Vragen van de leden Van Klaveren, Helder en Wilders (PVV) aan de Ministers van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over allochtone homohaters
uit Amersfoort (ingezonden 10 maart 2014).
Antwoord van Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) mede namens de
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 14 april 2014) mede namens
de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Het is zijn eigen schuld»?1
Vraag 2
In hoeverre deelt u de afschuw over het gegeven dat er opnieuw een man is weggeterroriseerd
vanwege zijn geaardheid en naar eigen zeggen het slachtoffer is van (doods)bedreigingen,
discriminatie, scheldkanonnades, het bekogeld worden met stenen tijdens het uitlaten
van de hond, het uit zijn handen trappen van boodschappentassen, beschadigingen aan
zijn auto en andere pesterijen door «een stuk of 30 tot 40 allochtone jongeren» uit
de wijk?2
Antwoord 2
Ik vind het onacceptabel als mensen op grond van hun seksuele voorkeur, genderidentiteit
of welke andere grond dan ook gepest en gediscrimineerd worden en zich daardoor niet
veilig voelen zichzelf te kunnen zijn. Dat geldt voor de woonomgeving, maar ook voor
andere domeinen zoals school, werk, sport en zorg.
Vraag 4
Deelt u de mening dat de massa-immigratie en islamisering de emancipatie van homo's
in de weg staan, gezien het feit dat allochtonen procentueel fors zijn oververtegenwoordigd
in statistieken over anti-homogeweld3 en niet-westerse allochtonen homoseksualiteit zien als «iets van westerlingen en
ongelovigen en de afwijzing legitimeren vanuit de religie?4 Zo neen, hoe ziet u dit dan?
Antwoord 4
Nee. Uit het politieonderzoek dat u aanhaalt blijkt dat zowel slachtoffers als daders
van anti-homogeweld in de openbare ruimte vaak autochtone jongemannen zijn. Afgezet
tegen de omvang van bevolkingsgroepen zijn bij de daders jongens met een Marokkaanse
achtergrond inderdaad oververtegenwoordigd. De cijfers geven echter weinig informatie
over anti-homogeweld in de woonomgeving. Uit het onderzoek van het SCP dat u noemt,
plus een meer recent rapport uit 2013, komt naar voren dat in religieuze- en niet-westerse
etnische kringen de sociale acceptatie van homoseksualiteit gemiddeld inderdaad lager
ligt dan bij autochtone en niet-religieuze Nederlanders, met name als homoseksualiteit
«dichtbij» komt: in de openbare ruimte, op school, in het eigen gezin. De meerderheid
staat echter neutraal tot positief tegenover het idee dat homoseksuelen hun leven
zo moeten kunnen inrichten zoals zij dat zelf willen. Tenslotte: een gebrek aan sociale
acceptatie betekent niet automatisch geweld tegen lesbische vrouwen, homoseksuele
mannen, biseksuelen en transgenders.
Vraag 3 en 5
Deelt u de visie dat niet de slachtoffers van bedreiging, intimidatie en geweld de
wijk horen te verlaten, maar dat het gewelddadige tuig zou moeten vertrekken? Zo neen,
waarom niet?
Bent u bereid eindelijk te stoppen met het beleid van pappen en nathouden en zo spoedig
mogelijk in te zetten op zwaardere straffen, huis- en wijkuitzettingen, uitzetting
van criminele vreemdelingen en criminelen met een dubbele nationaliteit (na denaturalisatie)?
Zo neen, waarom laat u de problemen alleen maar groeien?
Antwoorden 3 en 5
Daders moeten worden aangepakt en slachtoffers beschermd. Dat is het uitgangspunt
van aanpak van pesten en discriminatie voor iedere lokale veiligheidsdriehoek (burgemeester,
openbaar ministerie en politie). Het is aan de rechter om per zaak een passende straf
voor de dader te bepalen. Uitzetten van mensen met de Nederlandse nationaliteit is
hierbij niet aan de orde.
Om daders te kunnen bestraffen, evt. via gedwongen verlaten van de wijk, moet het
slachtoffer aangifte doen én moet er sluitend bewijs zijn. Dat laatste is in geval
van pesten en discriminatie vaak lastig. Ook dan is het echter belangrijk dat het
gezag zich laat zien, voorkomende (potentiële) gevallen vroegtijdig signaleert, actie
onderneemt en regie voert. Hierbij is goede communicatie tussen betrokken instanties,
slachtoffer en buurt van essentieel belang.
Mijn collega van Veiligheid en Justitie en ik ondersteunen acties om de alertheid
van gemeenten en de aangiftebereidheid van lhbt’s te vergroten en de opvang van slachtoffers
te verbeteren, onder meer via samenwerking met lokale COC-afdelingen, anti-discriminatievoorzieningen
en Roze in Blauw (het roze politienetwerk) en de landelijke Gay-Straightalliantie
«Natuurlijk Samen». Daarnaast ondersteunen mijn collega van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
en ik verschillende activiteiten van gemeenten (G4) en lhbt-organisaties om de veiligheid
en sociale acceptatie van lhbt’s te vergroten in kringen waarin homoseksualiteit gevoelig
ligt.
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van de leden Dijkhoff
en Van Ark (beiden VVD), ingezonden 7 maart 2014 (vraagnummer 2014Z04262)
X Noot
3Anti-homogeweld in Nederland; analyse van (dreiging van) fysiek anti-homogeweld. Politie,
Landelijke Eenheid, 2013.
X Noot
4Gewoon Anders; acceptatie van homoseksualiteit in Nederland. Sociaal Cultureel Planbureau,
2010.