Vragen van het lid Van Klaveren (PVV) aan de Ministers van Veiligheid en Justitie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over Haagse loyaliteit aan Al-Qaida (ingezonden 30 december 2013).

Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie), mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 18 maart 2014). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2013–2014, nr. 1012.

Vraag 1

Bent u bekend met het artikel «Jihadisten zweren in Den Haag trouw aan Al-Qaida»?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

In hoeverre erkent u het gewelddadige islamitische karakter van de proclamatie «Wij offeren onze zielen, zonen en geld voor u op»?

Antwoord 2

Zie het antwoord op vraag 5.

Vraag 3

Welke banden bestaan er tussen Al-Qaida en de personen uit het betreffende artikel en filmpje?

Antwoord 3

Ik doe in het openbaar geen concrete mededelingen over individuele gevallen.

Vraag 4

Bent u bereid, in tegenstelling tot de huidige praktijk, het oproepen en ronselen voor de jihad te bestraffen met denaturalisatie en uitzetting? Zo neen, waarom niet?

Antwoord 4

Het ronselen of rekruteren van personen voor de jihad is volgens artikel 205 van het Wetboek van Strafrecht(Sr) strafbaar: hij die, zonder toestemming van de Koning, iemand voor vreemde krijgsdienst of gewapende strijd werft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie. Ik verwijs in dit kader ook naar mijn brief van 21 mei 2013 aan uw Kamer2.

Op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) kan het Nederlanderschap worden ingetrokken als sprake is van een onherroepelijke veroordeling wegens een terroristisch misdrijf. Voorwaarde is dat de betrokken persoon naast de Nederlandse nationaliteit ook een andere nationaliteit bezit. Intrekking van het Nederlanderschap is namelijk niet mogelijk als staatloosheid daarvan het gevolg is (het Europees Verdrag inzake Nationaliteit, waarbij Nederland partij is, staat dit niet toe). Voorwaarde is ook dat het misdrijf na 1 oktober 2010 is gepleegd. Na het intrekken van het Nederlanderschap wordt betrokkene ongewenst vreemdeling verklaard en wordt hij uitgezet.

Vraag 5

Begrijpt u inmiddels dat onder andere Nederland geconfronteerd wordt met een ideologie die in essentie gewelddadig en intolerant is naar alles dat niet-islamitisch is? Zo neen, wanneer dringt de ernst hiervan dan wel tot u door?

Antwoord 2 en 5

Dit kabinet spreekt zich uit tegen gedragingen die haaks staan op de kernwaarden van de democratische rechtsstaat. Ik neem daarom ook sterk afstand van de geproclameerde teksten tijdens de betreffende demonstratie in Den Haag.

Ik beschouw de islam niet als een ideologie, maar als een godsdienst. Het is niet aan de overheid te bepalen welke religieuze standpunten wel of niet juist zijn. Wel is het aan de overheid om (de kernwaarden van) de democratische rechtsstaat te beschermen. Indien er aanwijzingen zijn dat de wet wordt overtreden, zal het OM tot strafrechtelijke vervolging overgaan.

Hedendaagse gewelddadige jihadisten vormen een kleine extremistische minderheid binnen de islamitische stromingen. Zijberoepen zich op selectieve wijze op islamitische begrippen om gebruik van terroristisch geweld te legitimeren. De dreiging die van dit gewelddadig jihadisme uitgaat, alsmede de maatschappelijke onrust die dit in de moslimgemeenschappen tot gevolg heeft, neemt het kabinet uiterst serieus.Het vraagstuk van jihadistische radicalisering is zowel een veiligheids- als een integratieprobleem. In de brief aan uw Kamer3, d.d. 2 februari 2014 (reactie op artikel «Popjihad» en preventie radicalisering) heeft de Minister van SZWde aanpak hiervan toegelicht.

Naar boven