Vragen van de leden Dik-Faber (ChristenUnie) en Van Tongeren (GroenLinks) aan de Minister van Economische Zaken over het opnemen van de Structuurvisie Schaliegas in de Structuurvisie Ondergrond (ingezonden 18 februari 2014).

Mededeling van Minister Kamp (Economische Zaken) (ontvangen 10 maart 2014).

Vraag 1

Wordt de Structuurvisie Schaliegas1 gegarandeerd opgenomen in de Structuurvisie Ondergrond (STRONG)?

Vraag 2

Vindt, los van de Structuurvisie Schaliegas, in het kader van de STRONG de integrale afweging over de winning van schaliegas plaats? Zo ja, wordt met de eventuele proefboringen gewacht tot de integrale afweging in het kader van de STRONG heeft plaatsgevonden?

Vraag 3

Wordt de tijd tussen nu en de STRONG benut om de gewenste nut en noodzaakdiscussie over de winning van schaliegas op gang te brengen? Bent u van plan om eerst vast te stellen wat de rol van schaliegas in de energietransitie en nut en noodzaak van schaliegaswinning zijn, voordat wordt overgegaan tot juridische aanpassingen ten behoeve van schaliegaswinning? Zo nee, waarom niet?

Vraag 4

Wordt de toezegging van uw ambtsvoorganger minister Verhagen verwerkt in de structuurvisie dat drinkwater en duurzame-energieoplossingen voorrang krijgen in de Structuurvisie Ondergrond (bijvoorbeeld geothermie boven schaliegasboringen)? Zo ja, op welke manier?

Mededeling

Op 18 februari jl. heb ik vragen van de leden Dik-Faber (ChristenUnie) en Van Tongeren (GroenLinks) ontvangen over het opnemen van de Structuurvisie Schaliegas in de Structuurvisie Ondergrond (2014Z03017).

Eind januari jl. hebben IPO, VEWIN en Unie van Waterschappen mij een brief gestuurd waarin ook gevraagd is naar de samenhang tussen de Structuurvisie Schaliegas en de Structuurvisie Ondergrond. U heeft een afschrift van mijn reactie op de deze brief gevraagd.

In mijn brief van 14 februari jl. aan uw Kamer heb ik u reeds toegezegd u uiterlijk in april van dit jaar te informeren over dit onderwerp in samenhang met een aantal andere vragen met betrekking tot schaliegas.

Ik zeg u toe om ook deze vragen in samenhang met de andere onderwerpen uiterlijk in april 2014 te beantwoorden.


X Noot
1

Kamerstuk, 28 982, nr. 135

Naar boven