Vragen van het lid Dijkgraaf (SGP) aan de Minister van Defensie over de aangekondigde
evaluatie van de helikopterlaagvlieggebieden (ingezonden 11 maart 2014).
Antwoord van Minister Hennis-Plasschaert (Defensie) (ontvangen 16 april 2014)
Vraag 1
Kunt u inzicht geven in het tijdpad met betrekking tot de aangekondigde evaluatie
van de situering van de helikopterlaagvlieggebieden, zoals die in 2014 moet plaatsvinden?1
Antwoord 1
Zoals aangekondigd bij de aanbieding van de vorige evaluatie zal dit jaar een volgende
evaluatie worden uitgevoerd. Enkele natuurbeschermingsorganisaties hebben een verweerschrift
ingediend bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen de natuurbeschermingswetvergunning
die is verleend voor het laagvliegen met helikopters boven of nabij de beschermde
natuurgebieden in de daartoe aangewezen helikopterlaagvlieggebieden. Waar nodig zal
in de evaluatie rekening worden gehouden met de uitspraak in deze zaak.
Vraag 2
Op welke wijze zal, zoals eerder toegezegd, tevens de klankbordgroep Laagvlieggebied
Maas Waal Area worden betrokken bij de opstelling van deze evaluatie? Welke concrete
stappen zijn daartoe gezet?
Antwoord 2
Zoals in onderstaande antwoorden naar voren komt, is de afgelopen jaren een nauwe
samenwerking gegroeid tussen de klankbordgroep en het Commando Luchtstrijdkrachten.
Deze samenwerking zal ook worden voortgezet in de uitvoering van de evaluatie.
Vraag 3 en 5
Langs welke weg wordt ook reeds op dit moment gewerkt aan het terugbrengen van (ervaren)
overlast als gevolg van oefeningen met laagvliegen? Welke resultaten zijn hiermee
geboekt?
In hoeverre is het mogelijk om omwonenden nauwkeuriger op de hoogte te houden bijvoorbeeld
via een website van geplande oefeningen met laagvliegen?
Antwoord 3 en 5
Er wordt onderscheid gemaakt tussen oefeningen, die vaak een langere periode achtereen
duren en meer helikopters omvatten, en dagelijkse vluchten van één of twee helikopters.
Oefeningen worden ruim van tevoren gepland en gecommuniceerd via gemeenten, de media
en contactpersonen in de klankbordgroep Maas/Waal. Daarmee zijn mensen doorgaans van
tevoren op de hoogte van deze vluchten. Dagelijkse vluchten worden meestal pas kort
van tevoren gepland en kunnen daarom niet vooraf worden aangekondigd. Omdat dagelijkse
vluchten geregeld geannuleerd of verplaatst worden naar een ander tijdstip, is communicatie
op korte termijn niet zinvol. Zodra een bericht publiek gemaakt is, kan de vlucht
immers al hebben plaatsgevonden of zijn verplaatst.
In de klankbordgroep Maas/Waal is afgesproken dat Defensie de juiste personen en instanties
tijdig blijft informeren omtrent oefeningen en vluchten die ruim van tevoren bekend
zijn. Gemeenten en belangengroepen geven deze informatie aan de inwoners door. In
opdracht van Defensie onderzoekt bureau Intomart hoe de communicatie verloopt en kan
worden verbeterd.
Vraag 4
Welke mogelijkheden zijn er om de overlast te beperken door vaker gebruik te maken
van de inzet van simulatoren? Welke winst is hier nog te boeken en tegen welke kosten?
Antwoord 4
Op dit moment worden al zoveel vlieguren als verantwoord is, vervangen door simulatoruren.
Meer beschikbare simulatorcapaciteit biedt geen extra mogelijkheden. De huidige simulatoren
zijn vooral bedoeld voor het trainen van procedures en noodsituaties en voldoen niet
aan de eisen voor laagvliegtraining. Zowel het stuurgevoel in de simulator als de
wijze waarop de omgeving wordt geprojecteerd zijn onvoldoende om laagvliegsituaties
te simuleren.
Vraag 6
Wat is de trend als het gaat om aard en aantal van de gemelde klachten omtrent overlast
als gevolg van deze laagvliegoefeningen?
Antwoord 6
In het Maas/Waal laagvlieggebied is het aantal klachten over de afgelopen jaren als
volgt:
-
– 2010: 247 klachten
-
– 2011: 360 klachten
-
– 2012: 216 klachten
-
– 2013: 234 klachten.
Het merendeel van deze klachten heeft betrekking op geluidsoverlast.
Vraag 7
Kunt u inzicht geven in de afhandeling van schademeldingen als gevolg van laagvliegen?
Wat is de trend hieromtrent en verloopt de afhandeling hiervan op adequate en bevredigende
wijze? Hoe wordt dit gemonitord?
Antwoord 7
De afdeling Claims van Defensie behandelt schademeldingen. Nadat de schademelding
is geregistreerd, neemt een schadebehandelaar direct contact op met de claimant. De
voortgang van elke afhandeling wordt met behulp van een geautomatiseerde hulpmiddelen
nauwgezet bewaakt. De melders van schade zijn in de meeste gevallen tevreden over
de vlotte afhandeling. Als de afhandeling toch langer duurt, betreft het veelal het
bewijs dat de melder moet leveren. Schademeldingen gerelateerd aan laagvliegen betreffen
voornamelijk schade aan vee en doen zich vooral voor in de lente- en zomermaanden,
wanneer het vee buiten is.
Bij tien schademeldingen vanwege militair luchtverkeer bleek na radarcontrole dat
het civiel luchtverkeer betrof.