Vragen van de leden Bosman en DeBoer (beiden VVD) aan de Minister van Infrastructuur
en Milieu over het artikel «Havenbaronnen kapen onze bedrijven weg» (ingezonden 10 september
2013)
Antwoord van Minister Schultz van Haegen-Maas Geesteranus (Infrastructuur en Milieu)
(ontvangen 1 oktober 2013).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel «Havenbaronnen kapen onze bedrijven weg»?1
Vraag 2
Klopt het dat Belgische havens financiële steun krijgen van de overheid? Zo ja, op
welke wijze is er sprake van financieel bijspringen van de Belgische overheid? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 2
Ja. Sinds 1989 trekt de Belgische/Vlaamse overheid jaarlijks circa € 350 mln uit voor
de 4 Vlaamse zeehavens (http://www.vlaamsehavencommissie.be/vhc/page/overheidsuitgaven-voor-havens-miljoen-euro-1989–2011-prijzen-2011
). Ongeveer de helft daarvan is bestemd voor de instandhouding en verbetering van
de maritieme toegangswegen. Ook in Nederland geschiedt de instandhouding en verbetering
van de maritieme toegangswegen (openbare infrastructuur) voor rekening van de rijksoverheid.
Op dit onderdeel is er sprake van het door mij gewenste level playing field in de
zeehavensector. De andere helft van het Belgisch/Vlaamse overheidsbudget voor de 4
Vlaamse zeehavens is bestemd voor subsidiëring van de kosten van de «havenkapiteinsdienst»
en voor de aanleg van haveninterne infrastructuur. De Nederlandse zeehavens nemen
deze kosten volledig voor eigen rekening. Hier is geen sprake van het door mij gewenste
level playing field in deze sector.
De Vlaamse overheid heeft zijn financieringsregime voor de zeehavens destijds aangemeld
bij de Europese Commissie (EC) en deze heeft geoordeeld dat dit regime verenigbaar
is met de staatssteunregels van het EU Verdrag. Ik zie mij vooralsnog voor een feit
gesteld.
Vraag 3
Is er sprake is van staatssteun door de Belgische lokale, gewestelijke, Vlaamse, Waalse
of de federale overheid? Zo ja, heeft u hierover contact gehad met uw collega's binnen
het Belgische bestel?
Antwoord 3
De bij 2 bedoelde uitgaven drukken op het budget van de Vlaamse overheid, evenals
het bijpassen van het exploitatietekort van het Vlaamse loodswezen. De financiering
van de leegloop in de arbeidspools van de Vlaamse zeehavens geschiedt in overeenstemming
met een federale wet – «Wet Major» genoemd – en voornamelijk ten laste van het federale
werkloosheidsfonds. Ik heb hierover geen directe contacten met mijn Belgische/Vlaamse
collega’s.
Vraag 4
In hoeverre is hier sprake van het ontbreken van een level playing field? In hoeverre
is het voor Nederlandse havens, zeker in de omgeving van de Belgische havens, onmogelijk
om te concurreren met deze semi-overheidshavens? Voorziet de EU-regelgeving inzake
havens volgens u in voldoende mogelijkheden om een level playing field te bewerkstelligen
in Europa?
Antwoord 4
In het algemeen geldt dat een havenbeheerder die subsidie ontvangt meer financiële
armslag heeft om klanten tegemoet te komen dan havenbeheerders die uitsluitend beschikken
over inkomsten uit havengeld en terreinexploitatie, zoals de Nederlandse zeehavens.
Ik kan in dit individuele geval niet beoordelen of en in welke mate van deze extra
armslag gebruik is gemaakt.
Dat een overslagbedrijf uit een EU lidstaat investeert in een haven in een naburige
lidstaat vind ik ook niet ongewenst. Integendeel zelfs. En meer dan eens profiteren
Nederlandse zeehavens daarvan. Het Vlaamse overslagbedrijf Katoennatie/Seaport Terminals
heeft vestigingen in Amsterdam aan de Braakmanhaven te Terneuzen. De Vlaamse rederij
Cobelfret heeft eigen terminals in Rotterdam en Vlissingen-Oost. Het Vlaamse SeaInvest
investeert ook in Nederlandse zeehavens, met name Rotterdam. Ondanks de in Vlaanderen
verstrekte overheidsfinanciering zijn de Nederlandse zeehavens dus succesvol.
Niet de bestaande EU regelgeving noch de jurisprudentie bieden voldoende mogelijkheden
om een level playing field in Europa te bewerkstelligen. Daarom sta ik in beginsel
positief tegenover de voorgestelde EU Havenverordening. Die schrijft in ieder geval
transparantie van financiële relaties tussen havenbeheerders en overheden voor. Een
goede eerste stap. Maar eenduidige Richtsnoeren staatssteun infrastructuur/zeehavens
blijven het noodzakelijke sluitstuk.
Vraag 5
Heeft u deze, vermeende, handelwijze besproken binnen EU-verband? Zo ja, hoe werd
daarop gereageerd? Zo nee, wanneer gaat u dat aanhangig maken?
Antwoord 5
De negatieve effecten van de grote verschillen tussen de EU lidstaten op het gebied
van financiering van zeehavens zijn van Nederlandse zijde op Europees niveau meerdere
malen ter sprake gebracht. Algemeen bekend is dat veel lidstaten havenbeheer (het
aanbod van haveninfrastructuur) en havendienstverlening (loodsen, slepen, afmeren,
lossen/laden, bunkeren, inname afvalstoffen) nog (deels) zien als publieke taken die
(mede) met publieke middelen mogen worden uitgevoerd. Het Nederlandse beeld van havenbeheer
en havendienstverlening is een bedrijfsmatige, waarbij de gebruikers volledig en marktconform
voor de kosten van de aan hen geleverde producten en diensten betalen.
Blootgesteld aan de tucht van de markt en gegeven een Europees level playing field
kunnen alle zeehavens hun economische potentie ten volle tot ontwikkeling brengen
en optimaal bijdragen aan de gemeenschappelijke Europese economie. Deze visie bepaalt
mijn inbreng in het overleg tussen de EU lidstaten over het voorstel van de EC voor
een EU Havenverordening en is de rode draad bij de beïnvloeding vanuit Nederland van
in ontwikkeling zijnde Richtsnoeren staatssteun voor infrastructuur.
X Noot
1PZC, 7 september 2013.