Vragen van de leden Lodders en Ziengs (beiden VVD) aan de Minister en de Staatssecretaris van Economische Zaken over het bericht DDB wil meer informatie ZuivelNL (ingezonden 27 januari 2014).

Antwoord van Minister Kamp (Economische Zaken) mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken (ontvangen 17 februari 2014)

Vraag 1

Kent u het bericht DDB (Dutch Dairy Board) wil meer informatie over ZuivelNL?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Kunt u aangeven in welke fase de plannen van de Land- en Tuinbouw Organisatie (LTO) en Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) verkeren om een interbrancheorganisatie op te richten? Kunt u aangeven op basis van welke voorwaarden van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) deze organisatie wordt opgericht?

Antwoord 2

LTO en NZO hebben een samenwerkingsverband opgericht ter versterking van de zuivelketen. Het samenwerkingsverband als zodanig is nog geen brancheorganisatie in de zin van het GLB. Daarvoor dient eerst een aanvraag voor een erkenning te worden ingediend, hetgeen pas mogelijk wordt wanneer een nationale regeling ter uitvoering van dit onderdeel van het nieuwe GLB is vastgesteld. Dan zal moeten worden gekeken of, indien een aanvraag wordt ingediend, deze aan de erkenningvereisten voldoet.

Vraag 3 en 4

Deelt u de opvatting dat het vreemd is dat nu al bekend is gemaakt dat melkveehouders € 0,05 per 100 kilogram melk moeten gaan afdragen aan de nieuwe ketenorganisatie ZuivelNL terwijl er nog geen helderheid is gegeven over de nieuwe taken die interbrancheorganisaties of producentenorganisaties kunnen oppakken op basis van het GLB? Zo nee, waarom niet?

Deelt u de opvatting dat het heffen van middelen zonder dat betrokkenen hierin gekend worden geen taak is van interbrancheorganisaties of producentenorganisaties aangezien dit een van de hoofdredenen was om de productschappen op te heffen? Zo ja, bent u bereid hier actie tegen te ondernemen?

Antwoord 3 en 4

Het staat een private organisatie, of dit nu een brancheorganisatie in de zin van het GLB is of niet, vrij om een financiële bijdrage te vragen aan de (vrijwillig) aangesloten deelnemers. Het gaat hier niet om een heffing waarvoor een algemeenverbindendverklaring is of zal worden gevraagd.

Vraag 5

Deelt u de mening dat de werkwijze van ZuivelNL niet van deze tijd is, aangezien alles voor de boeren wordt geregeld zonder dat de boeren zelf worden geraadpleegd en gezien de hoge reserves van het Productschap Zuivel deze snelle gang van zaken niet nodig is en niet wenselijk gezien de koers van Brussel om boeren juist meer inspraak te geven? Zo ja, kunt u aangeven hoe u met deze situaties wil omgaan?

Antwoord 5

Nee. Het is goed dat een sector de samenwerking in de keten wil versterken ten behoeve van onder andere de diergezondheid, exportpositie en duurzaamheid.

Vraag 6

Kunt u tot slot aangeven welke taken en verantwoordelijkheden interbrancheorganisaties en producentenorganisaties kunnen overnemen van de productschappen op basis van het GLB en kunt u toelichten wanneer en op basis van welke voorwaarden deze organisaties gebruik kunnen maken van een algemeenverbindendverklaring (AVV)?

Antwoord 6

Publieke taken van de bedrijfslichamen worden onder verantwoordelijkheid van de Minister van Economische Zaken uitgevoerd. Hierbij is geen sprake van algemeenverbindendverklaring van maatregelen van een producenten- of brancheorganisatie.

Voor de niet-publieke taken is het aan het bedrijfsleven zelf om te bepalen welke taken zij overnemen. Voor zover de indruk is gewekt dat het hier gaat om een in het kader van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid erkende producenten- of brancheorganisatie zou gaan, is dat onjuist.

In de motie Geurts (Kamerstuk 33 750 XIII, nr. 56) is het kabinet gevraagd een kader uit te werken voor de erkenning van producenten- en brancheorganisaties en hoe omgegaan wordt met algemeenverbindendverklaringen. Hier wordt momenteel invulling aan gegeven. Deze regeling zal in het tweede kwartaal worden gepubliceerd.


X Noot
1

Boerderij, 14 januari 2014

Naar boven