Vragen van het lid Baay-Timmerman (50PLUS) aan de Ministers van Veiligheid en Justitie
en van Financiën over het EenVandaag onderzoek naar zogenaamde babbeltrucs (ingezonden
6 februari 2014).
Antwoord van Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) mede namens de minister van
Financiën (ontvangen 28 februari 2014).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het EenVandaag onderzoek naar zogenaamde babbeltrucs, een
praktijk waarbij vooral ouderen steeds vaker slachtoffer zijn van criminelen die hen
met een overtuigend verhaal benaderen en vervolgens ongemerkt ontdoen van geld, bankpassen
of andere waardevolle spullen?1
Vraag 2
Is bekend hoe vaak diefstal door babbeltrucs voorkomt? Welke trends zijn hierin te
onderkennen?
Antwoord 2
Zoals ik heb geantwoord op eerdere Kamervragen over dit onderwerp beschik ik niet
over eigen cijfers over de omvang van dit fenomeen.2 Ik kan daardoor ook over eventuele trends geen uitspraken doen.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de bevinding in het onderzoek dat zes op de tien (58%) slachtoffers
van een babbeltruc géén contact opnemen met de politie, dat slechts één op de drie
aangifte doet en dat daders daardoor vaak aan de politie ontkomen? Zijn er thans nog
drempels voor het doen van aangifte, die kunnen worden weggenomen? Zo ja, hoe gaat
dit gebeuren?
Antwoord 3
Er kunnen allerlei redenen zijn waarom mensen besluiten om geen aangifte te doen.
Voor zover deze redenen in mijn invloedsfeer liggen heb ik uw Kamer per brief van
9 juli 20133 geïnformeerd over een aantal maatregelen dat moet leiden tot een toename van de aangiftebereidheid
onder het publiek: het organiseren van uniforme aangiftevoorzieningen waarbij op een
passende manier aangifte kan worden gedaan, het verbeteren van de kennis en expertise
van de politiemedewerkers die aangiften opnemen, het organiseren van terugkoppeling
op aangiften en het verbeteren van de afhandeling van aangiften.
Vraag 4
Wordt diefstal door een babbeltruc op dit moment in de praktijk van het politiewerk
even serieus opgenomen als een woninginbraak? Wat wordt thans gedaan om diefstal door
babbeltrucs tegen te gaan?
Vraag 7
Wat gaat u doen om tot een landelijke en gecoördineerde aanpak van babbeltrucs te
komen, de pakkans die nu nog laag is te vergroten en de nu nog relatief lage aangiftebereidheid
bij ouderen te vergroten?4
Antwoord 4 en 7
De aanpak van babbeltrucs is een gedeelde verantwoordelijkheid van burgers en overheid.
Het is belangrijk dat burgers zich er bewust van zijn dat criminelen babbeltrucs gebruiken
om diefstallen te plegen, bijvoorbeeld na insluiping, of om hen op te lichten. Burgers
kunnen dan alert zijn en risicovol gedrag vermijden. Via de media informeert onder
andere de politie burgers over het gebruik van babbeltrucs en het vermijden van risicovolle
gedragingen, zoals het bewaren van pincodes in huis.
Mochten mensen toch slachtoffer worden van een misdrijf dan is het ook voor de pakkans
van belang dat zij daarvan aangifte doen. Voor het vergroten van de aangiftebereidheid
onder ouderen verwijs ik naar het antwoord op vraag 3. Het bestrijden van babbeltrucs
behoort, net als bijvoorbeeld het bestrijden van woninginbraken, tot het dagelijkse
werk van de politie. De politie pakt ook deze vorm van criminaliteit professioneel
en serieus aan. Er is hiervoor niet één vaste werkwijze; hoe er wordt gehandeld hangt
in belangrijke mate af van de omstandigheden van het geval. Gelet hierop acht ik een
landelijke en gecoördineerde aanpak van babbeltrucs niet geboden.
Vraag 5
Na diefstal en tot het moment van melding van diefstal aan de bank, is de consument
veelal zelf aansprakelijk voor ontstane schade; deelt u de mening dat het snel en
eenvoudig blokkeren van pinpassen dus zeer wenselijk is, maar in de praktijk ingewikkeld
kan zijn, omdat banken verschillende telefoonnummers voor melding van diefstal hanteren?
Antwoord 5
Consumenten kunnen diefstal van hun bankpas niet alleen snel en eenvoudig telefonisch
melden aan hun eigen bank, maar ook aan de Bankpassen Meldcentrale via 0800–0313.
De Bankpassen Meldcentrale is 24 uur per dag en zeven dagen per week bereikbaar. Banken
adviseren hun klanten tevens om het telefoonnummer van de bank of de Meldcentrale
in de mobiele telefoon op te slaan voor het geval zij hun pas hebben verloren of als
deze is gestolen. Op deze manier hebben klanten het nummer dat zij moeten bellen om
de betaalpas te blokkeren altijd bij de hand.
Vraag 6
Bent u bereid om in overleg met de banken te streven naar invoering van één algemeen
en eenvoudig telefoonnummer, bijvoorbeeld door middel van naambellen («pas» wordt
dan telefoonnummer 727), waar diefstal van één of meerdere passen gemeld kan worden,
zodat deze eenvoudiger en sneller geblokkeerd kunnen worden?
Antwoord 6
Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 5 ziet de Minister van Financiën geen
aanleiding om hierover met de banken in overleg te treden.
X Noot
2Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 683.
X Noot
4Uitzending EenVandaag, 4 februari 2014