Vragen van de leden Dijkhoff en Van Ark (beiden VVD) aan de Minister van Veiligheid
en Justitie over het bericht «Buurt maakt jacht op Amersfoortse homo: ik moest kruipend
naar huis» (ingezonden 7 maart 2014).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) (ontvangen 2 april 2014)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 1586
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Buurt maakt jacht op Amersfoortse homo: ik moest kruipend
naar huis»?1
Vraag 2 en 4
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat mensen vanwege hun seksuele geaardheid
niet veilig op straat en in eigen huis kunnen verblijven en dat er direct een oplossing
moet komen voor deze problematiek?
Begrijpt u het onbegrip van de burger over dergelijke terreur? Wat bent u van plan
te ondernemen om tot een oplossing van deze problematiek te komen?
Antwoord 2 en 4
Ja, ik vind het onacceptabel dat mensen vanwege hun seksuele geaardheid zich niet
veilig voelen. Verder kan ik me voorstellen dat bij de burgers een gevoel van onbegrip
overheerst in dergelijke situaties. Duidelijk is dat dergelijk gedrag vraagt dat de
lokale driehoek er bovenop zit, het gezag zich laat zien en de voorkomende (potentiële)
gevallen vroegtijdig signaleert, actie onderneemt en regie voert. Hierbij is een goede
informatievoorziening binnen de gemeente cruciaal en communicatie tussen de betrokken
instanties – en richting slachtoffers en de buurt – van essentieel belang. Het is
dus de taak van lokale autoriteiten om
deze problemen in de gemeente op te lossen. Mijn collega van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschap (OCW) en ik dragen er zorg voor dat de randvoorwaarden voor een goede communicatie
en informatievoorziening aanwezig zijn.
Vraag 3
Hoeveel gelijksoortige gevallen van bedreiging, mishandeling en terroriseren omwille
van geaardheid vinden jaarlijks in Nederland plaats? Hoe staat het met de aangiftebereidheid
van slachtoffers? Zijn hier cijfers over beschikbaar?
Antwoord 3
Het rapport van de Nationale Politie «Anti-homogeweld in Nederland, een analyse van
(dreiging van) fysiek anti-homogeweld» van 22 januari 2014 toont een landelijk beeld
van de aard en omvang van geweld tegen homoseksuelen. Daarvoor werd gekeken naar de
registratie bij de politie in de periode van 1 januari 2009 tot september 2013. In
die periode waren er 769 meldingen, wat neerkomt op een gemiddelde van drie meldingen
per week. De cijfers geven geen compleet beeld van het aantal gevallen van anti-homogeweld,
omdat lang niet alle zaken bij de politie worden gemeld. Het meest voorkomende type
delict is mishandeling (31,5%), daarna bedreiging (16,9%) en zware mishandeling (6,7%).
Verder zijn er gevallen geregistreerd van diefstal met geweld, openlijke geweldpleging,
straatroof en vechtpartij/ruzie.
Specifieke cijfers over de aangiftebereidheid van slachtoffers van discriminatie op
basis van seksuele geaardheid zijn niet bekend. Voor het vergroten van de aangiftebereidheid
onder deze groep is eind 2013 door het Landelijk Expertisecentrum Diversiteit (LECD-politie)
een campagne gestart. Het doel hiervan is de bewustwording te vergroten zodat altijd
aangifte wordt gedaan. De campagne loopt gedurende zes maanden en bestaat onder andere
uit een banner op de homepage van gay.nl en advertenties in geschreven media zoals
de Gaykrant, Gay & Night en Zij aan Zij. Het kabinet werkt thans aan de vormgeving
van een landelijke campagne om bewustwording en aangifte- en meldingsbereidheid van
burgers te vergroten, zoals destijds is toegezegd in het AO van 14 maart 2013. Daarbij
wordt de wens van gemeenten en veldpartijen, om de campagne te richten op het mobiliseren
van medemensen en maatschappelijk middenveld om klachten namens slachtoffers in te
dienen, meegenomen.
Vraag 5
Zijn er wettelijke belemmeringen die adequaat optreden tegen deze vorm van terreur
voorkomen?
Antwoord 5
De wettelijk beschikbare instrumenten om ongewenst gedrag in de woonomgeving tegen
te gaan volstaan. Door gemeenten kunnen verschillende instrumenten worden ingezet,
zoals gedragsaanwijzingen op basis van de Wet maatregelen bestrijding voetbalvandalisme
en ernstige overlast, cameratoezicht, opnameapparatuur, een alerteringsysteem voor
slachtoffers, aware-kastjes met een opvolgingsprotocol, een mobiele politiepost of
het inzetten van de ME.
Om een goed beeld te krijgen van de omstandigheden van het geval, moet de wijkagent
vroegtijdig contact leggen met de melders. De wijkagent dient snel zicht te krijgen
op de dadergroep en de kwestie snel op te schalen naar het Regionaal Discriminatie
Overleg en de lokale driehoek.
Vraag 6
Bent u bereid de lokale autoriteiten te ondersteunen bij het oplossen van dit probleem?
Antwoord 6
Zoals ik hiervoor heb aangegeven hebben de Minister van OCW en ik maatregelen genomen
om gemeenten te ondersteunen. Wanneer een gemeente daar behoefte aan heeft ben ik
altijd bereid om met hen in gesprek te gaan om te bezien aan welke aanvullende ondersteuning
behoefte bestaat.