtspunten
en vindt het goed dat de scheefgroei nu wordt rechtgetrokken.
De Rfv constateert dat het voorstel wel een oplossing biedt voor de belangrijkste
scheefheden op de uitgavenclusters, vooral onderwijshuisvesting en wegen, alsmede
een acceptabele oplossing biedt voor de BAG-problematiek. Dit is een praktische reden
om vast te houden aan het doorvoeren van de herverdeling. Daarnaast geeft de Raad
ook een aantal meer fundamentele punten mee; deze punten zullen worden meegenomen
in de visieontwikkeling die na de volledige afronding van het groot onderhoud zal
worden gestart.
De Rfv had graag gezien dat de operatie meer het karakter had gehouden van een herijking
dan van groot onderhoud, dus een meer fundamentele herziening van de financiële verhoudingen
dan nu is voorgesteld. De onderwerpen die de Rfv voor de langere termijn noemt, zijn
herkenbaar. Als het advies van de Rfv was overgenomen zouden de verschuivingen overigens
groter zijn geweest.
Vraag 3
Wat is de reden dat u zich baseert op onderzoekscijfers uit 2010? Acht u het – juist
in een tijd waarin veel veranderingen voor gemeenten op komst zijn – niet van groot
belang dat een herverdeling van het gemeentefonds gebaseerd is op actuele cijfers?
Welke effecten zal de actualisatie van onderzoeksresultaten naar 2014 (voor opname
in de meicirculaire) hebben op de verdeling van middelen?3
Antwoord 3
De voornemens tot groot onderhoud zijn gebaseerd op onderzoek van de gemeentebegrotingen
2010. Vervolgens is in een aanvullend onderzoek in 2012 nagegaan of de kostenpatronen
uit 2010 vergelijkbaar zijn met latere jaren. De conclusie van dat onderzoek luidt,
dat de patronen over de jaren heen vergelijkbaar zijn. In 2013 is de vergelijking
opnieuw gemaakt, en opnieuw bleven de kostenpatronen per terrein vergelijkbaar.
Gezien de intensiteit (onderzoek bij 150 gemeenten) en de doorlooptijd van het onderzoek
is herhaling een tijdrovende en kostbare zaak. Gezien de geconstateerde vergelijkbaarheid
lag herhaling niet in de rede. Ook brengen de fondsbeheerders jaarlijks een rapportage
bij de gemeentefondsbegroting uit aan de Tweede Kamer waarin de feitelijke uitgavenontwikkeling
van gemeenten per cluster wordt gevolgd.
Vraag 4
Hoe verhoudt de zin «... het doel is dat gemeenten over voldoende financiële mogelijkheden
beschikken om hun publieke taken uit te voeren...»4 zich tot een achteruitgang van bijna 10 procent voor sommige gemeenten?
Antwoord 4
De verdeling van het gemeentefonds is gebaseerd op de kosten die gemeenten maken en
de mogelijkheden om eigen inkomsten te verwerven. Daarom is het kostengeoriënteerd.
Als de algemene uitkering van een gemeente stijgt, lagen de kosten van de betreffende
gemeente hoger dan tot dan toe werd aangenomen en omgekeerd.
Overigens is voor slechts één gemeente een daling van de algemene uitkering voorzien
van 6%. Voor acht gemeenten een daling tussen de 3 en 4%. Voor de overige gemeente
is het negatieve effect kleiner of het is positief.
Het is de bedoeling om de gebruikelijke overgangsregeling te hanteren, zodat gemeenten
in drie jaar geleidelijk in het nieuwe budget kunnen groeien.
Vraag 5
Wat zijn de redenen voor het korten van gemeenten in Friesland, Groningen, Drenthe,
Zeeland en Limburg ten faveure van gemeenten in de Randstad? Deelt u de mening dat
kwetsbare gebieden ontzien moeten worden bij een herverdeling van het gemeentefonds?
Antwoord 5
In het groot onderhoud is gekeken naar de kosten van gemeenten en wordt verdeeld op
basis van kostengeoriënteerde maatstaven. De geografische ligging speelt in de verdeling
geen rol. Niet alle gemeenten in deze provincies hebben een negatief herverdeeleffect.
Van de krimpgemeenten in deze regio’s gaan er 20 op vooruit in de herverdeling en
19 op achteruit. Ook na het groot onderhoud ligt de algemene uitkering in deze groep
gemeenten 10 tot 20% hoger dan in grootte vergelijkbare gemeenten.
Vraag 6
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan de Technische briefing groot onderhoud
gemeentefonds op 23 april 2014?
X Noot
1FD, 17 april 2014.
X Noot
2Rfv, 14 april 2014.
X Noot
3Ministerie BZK, Notitie Groot onderhoud gemeentefonds in 2015 en 2016, gericht aan
VNG, 20 maart 2014, p.1
X Noot
4Ministerie BZK, Notitie Groot onderhoud gemeentefonds in 2015 en 2016, gericht aan
VNG, 20 maart 2014, p.1